HC1: Inleiding recht en psychologie & Trauma, dissociatie en hervonden herinneringen
Inleiding recht en psychologie
De psycholoog speelt op verschillende manieren een rol in het strafrecht. Een psycholoog wordt vaak
ingeschakeld als deskundige om bijvoorbeeld te rapporteren over de achtergrond van de verdachte.
Het gaat met name om voorlichting van het OM en de rechter. Het gaat erom welke deskundigheid
een psycholoog kan bieden voor het recht? Het gaat om de functie van de psycholoog bij de
waarheidsvinding.
In een onderzoek wordt de koker steeds nauwer. Er wordt op gegeven moment gefocust op één
dader;de verdachte. De rechtspsychologen denken wel eens dat de rechter beslist, wie heeft het
gedaan. Maar de rechter heeft een tenlastelegging voor zich waarin staat dat die verdachte dat heeft
gedaan. De rechter onderzoekt dus of de verdachte schuldig is aan het in de tenlastelegging
omschreven feit. Dat betekent niet dat de rechter geen oog heeft voor alternatieve scenario‟s. De
rechter onderzoekt dan of het waar is dat deze verdachte het heeft gedaan.
We hebben een tijd gehad dat rechters en psychologen allerlei verwijten maakten. Rechters zeiden
tegen psychologen; jullie snappen niks van het strafproces, van strafrechtelijke waarheidsvinding.
Psychologen denken, wat die rechters doen, dan is niks, ze moeten hypothesen toetsen, dat zijn wij in
ons vak gewend. Maar beiden moeten van elkaar leren.
De waarheidsvinding in strafzaken gaat heel sterk om de tenlastelegging, die moet worden bewezen
met wettige bewijsmiddelen. Die wettige bewijsmiddelen brengen ook veel beperkingen met zich mee
die ook voor andere personen dan juristen soms lastig te hanteren zijn. Bijvoorbeeld: één getuige is
geen getuige. Dan is een reële regel. Er moet ook ander bewijs zijn. Je kunt je voorstellen dat het in
zedenzaken grote problemen kan opleveren. Zedenzaken spelen zich vaak af in een situatie met twee
personen, er zijn vaak geen getuigen. Met een beetje geluk heb je stille getuigen zoals sperma en
haren. Zo niet dan heb je alleen de verklaring van het slachtoffer en dat is niet voldoende. Dan wordt
vaak vrijgesproken. Dat hoeft niet per se de feitelijke waarheid te zijn.
De rechter zich vast aan de bewijsregels. De rechter moet met de grootst mogelijke mate van
waarschijnlijkheid vaststellen dat hetgeen ten laste is gelegd ook werkelijk is gebeurd. Om tot dit
bewijsoordeel te komen moet de rechter soms ook naar een alternatieve gang van zaken kijken. De
juridische waarheid valt niet altijd samen met de waarheid van de verdachte of het slachtoffer.
Er is nog een andere belangrijke bewijsregel. We hebben in het strafproces ook als regel dat als
iemand een belastende verklaring aflegt in het strafproces dat je (verdachte/verdediging) die
betrokkene een keer moet hebben kunnen ondervragen, bij voorkeur ten overstaan van de rechter.
Als dat niet kan omdat die getuige bijvoorbeeld overleden is of te bang is te verschijnen, dan is er een
probleem. Dan kan de rechter geen oordeel geven in de zaak, als de rechter het niet kan bewijzen,
dan volgt er vrijspraak.
Voorbeeld: een vrouw stond terecht wegens het zwaar mishandelen van twee andere mensen met
een mes: opzettelijk zwaar lichamelijk letsel waardoor de dood is ingetreden. De vrouw had bij de
politie eerst bekend. Later zei ze, zo is het niet gegaan. Ze zei dat ze werd bedreigd. Er werd
vastgesteld dat ze inderdaad snijd- en prikwonden had. Dat is een sterk alternatief verhaal dat de
rechter moet onderzoeken. Toen bleek dat de verwondingen hoogstwaarschijnlijk door zelfverwonding
waren aangebracht en dat de vrouw wel de dader was.
Het belang van de psychologie is, neem die alternatieve scenario‟s serieus! Maar niet alle alternatieve
scenario‟s hoeven serieus te worden genomen.
De waarde van de psycholoog voor het proces
De psycholoog heeft kennis die de strafrechter behulpzaam kan zijn bij het nemen van beslissingen.
Maar de psycholoog moet die kennis weten te vertalen zodat de strafrechter (leek op dit gebied) deze
kan begrijpen. En de strafrechter moet z‟n best doen de psycholoog te begrijpen. Daarom is het
handig een beetje kennis te hebben van beide gebieden.
Dit vak is mede bedoeld om elkaar te leren begrijpen; wat doen we? Leren de goede vragen te stellen.
Voorbeelden van deskundigheidsgebieden
- Rapportage over de persoon van de verdachte.
- Beoordeling van de vraag of een kwetsbare getuige (op de zitting) kan worden gehoord.
, - Beoordeling van de vraag of een betekenis al dan niet vals is. Zaanse verhoormethode;
allemaal foto‟s van slachtoffers; psychologen hebben daarvan gezegd, dat leidt tot valse
bekentenissen.
- Beoordeling van de betrouwbaarheid van de verklaring van het slachtoffer.
- De (on)mogelijkheden van visuele waarneming? Voorbeeld automobilist die uitwijkt omdat hij
een fiets op de weg ziet leggen maar doordat hij uitwijkt rijdt hij de fietser dood. Hij heeft
afwisselend gekeken naar het licht in de verte en het donker voor hem. Je ogen kunnen daar
niet zo snel aan aanpassen. Uiteindelijk werd vastgesteld dat hij het niet had kunnen zien. Hij
werd vrijgesproken.
Waar zijn psychologen nog meer voor van belang?
Beoordeling van de wijze van verhoor
Verhoortechnieken (onder meer hoe krijg je de verdachte aan de praat, hoe voorkom je valse
bekentenissen, suggestie tijdens verhoor); getuigen en verdachten met verstandelijke
handicap.
Signalement en herkenning.
Hervonden herinneringen, betrouwbaar?
Het rechterlijk besluitvormingsproces (onder meer het denk- en beslisproces in raadkamer).
De confirmation bias en tunnelvisie.
Betrouwbaarheid van confrontaties, de waarde van herkenningen.
De werking van het geheugen.
Daderprofilering.
Bewijs en overtuiging (verhaal en verankering).
Het herkennen van stemmen.
De diagnostische waarde van bewijsmiddelen.
Voor de rechter is het moeilijk om te bepalen welke psycholoog de verlangde specifieke
deskundigheid heeft. Wij hebben een deskundigenregister. De bedoeling is dat daarin deskundigen
worden opgenomen die bewezen deskundigen zijn op dat gedeelte van het vakgebied. Om de zoveel
jaar wordt er getest of ze nog steeds deskundig zijn. De rechter kan dat register raadplegen. Van
belang is ook dat de deskundige op tegenargumenten wijst en op andere methoden of op collega‟s die
tot een ander oordeel zouden kunnen komen; de rechter kan immers niet zelfstandig de kwaliteit van
het rapport beoordelen. Dit is van belang om de waarde van het rapport van de deskundigen te
kunnen bepalen.
Trauma, dissociatie en hervonden herinneringen (verdringing)
Wat is trauma? De definitie van een trauma is een ervaring die alle verwachtingen te boven gaat.
Binnen de psychologie bestaat er een handleiding waarin “recepten” staan voor stoornissen: DSM.
PTSS: Posttraumatische Stress Stoornis:
1. Stressor criterium: blootstelling aan feitelijke of dreigende dood, ernstige verwoning, seksueel
geweld. Je kunt dat zelf meemaken, maar je kunt er ook getuige zijn. Ook traumatisch kan zijn dat je
hoort van een familielid of goede vriend die betrokken is geweest bij een ernstig ongeluk. Als laatste
kun je herhaaldelijk
Symptomen zitten in clusters.
2. Herbelevingen. Denk aan herinneringen, nachtmerries of flashbacks. Intense psychologische stress
als je geconfronteerd wordt met reminders. Sterke fysiologische reacties bij reminders.
3. Vermijden. Bijvoorbeeld van herinneringen en van plaatsen.
4. Veranderingen in cognitie en stemming: onvermogen om je een belangrijk aspect van het trauma te
herinneren: dissociatieve amnesie. Het is te groot om verklaart te worden door gewone
vergeetachtigheid, zoals een klap op je hoofd of alcohol. Je kunt dus aan de ene kant te veel
herinneringen hebben (cluster 2) en aan de andere kant dingen niet meer weten.
5. Hyper-arousal: bijvoorbeeld concentratie-verlies, slaapproblemen, overdreven waakzaamheid.
Casus Kitty Hendriks
Kitty ging in therapie omdat ze verkracht was en daar niet goed mee overweg kon. Ze wilde hulp bij
het verwerken. Toen ze puber was werd ze misbruikt door haar buurman. Ze vroeg zich af of het bij
haar paste dat ze seksuele misbruik uitlokte. Ze kreeg gedurende de therapie die ze eerder niet had;
ze hervond herinneringen aan misbruik van vóór de leeftijd van vier jaar. Het ging almaar slechter, ze
, ging drinken, ongezonder eten. Ze kreeg ook herbelevingen en heftige pijnen. Ze ging zichzelf
verwonden en ontwikkelde een heftige angst voor honden. Hoe kan dit nou? Hoe verklaar je dit?
Dit zou het gevolg zijn van speciale geheugenmechanismen. De eerste is de Freudiaanse
Verdringing. Het is een functionele interpretatie; als je verdringt dan verban je uit zelfbescherming, je
verdringt zonder dat je het zelf weet bedreigende herinneringen naar je onderbewustzijn.
Karakteristieken:
1.Het is selectief vergeten om psychologische pijn te vermijden.
2. Je doet het niet opzettelijk, het gebeurt gewoon. Staat niet onder vrijwillige controle.
3. Op de een of andere manier blijft het verdrongen materiaal in tact en het moet er uit. Het zorgt voor
symptomen en gedragskenmerken, zogenaamde body memories; bijvoorbeeld gedrag dat alleen
kinderen van 3 jaar doen, dan zegt de theorie dat je op die leeftijd bent misbruikt.
Aanname: verdrongen herinneringen zorgen voor andere symptomen (het moet er toch uit) en
gedragskenmerken (zg. body memories).
Dissociatie
Definitie: desintegratie van normale psychologische functies waarneming, geheugen en bewustzijn.
Opvattingen over dissociatie in de klinische literatuur:
- Oorzaak: vroegkinderlijk ernstig trauma.
- Overlevingsstrategie; emotionele afstand nemen van het trauma.
- Volwassen leeftijd; overlevingsstrategie gaat over in een habituele strategie om met dagelijkse
stress om te gaan.
De meest extreme vorm van dissociatie is de Dissociatieve Identiteits stoornis (DIS). Het gaat erom
dat mensen meerdere afgesplitste delen van persoonlijkheden hebben. Mensen ervaren dat als gaten
in de tijd. Het is interidentiteits amnesie, uit zich als tijd missen, spullen tegenkomen die je niet kent en
mensen zeggen dat ze dingen hebben gedaan die ze niet meer weten.
Verdringing versus dissociatie
Er is een verschil in de ontstaansgeschiedenis: verdringing
De achterliggende theorie is wat anders, bij verdringing gaat het erom dat er een superego is, een
normaal ego en een onderbewustzijn. Bij dissociatie gaat het om het parallel lopen van bepaalde
stromen van informatieverwerkingen; verschillende bewustzijns naast elkaar.
Beide theorieën zijn speciale mechanismen. Iedereen vergeet dingen, dat zijn normale mechanismen.
Beide zijn ook in het leven geroepen op “vergeten” te verklaren.
De docent denkt dat we mechanismen zoals verdringing en dissociatie niet nodig hebben. Volgens
haar kunnen we het verklaren vanuit de gewone geheugentheorie.
Om dat te staven gaan we eerst in op verdringing.
Voorbeeld: “In the first week of september a new college forgets to attend his library orientation. But a
bit later his story sounds more complex. He recalls a time when three of his classmates in elementary
school shot spitballs in the school library, and he, wrongly, was thrown out.
He has repressed, not forgotten, his appointment in the graduate-school library. The emotional
meaning of his earlier humiliation has interfered with his ability to keep the appointment in mind.
Terr‟s cirkelredenering. Een cirkelredenering is dat je oorzaken afleidt uit een resultaat. Voorbeeld:
paracetamol helpt tegen hoofdpijn, hoofdpijn wordt veroorzaakt door te weinig paracetamol. Het is een
cirkelredenering omdat er veel verschillende soorten zijn van hoofdpijn, dus je kunt niet
terugredeneren.
Zo is het met vergeten ook, vergeten kan ook veel verschillende oorzaken hebben. Herinneren is een
proces van 3 stappen:
- Coderen; op het moment dat je iets emotioneels meemaakt heb je aandacht nodig om het in
je op te nemen. Aandachtsvernauwing. Je let bijvoorbeeld bij een overval alleen op het
pistool. Dat heeft gevolgen voor je herinnering aan de overval straks. Ook de context waarin je
iets codeert is van belang. Interpretatie van dingen is belangrijk voor je herinneringen.
- Vastleggen; op het moment dat je veel drinkt of drugs gebruikt of hersenletsel oploopt, dan
kan dat problemen opleveren voor het vaststellen. Mensen kunnen zich dingen van daarvoor
niet meer herinneren.