Onderzoekstype:
1) Toetsend klopt iets, of klopt het niet
2) Explorerend je zoekt naar verbanden
3) Beschrijvend je gaat observeren
Onderzoekseenheid: eerste waar je je op richt met het onderzoek
Populatie: meervoud van de onderzoekseenheid
voorbeeld: onderzoekseenheid is ‘de Rotterdammer’
Populatie is: alle Rotterdammers
Dataverzamelingsmethoden:
1) Interview
2) Enquete
3) Observatie
4) Veldexperiment
Dataverzameling:
1) Deskresearch
2) Fieldresearch
Empirische cyclus:
1) Wat wil ik weten? Onderzoeksvraag
2) Wat is bekend? Deskresearch
3) Wat is onbekend? Onderzoeksvraag + hoofd- en deelvragen
4) Wat ga ik uitvinden? Onderzoeksmethode
5) Hoe ga ik interpreteren? Analyse
6) Is mijn onderzoeksvraag beantwoord? Conclusie
7) Wat ga ik er mee doen? Adviesrapport.
Type steekproef:
1) A-select: als iedereen een even grote kans heeft om in de steekproef opgenomen te
worden.
2) Select: wanneer die niet A-select is.
Kwalitatief: er is nog geen informatie bekend dus je stelt vragen over emoties en
achtergronden.
Kwantitatief: er is al informatie bekend en hier vraag je schematisch op door waar
uiteindelijk cijfers uit komen.