jeugdpsychologie
Psychodiagnostiek bij kinderen en jeugdigen in de klinische
praktijk
Roos Roefs, 359214
Faculteit der Sociale Wetenschappen
Erasmus Universiteit Rotterdam
Marjolein Wals
05-10-2014
,Neuropsychologisch onderzoek
Naam : Isabelle (I)
Geboortedatum : 07-04-1998
Onderzoeksdatum : 18-09-2014
Onderzoeksleeftijd : 16,5 jaar (16 jaar, 5 maanden en 11 dagen oud)
Onderzoeksplaats : Adolescentenkliniek Erasmus MC Sophia
Verwijzer : Polikliniek Kinder- en Jeugd Psychiatrie en Psychologie
Onderzoeker : L. S. van Bodegrom (stagiaire neuropsychologie)
o.s.v. M. Wals (GZ-psycholoog/neuropsycholoog)
Verslaglegger : R.M.A. Roefs (studente Psychologie EUR)
Reden van aanmelding
Verwijzer en instelling:
Polikliniek Kinder- en Jeugd Psychiatrie en Psychologie (KJPP), Erasmus MC Sophia
Aanmeldingsreden van verwijzer:
Eetstoornis en onverklaarbare somatische klachten
Vraagstelling van verwijzer:
Diagnostiek en behandeling
Vraagstelling vanuit jeugdige:
I wil heel graag weer zelfstandig voor haar paard kunnen zorgen.
Vraagstelling vanuit ouders/verzorgers:
Ouders maken zich ongerust over de gezondheid van hun dochter
Medicatie en middelengebruik
Forlax 3dd
Conclusies vanuit eerder onderzoek
26-01-2013, DSM-IV classificatie
As I: 300.00 Angststoornis NAO
As II: V62.89 Zwakbegaafdheid
As III: V71.09 Geen diagnose
As IV: 10
As V: CGAS 50
09-07-2013, DSM-IV Classificatie
As I: V71.09 Geen diagnose
, As II: V71.09 Geen diagnose
As III: V71.09 Geen diagnose
As IV: 97 Geen problemen
As V: CGAS 60
Cognitief Psychologisch Onderzoek
I heeft een harmonisch intelligentieprofiel met een gemiddelde totaal IQ van 76, wat een
zwakbegaafd intelligentieprofiel aangeeft. I scoorde significant lager op de subtest
‘cijferreeksen’ wat wil zeggen dat haar korte termijn geheugen minder goed lijkt te zijn. Een
relatief sterke kant van I lijkt haar abstracte en non-verbale redeneervermogen.
Hypothesen en vraagstellingen
De eerste hypothese is dat I laag zal scoren op aandacht en concentratietaken. Uit
onderzoek blijkt dat meisjes met een eetstoonis (Anorexia Nervosa) een slechter
werkgeheugenvermogen hebben. Ze hebben vaak een aandachtstekorten (Gillberg et al,
2009).
Een tweede hypothese is dat I moeite zal hebben met haar visuele perceptie en
motorische vaardigheden. Uit onderzoek van Lopez, Tchanturia, Stahl en Treasure (2009)
blijkt dat vrouwen met een eetstoornis een superieure lokale verwerking hebben en een
slechtere globale verwerking dan gezonde leeftijdsgenoten. Dit wil zeggen dat de vrouwen
met een eetstoornis een zwakke coherentie hebben en dus meer letten op details en minder
letten op het grote geheel. Zij scoorden slechter op de Rey Complex Figure test, omdat zij
het grotere geheel niet konden zien en verwerken. De verwachting is dat I ook een zwakke
coherentie zal hebben en minder goed zal scoren op visuele perceptie en motorische
vaardigheden.
Een derde hypothese is dat I problemen ondervindt in haar executieve functies. Uit
onderzoek van Gillberg et al (2009) bleek dat meisjes met eetproblemen langzamer
presteren op de Tower of Londen en dus slechter op executief functioneren. Uit ander
onderzoek bleek dat mensen met een eetstoornis verstoringen ondervinden in cognitieve
flexibiliteit (Tchanturia et al, 2004). Deze mensen hebben verstoringen in mentale
flexibiliteit. Dit draagt bij aan de verwachting dat I problemen zal ondervinden in haar
executief functioneren.
De vraagstelling vanuit het huidige onderzoek:
Hoe zijn het aandachts- en concentratievermogen, de visuele perceptie en executieve
functies van I?