- Odds ratio (week 1 tekst 2)
o Te berekenen vanuit een outflow tabel:
o Odds ratio = (goede afkomst & goede bestemming / goede afkomst & slechte
bestemming) / (slechte afkomst & goede bestemming / slechte afkomst & slechte
bestemming)
o Hoe groter de odds ratio, hoe kleiner de mobiliteit
- Inflow/outflow (week 1 tekst 2)
o Inflow: van de mensen die in deze categorie terechtkomt, is dit percentage afkomstig uit
deze categorie
o Outflow: van de mensen die in deze categorie begint, komt dit percentage terecht in
deze categorie
- Sociaal en cultureel kapitaal (week 2 tekst 3)
o Cultureel kapitaal: opleiding, status, inkomen, socialisatiepatronen, vrijetijdsactiviteiten
en familiebanden.
o Sociaal kapitaal: netwerken en betrokkenheid
- Dimensies van onderwijssystemen (stratificatie en standaardisatie) (week 3 tekst 1)
o Stratificatie: verschillen in onderwijsprogramma en toekomstmogelijkheden tussen
verschillende niveaus van scholen voor dezelfde leeftijdsgroep. Na de basisschool volgt
het voortgezet onderwijs. Dat is gestratificeerd als er grote verschillen zijn tussen de
verschillende niveaus wat betreft programma en mogelijkheden voor vervolgstudie en
banen, maar weinig gestratificeerd als er geen of weinig verschil is.
o Standaardisatie: verschillen tussen verschillende scholen in het land wat betreft
bijvoorbeeld lerarentraining, niveau en financiering. Hoe centraler het onderwijs is
georganiseerd, hoe meer het gestandaardiseerd is.
o Mate van specifieke beroepsvoorbereiding: de mate waarin men tijdens de
voorbereiding wordt opgeleid om een bepaald beroep uit te gaan oefenen. Als er veel
specificiteit is, betekent dat dat leerlingen de vaardigheden voor een bepaalde baan
krijgen aangeleerd, als er weinig specificiteit is, betekent dat dat alle leerlingen
ongeveer dezelfde dingen leren.
- Kwalificatieruimte en organisatieruimte (week 3 tekst 2)
o Er zijn verschillende variabelen:
De mate van focus en gerichtheid op een bepaalde baan; het verschil tussen het
generieke of specifieke beroepsopleiding.
De mate van stratificatie; het verschil tussen gelijkwaardige opleidingen of
verschillende onderwijsniveaus met van elkaar verschillende curricula.
De mate van gerelateerdheid aan werkgevers; het verschil tussen zelfstandige
opleidingen en opleidingen die verbonden zijn aan werkgevers door
bijvoorbeeld financiering, organisatie, curriculumbepaling of stage.
o Deze drie variabelen kunnen samengebracht worden en daar twee typen landen
onderscheiden; landen met een kwalificatieruimte en landen met een
organisatieruimte. Een kwalificatieruimte houdt in dat er een hoge mate van focus is en
een hoge mate van gerelateerdheid aan werkgevers. Werkgevers bepalen mee wat er
o Te berekenen vanuit een outflow tabel:
o Odds ratio = (goede afkomst & goede bestemming / goede afkomst & slechte
bestemming) / (slechte afkomst & goede bestemming / slechte afkomst & slechte
bestemming)
o Hoe groter de odds ratio, hoe kleiner de mobiliteit
- Inflow/outflow (week 1 tekst 2)
o Inflow: van de mensen die in deze categorie terechtkomt, is dit percentage afkomstig uit
deze categorie
o Outflow: van de mensen die in deze categorie begint, komt dit percentage terecht in
deze categorie
- Sociaal en cultureel kapitaal (week 2 tekst 3)
o Cultureel kapitaal: opleiding, status, inkomen, socialisatiepatronen, vrijetijdsactiviteiten
en familiebanden.
o Sociaal kapitaal: netwerken en betrokkenheid
- Dimensies van onderwijssystemen (stratificatie en standaardisatie) (week 3 tekst 1)
o Stratificatie: verschillen in onderwijsprogramma en toekomstmogelijkheden tussen
verschillende niveaus van scholen voor dezelfde leeftijdsgroep. Na de basisschool volgt
het voortgezet onderwijs. Dat is gestratificeerd als er grote verschillen zijn tussen de
verschillende niveaus wat betreft programma en mogelijkheden voor vervolgstudie en
banen, maar weinig gestratificeerd als er geen of weinig verschil is.
o Standaardisatie: verschillen tussen verschillende scholen in het land wat betreft
bijvoorbeeld lerarentraining, niveau en financiering. Hoe centraler het onderwijs is
georganiseerd, hoe meer het gestandaardiseerd is.
o Mate van specifieke beroepsvoorbereiding: de mate waarin men tijdens de
voorbereiding wordt opgeleid om een bepaald beroep uit te gaan oefenen. Als er veel
specificiteit is, betekent dat dat leerlingen de vaardigheden voor een bepaalde baan
krijgen aangeleerd, als er weinig specificiteit is, betekent dat dat alle leerlingen
ongeveer dezelfde dingen leren.
- Kwalificatieruimte en organisatieruimte (week 3 tekst 2)
o Er zijn verschillende variabelen:
De mate van focus en gerichtheid op een bepaalde baan; het verschil tussen het
generieke of specifieke beroepsopleiding.
De mate van stratificatie; het verschil tussen gelijkwaardige opleidingen of
verschillende onderwijsniveaus met van elkaar verschillende curricula.
De mate van gerelateerdheid aan werkgevers; het verschil tussen zelfstandige
opleidingen en opleidingen die verbonden zijn aan werkgevers door
bijvoorbeeld financiering, organisatie, curriculumbepaling of stage.
o Deze drie variabelen kunnen samengebracht worden en daar twee typen landen
onderscheiden; landen met een kwalificatieruimte en landen met een
organisatieruimte. Een kwalificatieruimte houdt in dat er een hoge mate van focus is en
een hoge mate van gerelateerdheid aan werkgevers. Werkgevers bepalen mee wat er