Hoofdstuk 44 – excretie en osmoregulatie
44.1 Osmoregulatie
Alle dieren hebben een balans van wateropname en
waterafgifte nodig. Water kan de cel in of uit via osmose.
- Eenheid osmolariteit = Mili Osmole per Liter
(mOsm /L)
2 oplossingen met een permeabel membraan:
- zelfde osmolariteit iso-osmotisch
- oplossing met hogere osmolariteit hyper
osmostisch
- oplossing met lagere osmolariteit hypo
osmostisch
waterbalans:
Een dier kan zijn waterbalans op twee manieren behouden:
- osmoconformer iso-osmotisch zijn met de omgeving
alle waterdieren zijn dit.
leven in water met een stabiele compositie en behouden zo een constante interne
osmolariteit niet te veel waterverlies of wateropname
- osmoregulator onhafhankelijk van de omgeving
de meeste dieren.
Osmoregulatoren moeten hun osmotische waarde constant houden, d.m.v. actief
transport en tegengaanvan waterverlies. kost veel energie
Hoeveel energie dit precies kost hangt af van:
- hoe erg osmolariteit verschilt met omgeving
- hoe makkelijk de oplossingen het membraan van het dier kunnen passeren
- hoe veel werk het kost om oplossingen te laten bewegen door het membraan
Marine dieren
- de meeste marine dieren zijn osmocomformers en verschillen dus niet in osmolariteit
met zeewater.
- MAAR verschillen wel in concentratie van specifieke oplossingen actief transport
om homeostase te behouden
,osmoregulatoren:
marine vissen
o verliezen constant water door osmose
o drinken hiervoor heel veel zeewater
o en verliezen zouten in de kieuwen door passief en actief transport (Na, Cl)
- scheiden ook zouten uit met urine door de nieren (Ca, Mg, SO4)
kraakbeenvissen
- interne zoutconcentratie is veel lager dan die van zeewater zouten diffuseren van
zeewater het lichaam in (vooral in kieuwen!!)
- zijn niet hypo osmotisch weefsel bevatten hoge concentraties urea en TMAO
(beschermt lichaam tegen urea) behouden lichaamsvloeistoffen van haai dichtbij
osmolariteit van zeewater
iets hogere osmolariteit water stroomt lichaam klein beetje in
verliest overmatige water en zouten in urine
Zoet water dieren
- omgekeerd probleem van zoutwater vissen
- zijn hyper osmotisch water stroomt het lichaam in en de zouten diffuseren lichaam uit
- oplossing drinken geen water en verliezen heel veel water door urine
- verloren zouten nemen ze weer op door eten en door actief opname van Na in de
kieuwen Cl volgt
Euryhaline vissen (zalm)
vissen die migreren tussen zoet water en zout water
ondergaan dramatische veranderingen
- in zoet water reguleren ze net als andere zoet water
vissen
- in zout water maken steroid hormoon cortisol aan
stimuleren chloride zout secretie cellen
hierdoor geven ze zouten af aan het zeewater met
hun kieuwen en plassen weinig net als andere
zoutwater vissen
Landdieren
, - sterven bij verlies van te veel water door urine, feces, huid
- deel voorkomen door buitenste laag: wax laagje, exoskelet, schelpen, keratine laag van
huid
- veel drinken, eten van vochtig voedsel
Mariene vogels
Marinevogels scheiden zout uit via neusklieren. Deze bevatten uitscheidingsbuisjes, die
rond capillairen liggen. Deze cellen transporteren actief zout (NaCl) vanuit het bloed in
de buisjes.
hierdoor kunnen zij zout water drinken
Transport epitheel een of meer lagen weefsel die bepaalde oplossingen in gecontroleerde
hoeveelheden een specifieke kant opstuurt wordt osmoregulatie bij meeste dieren door
geregeld
44.1 Osmoregulatie
Alle dieren hebben een balans van wateropname en
waterafgifte nodig. Water kan de cel in of uit via osmose.
- Eenheid osmolariteit = Mili Osmole per Liter
(mOsm /L)
2 oplossingen met een permeabel membraan:
- zelfde osmolariteit iso-osmotisch
- oplossing met hogere osmolariteit hyper
osmostisch
- oplossing met lagere osmolariteit hypo
osmostisch
waterbalans:
Een dier kan zijn waterbalans op twee manieren behouden:
- osmoconformer iso-osmotisch zijn met de omgeving
alle waterdieren zijn dit.
leven in water met een stabiele compositie en behouden zo een constante interne
osmolariteit niet te veel waterverlies of wateropname
- osmoregulator onhafhankelijk van de omgeving
de meeste dieren.
Osmoregulatoren moeten hun osmotische waarde constant houden, d.m.v. actief
transport en tegengaanvan waterverlies. kost veel energie
Hoeveel energie dit precies kost hangt af van:
- hoe erg osmolariteit verschilt met omgeving
- hoe makkelijk de oplossingen het membraan van het dier kunnen passeren
- hoe veel werk het kost om oplossingen te laten bewegen door het membraan
Marine dieren
- de meeste marine dieren zijn osmocomformers en verschillen dus niet in osmolariteit
met zeewater.
- MAAR verschillen wel in concentratie van specifieke oplossingen actief transport
om homeostase te behouden
,osmoregulatoren:
marine vissen
o verliezen constant water door osmose
o drinken hiervoor heel veel zeewater
o en verliezen zouten in de kieuwen door passief en actief transport (Na, Cl)
- scheiden ook zouten uit met urine door de nieren (Ca, Mg, SO4)
kraakbeenvissen
- interne zoutconcentratie is veel lager dan die van zeewater zouten diffuseren van
zeewater het lichaam in (vooral in kieuwen!!)
- zijn niet hypo osmotisch weefsel bevatten hoge concentraties urea en TMAO
(beschermt lichaam tegen urea) behouden lichaamsvloeistoffen van haai dichtbij
osmolariteit van zeewater
iets hogere osmolariteit water stroomt lichaam klein beetje in
verliest overmatige water en zouten in urine
Zoet water dieren
- omgekeerd probleem van zoutwater vissen
- zijn hyper osmotisch water stroomt het lichaam in en de zouten diffuseren lichaam uit
- oplossing drinken geen water en verliezen heel veel water door urine
- verloren zouten nemen ze weer op door eten en door actief opname van Na in de
kieuwen Cl volgt
Euryhaline vissen (zalm)
vissen die migreren tussen zoet water en zout water
ondergaan dramatische veranderingen
- in zoet water reguleren ze net als andere zoet water
vissen
- in zout water maken steroid hormoon cortisol aan
stimuleren chloride zout secretie cellen
hierdoor geven ze zouten af aan het zeewater met
hun kieuwen en plassen weinig net als andere
zoutwater vissen
Landdieren
, - sterven bij verlies van te veel water door urine, feces, huid
- deel voorkomen door buitenste laag: wax laagje, exoskelet, schelpen, keratine laag van
huid
- veel drinken, eten van vochtig voedsel
Mariene vogels
Marinevogels scheiden zout uit via neusklieren. Deze bevatten uitscheidingsbuisjes, die
rond capillairen liggen. Deze cellen transporteren actief zout (NaCl) vanuit het bloed in
de buisjes.
hierdoor kunnen zij zout water drinken
Transport epitheel een of meer lagen weefsel die bepaalde oplossingen in gecontroleerde
hoeveelheden een specifieke kant opstuurt wordt osmoregulatie bij meeste dieren door
geregeld