aantekeningen hoorcolleges
Carmen
UL Bsc 1
psy jaar
,l 1
1
f
I = e
'
e
;
.
, Week 1 Hoorcollege 1 (Kalat H1 & H2)
Termen
CNS -> central nervous system
PNS -> perifere zenuwstelsel
Dorsaal (rug)/ Ventraal (ventraal)
Anterior (voorkant)/ Posterior (achterkant)
Neuronen
Verschillen met andere lichaamscellen:
- dendrieten
- axon
1 axon per cel, heel lang en bedekt met
myelinescheden
- synapsen
Overeenkomsten met andere cellen:
- celkern (soma)
- celmembraan
Semi-permiabel (grotere moleculen kunnen zich alleen met actief transport verplaatsen)
Ontvangen en verzenden
afferent (admit/aankomst): sturen info naar het brein
efferent (exit): sturen informatie van het brein naar het lichaam
Vormen neuronen
A) Purkinjecel
B) sensorisch neuron
C) pyramideneuron
D) bipolair neuron
E) canyon-cel
Gliacellen
Multiple sclerose (MS) —> schade aan
myeline
Zonder myeline —> 2m/s
Met myeline —> 120 m/s
Ruggenmerg: witte stof aan de
buitenkant en grijze aan binnenkant
(gemyeleniseerde cellen zijn wit)
Vormen gliacellen —>
, Bloed-brein barriere
+ brein vrijhouden van gevaarlijke stoffen
- voedingsstoffen komen moeilijker het brein binnen
Neurale signalen
We weten nu dat neuronen niet direct op elkaar zitten.
Deze neuronen hebben dus een chemische stof nodig
om de boodschap over te brengen.
Rustpotentiaal
Zenuwcel in rust: -70mV
De binnenkant van de cel is iets negatiever geladen dan de buitenkant
Concentratiegradient
Diffusie: het verplaatsen van substanties naar een plek waar een lage
concentratie aanwezige stoffen is.
Osmose: Stoffen verplaatsen zich van een hoge concentratie naar een
lagere concentratie (om de concentraties gelijk te maken)
Transport van stoffen
Natrium-kaliumpomp (actief transport)
- 3 Na+ de cel uit laat 2 K+ binnen
—> hiermee blijkt de electrische gradiënt behouden.
Actiepotentiaal
1) natriumkanalen open
2) natrium naar binnen
3) depolarisatie
4)
5)
6) Hyperpolarisatie (onder rustpotentiaal) —> geen nieuw
Actiepotentiaal in deze periode
7) rustpotentiaal bereikt
Alles-of-niets princiepe
Een neuron vuurt, of niet. De neuron vuurt met dezelfde hoeveelheid energie,
en niet harder bij meer energie (binair signaal)
presynaptische
Verschillende neuronen vuren in verschillende ritmes \
,
Synapsen
Optelling van potentialen
Temporele summatie: herhaalde (opgetelde) stimulatie
die opgeteld over de
drempel kunnen gaan
Spatiële summatie: als het neurn op verschillende plekken
gestimuleerd wordt,
kunnen de stimulaties opgeteld wél de drempelwaarde behalen.
Neuronale communicatie
Vindt plaats in synaptische spleet. Stofjes binden aan receptoren
Stoffen kunnen: wegdiffuseren/gerecycled worden
postsynaptische j
Carmen
UL Bsc 1
psy jaar
,l 1
1
f
I = e
'
e
;
.
, Week 1 Hoorcollege 1 (Kalat H1 & H2)
Termen
CNS -> central nervous system
PNS -> perifere zenuwstelsel
Dorsaal (rug)/ Ventraal (ventraal)
Anterior (voorkant)/ Posterior (achterkant)
Neuronen
Verschillen met andere lichaamscellen:
- dendrieten
- axon
1 axon per cel, heel lang en bedekt met
myelinescheden
- synapsen
Overeenkomsten met andere cellen:
- celkern (soma)
- celmembraan
Semi-permiabel (grotere moleculen kunnen zich alleen met actief transport verplaatsen)
Ontvangen en verzenden
afferent (admit/aankomst): sturen info naar het brein
efferent (exit): sturen informatie van het brein naar het lichaam
Vormen neuronen
A) Purkinjecel
B) sensorisch neuron
C) pyramideneuron
D) bipolair neuron
E) canyon-cel
Gliacellen
Multiple sclerose (MS) —> schade aan
myeline
Zonder myeline —> 2m/s
Met myeline —> 120 m/s
Ruggenmerg: witte stof aan de
buitenkant en grijze aan binnenkant
(gemyeleniseerde cellen zijn wit)
Vormen gliacellen —>
, Bloed-brein barriere
+ brein vrijhouden van gevaarlijke stoffen
- voedingsstoffen komen moeilijker het brein binnen
Neurale signalen
We weten nu dat neuronen niet direct op elkaar zitten.
Deze neuronen hebben dus een chemische stof nodig
om de boodschap over te brengen.
Rustpotentiaal
Zenuwcel in rust: -70mV
De binnenkant van de cel is iets negatiever geladen dan de buitenkant
Concentratiegradient
Diffusie: het verplaatsen van substanties naar een plek waar een lage
concentratie aanwezige stoffen is.
Osmose: Stoffen verplaatsen zich van een hoge concentratie naar een
lagere concentratie (om de concentraties gelijk te maken)
Transport van stoffen
Natrium-kaliumpomp (actief transport)
- 3 Na+ de cel uit laat 2 K+ binnen
—> hiermee blijkt de electrische gradiënt behouden.
Actiepotentiaal
1) natriumkanalen open
2) natrium naar binnen
3) depolarisatie
4)
5)
6) Hyperpolarisatie (onder rustpotentiaal) —> geen nieuw
Actiepotentiaal in deze periode
7) rustpotentiaal bereikt
Alles-of-niets princiepe
Een neuron vuurt, of niet. De neuron vuurt met dezelfde hoeveelheid energie,
en niet harder bij meer energie (binair signaal)
presynaptische
Verschillende neuronen vuren in verschillende ritmes \
,
Synapsen
Optelling van potentialen
Temporele summatie: herhaalde (opgetelde) stimulatie
die opgeteld over de
drempel kunnen gaan
Spatiële summatie: als het neurn op verschillende plekken
gestimuleerd wordt,
kunnen de stimulaties opgeteld wél de drempelwaarde behalen.
Neuronale communicatie
Vindt plaats in synaptische spleet. Stofjes binden aan receptoren
Stoffen kunnen: wegdiffuseren/gerecycled worden
postsynaptische j