Lesweek 1
Belastbare winst uit onderneming = het gezamelijke bedrag van de winst die de
belastingplichtige als ondernemer geniet uit een of meer ondernemingen, verminderd
met de ondernemersaftrek en de MKB-winstvrijstelling.
Onderneming:
- een duurzame organisatie ( voor langere tijd)
- van kapitaal en arbeid ( investeren en arbeid verrichten)
- die erop is gericht om deel te nemen aan het maatschappelijke productie
proces ( het economische verkeer)
- met het oogmerk winst te behalen
Ondernemer:
- degene voor wiens rekening een onderneming wordt gedreven ( kosten
maken)
- die rechtstreeks wordt verbonden voor verbintenissen ( verbintenissen
aangaan, beslissingen nemen)
Winstgenieters = art. 3.3. lid 1 IB geeft 2 winstgenieters aan:
a. de belastingplichtige die winst geniet, anders dan als ondernemer of
aandeelhouder, als medegerechtigde tot het vermogen van een onderneming
( commandiet / geldschieter / stille vennoot) hij heeft ook WUO
b. de belastingplichtige die voordelen geniet uit hoofde van een bepaalde
schuldvordering op een ondernemer, ten behoeve van een voor zijn rekening
gedreven onderneming.
Urencriterium :
1. gedurende een kalenderjaar ten minste 1225 uur besteedt aan
werkzaamheden voor een of meer ondernemingen waaruit hij als ondernemer
winst geniet en
2. de tijd die in totaal wordt besteed en het verrichten van werkzaamheden
grotendeels( 50%) wordt besteed aan die ondernemingen
de genoemde eis bij punt 2 is niet voor de ondernemer van toepassing als de
ondernemer startende ondernemer is ( voorgaande 5 kalenderjaren geen
ondernemer)
Urencriterium speelt een rol bij:
- de fisale oudedagsreserve art. 3.67 IB
- zelfstandigenaftrek art. 3.76 IB
- speur- en ontwikkelingswerk art. 3.77 IB
- meewerkaftrek art. 3.78 IB
Oneigenlijke samenwerkingsverband art. 3.6 lid 2
a. niet allebei tandarst , degene verricht ondersteunde activiteiten zoals
tandarstassisent
b. ondermaatschap met een verbonden persoon
,als verbonden personen van de belastingplichtigen worden aangemerkt( art.3.6.3)
- personen die behoren tot het huishouden van de belastingplichtige ; en
- bloed- of aanverwanten in de rechte lijn, of personen die tot hun huishouden
behoren
medegerechtigden = naast de ‘echte’ ondernemers genieten ook de zogenoemde
medegerechtigden winst uit onderneming, hoewel zij niet voldoen aan het fiscale
ondernemersbegrip. Er is namelijk sprake van wuo als iemand die geen ondernemer
of aandeelhouder is, als medegerechtigde tot het vermogen vn een onderneming
winst geniet uit onderneming (art. 3.3 lid 1 letter a IB) vooral commanditaire vennoot
is dit van op toepassing.
Normaal gesproken valt een verstrekte geldlening in box 3, in sommige gevallen valt
deze in WUO. De vordering leidt tot wuo onder de volgende omstandigheden :
(art. 3.3.3 IB)
- de schuldvordering die is aangegaan onder zodanige voorwaarden dat deze in
feite functioneert als eigen vermogen van de onderneming ( de lening hoeft
bijvoorbeeld niet te worden afgelost)
- een schuldvordering waarvan de vergoeding op het tijdstip van het aangaan
van de schuldvordering zodanig wordt vastgesteld dat deze - rechtens dan
wel in feite – bezien over de gehele looptijd grotendeels afhankelijk is van de
winst. De vergoeding heeft dan eigenlijk meer weg van een winstaandeel dan
van rente.
WUO verus belastbaar loon
Premies werknemersverzekeringen ingehouden bij loon, bij WUO niet
Ondernemer maakt aanspraak op aantal specifieke faciliteiten en loon niet
Om beide bronnen van inkomen van elkaar te kunnen onderscheiden is
zelfstandigheid het meest onderscheidende criterium. Als je twijfeld of iemand in
loondienst is of WUO heeft ,kan je aan je opdrachtnemer vragen om een VAR.
WUO verus ROW
Belangrijke elementen bij onderscheid tussen WUO & ROW:
- duurzaamheid en omvang van werkzaamheden;
- de grootte van de brutobaten;
- lopen van ondernemersrisico;
- de beschikbare tijd; ( full-time is bijna altijd WUO)
- de bekendheid die naar buiten aan de werkzaamheid wordt gegeven;
(reclame maken)
- het aantal opdrachtgevers;
- het spraakgebruik
Belastbare winst uit onderneming = bestaat uit de wnist uit onderneming minus de
ondernemersaftrek en de MKB-vrijstelling (art.3.2 IB)
Gezamelijke voordelen bestaan niet alleen uit winst maar ook uit:
- incidentele baten en lasten ( bij vervreemding van vermogensbestanddelen)
- voordelen die de ondernemer geniet doordat hij goederen uit de onderneming
prive verbruikt ( tv uit winkel haalt voor eigen gebruik)
, - onttrekkingen aan de omzet doordat een ondernemer iemand ander onzakelijk
bevoordeelt.
- Winst die wordt behaald bij en met de beeindiging van de onderneming
De winst kan worden berekend op twee manieren:
- resultatenrekening (opbrengsten – kosten)
- vermogensvergelijking
(eindvermogen – beginvermogen + onttrekkingen – stortingen)
Ondernemingsfaciliteiten
- willekeurige afschrijving
- investeringsaftrek (KIA) /desinvesteringsbijtelling (art. 3.41 IB & 3.47)
- fiscale reserves:
o kostenegalisatiereserve
o herinvesteringsresverve
o fiscale oudedagsreserve(FOR) (art. 3.67 IB)
- ondernemersaftrek (art. 3.74)
o zelfstandigenaftrek (art. 3.76 , € 7280 , PGA bereikt, dan €3640)
o startersaftrek (art. 3.76 lid 3, € 2123)
o aftrek in verband met speur-en ontwikkelingswerk (art. 3.77 IB)
o meewerkaftrek (art. 3.78 IB)
o startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid (art. 3.78a IB)
o stakingsaftrek (art. 3.79 IB)
- MKB-vrijstelling (art. 3.79a IB)
Begrip investeren : het aangaan van verplichtingen ter zake van de aanschaffing of
de verbetering van een bedrijfsmiddel.
Uitgesloten bedrijfsmiddelen voor investeringsaftrek (art. 3.45 IB)
- grond (lid 1 sub b)
- woonhuizen en woonschepen (lid 1 sub c)
- personenauto’s (lid 1 sub d)
- goodwill en vergunningen (lid 1 sub f)
- dieren, bijvoorbeeld melkvee (lid 1 sub g)
Voor KIA zijn uitgesloten:
- bedrijfsmiddelen die bestemd zijn voor de verhuur of om anderszins ter
beschikking te worden gesteld aan derden (lid 2 sub a)
- bedrijfsmiddelen met een investeringsbedrag van minder dan €450
(lid 2 sub b)
Uitgesloten transacties van investeringsaftrek als deze plaatsvinden tussen:
a. de belastingplichtige zelf en personen die tot zijn huishouden behoren
b. bloed- of aanverwanten in de rechte lijn of personen die tot hun huishouden
behoren
c. gerechtigden tot een nalatenschap waartoe het bedrijfsmiddel behoort;
d. degene die voor ten minste een derde gedeelte belang heeft in een lichaam,
en dat lichaam
Artikel 3.46 IB