Hoofdstuk 1:
- Technisch lezen (decoderen) = de vaardigheid om de geschreven vorm van een woord om te
zetten naar de klankvorm van dat woord.
- Spellen (coderen) = hierbij wordt de klankvorm omgezet naar schrift.
- Fonemen = de klanken die binnen een taal worden onderscheiden.
- Grafemen = letters of lettercombinaties die deze klanken weergeven.
- Bij de ontwikkeling van goede lees- en spellingvaardigheden staan twee dingen centraal:
1. Inzicht in het alfabetisch principe: een leerling beseft dat letters corresponderen met
bepaalde klanken en andersom: da je klanken kunt koppelen aan letters.
2. Automatisering: het koppelen van letters en klanken gaat zo snel, dat dit proces zonder
bewuste aandacht van de lezer of spellers verloopt (vlot lezen). Er is ook aandacht voor
het vloeiend lezen van teksten. Dat betekent niet alleen accuraat en vlot lezen, maar ook
de juiste prosodie en intonatie toepassen. Herhaling is nodig om automatisering te
bevorderen.
- Herkennen van lees- en spellingproblemen: groep 1/2 schema bladzijde 15, groep 3
schema bladzijde 17, groep 4-8 schema bladzijde 18.
- Herkennen van lees- en spellingproblemen in groep 1/2:
Niet begrijpen van complexe vragen, terwijl ze het antwoord wel weten.
Moeite met het onthouden of ophalen van namen uit het geheugen.
Moeite met het ophalen van de dagen van de week.
Problemen met het ordenen van objecten.
Woordvindingsproblemen (niet op woorden kunnen komen).
- Herkennen van lees- en spellingproblemen in groep 3:
Problemen met het omzetten van een geschreven letterreeks in de corresponderende
klankcode oorzaak ligt meestal in een zwak fonemisch bewustzijn of geringe
letterkennis.
Fout en/of traag spellen van woorden.
Spreken vaak tijdens het schrijven de afzonderlijke klanken uit, wat er op wijst dat de
klank-letterkoppeling nog niet is geautomatiseerd.
Schrijven letterlijk op wat ze horen (fonetische strategie).
Spellende leesstrategie: letter voor letter lezen. Leidt tot een traag leestempo en vaak
ook een beperkte accuratesse.
Radende leesstrategie: leest niet precies wat er staat, maar probeert te gissen naar het
juiste woord door gebruik te maken van voorkennis, illustraties bij de tekst en de context
van het verhaal. Leidt vaak tot veel leesfouten.
Inprentingstrategie: ze proberen de spelling van de volledig geschreven woordvorm te
onthouden.
- Herkennen van lees- en spellingproblemen in groep 4-8:
Laag leestempo.
Moeite met de lijn van het verhaal vast houden.
Hekel aan (hardop) lezen.
Vertonen van vermijdingsgedrag.
Maken langdurig veel basale spellingfouten. De oorzaak van de spellingproblemen ligt
veelal in een beperkte kennis van spellingregels of onvoldoende inslijping van bepaalde
schrijfwijzen. Naarmate de leerlingen ouder worden, zal het een automatiseringstekort
worden.
- Definitie dyslexie = een stoornis die gekenmerkt wordt door een hardnekkig probleem met
het aanleren en het accuraat en/of vlot toepassen van het lezen en/of spellen op
woordniveau (Stichting Dyslexie Nederland, 2008).
,- Definitie dyslexie = een specifieke lees- en spellingstoornis met een neurobiologische basis,
die wordt veroorzaakt door cognitieve verwerkingsstoornissen op het raakvlak van
fonologische en orthografische taalverwerking. Deze specifieke taalverwerkingsproblemen
wijken proportioneel af van het overige cognitieve, en met name taalverwerkingsprofiel en
leiden tot een ernstig probleem met et lezen en spellen van woorden ondanks regelmatig
onderwijs. Dit specifieke lees- en spellingprobleem beperkt in ernstige mate een normale
educatieve ontwikkeling, die op grond van de overige cognitieve vaardigheden geïndiceerd
zou zijn (Blomert, 2006b).
- Hardnekkigheid blijkt als extra, planmatige en intensieve didactische maatregelen en
remediëringsinspanningen nauwelijks leiden tot een verbetering van de lees- /
spellingvaardigheid.
- Didactische resistentie = kan worden aangetoond wanneer een leerling nauwelijks
vooruitgang boekt op gerenommeerde toetsen gedurende ten minste een half jaar
intensieve begeleiding (twee interventieperioden van elk minimaal 12 effectieve weken).
Onder intensieve begeleiding verstaan we ten minste 60 minuten per week extra
begeleiding, verdeeld over meerdere dagen, volgens een planmatige, effectief gebleken
aanpak.
- Oorzaken van dyslexie:
Problemen op het terrein van fonologische verwerking en de toegankelijkheid van
taalkennis.
Een onvolledige en/of moeizame automatisering van het lees- /spellingproces.
De problemen zitten in het herkennen van woorden en het omzetten van schrift in een
corresponderende klankcode.
Erfelijk component.
- Mogelijke gevolgen van dyslexie:
Laag leestempo (kan leiden tot problemen met begrijpend lezen).
Achterblijven van ontwikkeling van de (lees)woordenschat.
Problemen in de sociaal-emotionele ontwikkeling dyslexie kan voor frustratie zorgen,
de frustratie kan tot uiting komen in emotionele problemen of in gedragsproblemen.
Ook heeft het niet goed kunnen lezen/ spellen invloed op het gevoel van eigenwaarde en
kan ertoe leiden dat de lees- en schrijfmotivatie van de leerling afneemt.
- Misvattingen en dwaalwegen:
Beeld denken = leerlingen die schijnbaar in beelden en gebeurtenissen denken. De
begeleiding van leerlingen wordt gericht op compensatie en bewust gebruik leren maken
van het beeld denken om de praktische moeilijkheden bij het verwerken (lezen) of
produceren (schrijven) van geschreven taal te overwinnen.
Afwijkende oogbewegingen = kinderen met dyslexie kijken vaker terug in de tekst,
fixeren hun ogen vaker op bepaalde (voor hun moeilijke) woorden en de fixaties duren
gemiddeld langer dan bij gemiddelde lezers. Een andere term die soms gehanteerd
wordt om dyslexie aan te geven is woordblindheid. Hiermee wordt de suggestie gewekt
dat dyslexie iets te maken heeft met het visueel vermogen. Dat is niet zo.
Sensomotorische trainingen = een bijzondere vorm van sensomotorische training vormt
de edukinesiologie. Edukinesiologie is gebaseerd op de gedachte dat bij kinderen met
leerstoornissen energie geblokkeerd is en vrijgemaakt moet worden.
Breinstimulerende methodieken = door bewegingsoefeningen het gebruik van
zenuwcellen en neurale verbindingen wordt gestimuleerd.
Schrijven in spiegelbeeld = bij dyslexie is er geen sprake van problemen op het
ruimtelijke vlak. Dit komt omdat het lateralisatieproces in de hersenen bij jonge kinderen
nog onvolledig is. In spiegelbeeld schrijven verdwijnt wanneer kinderen in de gaten
krijgen dat we in het Nederlands van links naar rechts lezen en schrijven.
Schema op bladzijde 25 goed kennen.
, Hoofdstuk 2:
- Fundamenteel niveau (F) = 1F omschrijft wat leerlingen minimaal moeten beheersen aan het
eind van de basisschool.
- Streefniveau (S) = 1S omschrijft het niveau om naar te streven (fundamenteel niveau op
volgende niveau 2F). Het wordt dan 1S genoemd.
- Tussendoelen = beschrijven globaal de ijkpunten in de ontwikkeling van leerlingen op
verschillende leerlijnen.
- Voordelen van een methode:
Tijdbesparend .
Doorgaande lijn/ afstemming tussen jaargroepen.
Afstemming tussen leerkrachten van een groep.
Handvatten voor differentiatie/ organisatiemodellen.
Systematische opbouw in moeilijkheidsgraad is een kenmerk van een effectieve
aanpak van het (voorbereidend) lees- en spellingonderwijs.
Didactische richtlijnen voor de begeleiding van leerlingen met problemen.
Voldoende tijd inroosteren.
- Effectieve leertijd = de tijd die wordt besteed aan het lees- en spellingonderwijs.
- Instructie is noodzakelijk totdat het niveau van functionele geletterdheid bereikt is. Goede,
gerichte feedback stuurt de leerling in zijn leerproces.
- Instructie = de uitleg van de leerkracht en de begeleide inoefening van de leerstof. Een goede
instructie is altijd gekoppeld aan het doel dat bereikt moet worden.
- In de fase van het voorbereidend en aanvankelijk lezen en spellen zullen de instructie en
inoefening gericht zijn op fonologisch bewustzijn, letterkennis en (in groep 3) op het
(de)coderen van woorden.
- In de fase van het voortgezet technisch lezen staat vooral het automatiseren centraal en
krijgt vlot en vloeiend lezen veel aandacht. Bij spelling is de instructie gericht op het
toepassen van regels en strategieën.
- Kenmerkend voor een goede instructie:
De leerkracht verwoordt expliciet bepaalde denkstappen en strategieën.
Nieuwe vaardigheden doet de leerkracht hardop denken en stapsgewijs voor.
De instructie moet de leerling voldoende in staat stellen om de taak uit te voeren.
De instructie zoals die klassikaal gedaan is, wordt in kleinere stappen herhaald.
De leerling krijgt eerst de kans om de aangeleerde vaardigheid geïsoleerd toe te passen
in een oefening waar specifiek alleen om deze vaardigheid gevraagd wordt. Als de
vaardigheid voldoende beklijfd is, worden de aangeleerde vaardigheden in verschillende
contexten en situaties toegepast.
- Kenmerken begeleide inoefening:
Duidelijke expliciete instructie waarbij de leerkracht: elke denkstap hardop voordoet.
Steeds bij de leerlingen nagaat of ze de stap begrijpen.
Wel voorbeelden geeft, maar verder zo min mogelijk uitweidt.
Stapsgewijs de moeilijkheidsgraad van de oefening verhoogt.
- Soorten feedback: (d.m.v. feedback wordt bewustwording van het eigen leerproces
gestimuleerd en leerlingen worden gemotiveerd om door te gaan).
Persoonsgericht (Jij kan dit goed)
Inspanningsgericht (Jij hebt hard gewerkt).
Procesgericht (Lees de eerste letter nog eens).
Resultaatgericht (Dat is goed).
- Kenmerken van effectieve feedback bij lezen:
Hele woord correct voorzeggen een adequate strategie als het doel vloeiend en
correct lezen is.