Antwoorden proeftoets
staats- en bestuursrecht
S4329643 Rosanne Kuiper
Werkgroepcombinatie 2, mr. Assink
20-10-2013
,Vragen proeftoets
Inleiding staats- en bestuursrecht (bachelor 1)
Met betrekking tot het onderdeel bestuursrecht
1. Mariana wil haar garage verbouwen tot kapsalon. Om de vraag te kunnen beantwoorden of zij
voor een omgevingsvergunning in aanmerking komt, moet het college van burgemeester en
wethouders diverse wettelijke regelingen raadplegen (onder andere Wet algemene bepalingen
omgevingsrecht, Woningwet, Bouwbesluit 2012, Bouwverordening).
Dit is een typisch voorbeeld van… (licht uw keuze toe!)
a. De gelaagde structuur van de Algemene wet bestuursrecht.
b. Toepassing van het specialiteitsbeginsel.
c. Gelede normstelling.
d. Het bestaan van bestuursrechtelijke schakelbepalingen.
C. Dit is een typisch voorbeeld van de gelede normstelling. De normstelling vindt bij bestuursrecht
vaak plaats op verschillende niveaus. Er is per onderwerp vaak sprake van een set regels die in zijn
geheel genomen een bepaald onderwerp regelt. Alle wetten staan als het ware met elkaar in
verbinding. De hogere normen zijn slechts kaderstellend en de lagere normen worden gebruikt om de
kaders in te vullen. De regels gaan van hoog naar laag.
Er moet in verschillende regelgeving gezocht worden naar ene oplossing van de casus.
2. Geef aan welk(e) van de volgende stellingen juist is/zijn (meerdere stellingen kunnen juist zijn,
motiveer uw keuze):
a. Het legaliteitsbeginsel geldt alleen voor belastend bestuursoptreden.
b. In de uitspraak Jetski’s (ABRvS 18 september 2002) oordeelde de rechter dat het specialiteits-
beginsel was geschonden.
c. De evenredigheidsmaatstaf van artikel 3:4, tweede lid, Awb is een belangrijke toetsingsgrond
(voor de rechter) in gevallen dat het bestuur over beleidsvrijheid beschikt en dus belangen
dient af te wegen.
d. Aan belastende beschikkingen worden hogere motiveringseisen gesteld dan aan begunstigende
beschikkingen.
A: Onjuist! Het legaliteitsbeginsel vereist voor het bestuursoptreden een wettelijke basis. Met
een wettelijke basis kun je namelijk je overheidsbestuur legitimeren. Dat is de functie van het
legaliteitsbeginsel. Dat geldt ook bij presterend bestuur. Ook begunstigend bestuursoptreden
(subsidies, sociale zekerheid) moet gebaseerd zijn op een wet, om de rechtszekerheid te
waarborgen. NB: het is moeilijk om alle bevoegdheden van bestuursorganen tot in detail vast
te leggen in wetten.
B: onjuist , Jetski’s ging weliswaar over het specialiteitsbeginsel, maar de rechter oordeelde
dat het specialiteitsbeginsel niet was geschonden. Scheepvaartverkeerswet beschermt
omwonenden niet tegen geluidsoverlast. Er wordt in deze wet duidelijk aangegeven welke
belangen wel en niet betrokken zijn. Die van geluidsoverlast van omwonenden waren/ zijn dat
1
, niet. Op basis van deze wet kan er bestuurd worden. Een bestuursbevoegdheid mag slechts
worden uitgeoefend binnen het doelgebonden kader van de wet die de bevoegdheid verleent =
specialiteitsbeginsel.
C: Juist, Juist als er beleidsvrijheid bestaat. Als de wettelijke regeling ruimte biedt aan het
bestuur om zelf te bepalen hoe het bestuur met zijn bevoegdheid omgaat.
D: Juist, of een beschikking begunstigend of belastend is maakt voor de motiveringsplicht als
zodanig niet uit. Er is altijd een basismate van motiveringsplicht, maar naarmate het besluit
belastender wordt neemt die motiveringsplicht in kracht toe. ook bij begunstigende
beschikkingen dient de burger rechtszekerheid te hebben, dus eisen rondom begunstigende
beschikkingen zijn er net zo goed.
3. Garagehouder Autodealer B.V. heeft een door de RDW (Rijksdienst voor het wegverkeer) erkend
APK-keuringsstation. Als Autodealer B.V. APK-keuringen verricht, treedt hij op als
bestuursorgaan in de zin van art. 1:1 Awb. De zaken gaan zo goed dat hij uitbreiding van zijn
bedrijf noodzakelijk acht. De garagehouder huurt daartoe extra bedrijfsruimte.
a) Is de garagehouder als hij APK-keuringen verricht een a-orgaan of een b-orgaan?
De garagehouder is een b-orgaan, want hij valt niet onder 1:1 lid 1 Awb. Hij is niet ingesteld
krachtens publiek recht en is ook niet full-time bestuursorgaan. Een orgaan van een publiekrechtelijke
rechtspersoon. Autodealer B.V. is een privaatrechtelijke rechtspersoon (zie boek 2 BW). B=orgaan:
persoon of cillege met enig openbaar gezag bekleed publiekrechtelijke bevoegdheid? Ja! Hij
bepaalt of een auto goedgekeurd wordt en de weg op mag. Een b-orgaan is een dynamisch begrip.
b) Dient de garagehouder bij het aangaan van de huurovereenkomst het zorgvuldigheidsbeginsel
van art. 3:2 Awb in acht te nemen?
Nee, want 3:2 Awb ziet toe op besluiten van bestuursorganen. Een besluit is volgens 1:3 lid 1 Awb
een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke handeling.
Een huurovereenkomst sluiten is een privaatrechtelijke handeling en de garagehouder treedt
daarbij ook niet op als bestuursorgaan, dus bij het sluiten van de huurovereenkomst hoeven de
regels niet in acht te worden genomen die vallen onder 3:2 Awb. Zie Aanmaning
Studiefinanciering. NB: hoe zit het dan met de schakelbepaling? geldt niet voor b-organen!!!
Gedachte daarachter: op het moment dat een b-orgaan een niet-besluit verricht treedt hij niet op
als bestuursorgaan.
4. In het kader van de nieuwbouw van een groot appartementencomplex in de gemeente Nieuw-
magen worden de navolgende bestuurshandelingen verricht.
Geef voor ieder van die bestuurshandelingen aan of sprake is van een besluit in de zin van artikel
1:3, eerste lid Awb. Hanteer daarbij het ‘Schema besluitbegrip Awb’ op pag. 24 van de
studiehandleiding.
a. De beslissing van het college van burgemeester en wethouders van Nieuwmagen om voor de
nieuwbouw van het appartementencomplex een omgevingsvergunning te verlenen op grond van
artikel 2.1, eerste lid, onder a Wabo.
1. Er is een beslissing genomen
2. Schriftelijk vastgelegd
3. Door een bestuursorgaan
4. Inhoudende een rechtshandeling
2