Paragraaf 1.1
Begrippenlijst economie:
Schaars: Je moet moeite voor het product doen, het is er niet vanzelf.
Doelgroep: Groep personen met dezelfde interesses
Marketingmix: De manier waarop een bedrijf de verschillende marketinginstrumenten
tegelijk gebruikt.
Marketinginstrumenten: De zes p’s
1. Productbeleid
2. Prijsbeleid
3. Plaatsbeleid
4. Promotiebeleid
5. Personeelsbeleid
6. Presentatiebeleid
Paragraaf 1.2
Welvaart: De mate waarin je met je beschikbare middelen in je behoeften kunt voorzien.
Bbp: Bruto binnenlands product. De totale waarde van alle geproduceerde goederen en
diensten.
Inkomensvormen: Manieren om inkomsten te verdien
Inkomen uit arbeid -> salaris
Inkomen uit bezit -> de opbrengst met het huren van een huis
Inkomen uit overdrachten -> uitkeringen
Personele inkomensverdeling: De verdeling van het totale inkomen van een land over de
inwoners.
Nationaal inkomen: De optelsom van alle inkomens uit arbeid en bezit (loon, rente of winst).
Inkomen per hoofd van de bevolking: Het gemiddeld inkomen per inwoner van een land.
Berekening - inkomen per hoofd van de bevolking: Nationaal inkomen : aantal inwoners
Voorbeeld: In 2019 was het nationaal inkomen 812 miljard. Datzelfde jaar waren er 17,28
miljoen inwoners. 812 000 000 000 : 17 280 000 = €46.990,- (afgerond)
Berekening - toename of afname in procenten uitdrukken: Verschil : oud x 100
Voorbeeld: Je krijgt €15 zakgeld per maand, dit wordt verhoogd naar €20 euro (5 euro
verschil). 5 : 15 x 100 = 33,3 % gestegen.
Begrippenlijst economie:
Schaars: Je moet moeite voor het product doen, het is er niet vanzelf.
Doelgroep: Groep personen met dezelfde interesses
Marketingmix: De manier waarop een bedrijf de verschillende marketinginstrumenten
tegelijk gebruikt.
Marketinginstrumenten: De zes p’s
1. Productbeleid
2. Prijsbeleid
3. Plaatsbeleid
4. Promotiebeleid
5. Personeelsbeleid
6. Presentatiebeleid
Paragraaf 1.2
Welvaart: De mate waarin je met je beschikbare middelen in je behoeften kunt voorzien.
Bbp: Bruto binnenlands product. De totale waarde van alle geproduceerde goederen en
diensten.
Inkomensvormen: Manieren om inkomsten te verdien
Inkomen uit arbeid -> salaris
Inkomen uit bezit -> de opbrengst met het huren van een huis
Inkomen uit overdrachten -> uitkeringen
Personele inkomensverdeling: De verdeling van het totale inkomen van een land over de
inwoners.
Nationaal inkomen: De optelsom van alle inkomens uit arbeid en bezit (loon, rente of winst).
Inkomen per hoofd van de bevolking: Het gemiddeld inkomen per inwoner van een land.
Berekening - inkomen per hoofd van de bevolking: Nationaal inkomen : aantal inwoners
Voorbeeld: In 2019 was het nationaal inkomen 812 miljard. Datzelfde jaar waren er 17,28
miljoen inwoners. 812 000 000 000 : 17 280 000 = €46.990,- (afgerond)
Berekening - toename of afname in procenten uitdrukken: Verschil : oud x 100
Voorbeeld: Je krijgt €15 zakgeld per maand, dit wordt verhoogd naar €20 euro (5 euro
verschil). 5 : 15 x 100 = 33,3 % gestegen.