Semiotische analyse volgens Peirce of Barthes (Beeldtaal).............................2
Tekens (Beeldtaal)............................................................................................ 2
A/S model......................................................................................................... 3
Visuele Retorica (Beeldtaal)............................................................................. 4
Stijlmiddelen (Beeldtaal).................................................................................. 5
Fysieke identiteit – Weijnand............................................................................ 5
Checklist voor Gestalt (Beeldtaal)....................................................................7
Basiselementen Visuele Identiteit....................................................................9
Vier vectoren Wally Ollins............................................................................... 10
Model Birkigt & Stadler.................................................................................. 10
Identiteit prisma van Kapferer.......................................................................11
Brand Design Model van Ruud Boer’..............................................................11
De merkwijzer............................................................................................... 12
, 2
Semiotische analyse volgens Peirce of Barthes (Beeldtaal)
Voor Peirce: als je vooral wil weten of de info van de tekens bij je doelgroep zal
overkomen. Vraag: In welk verband staan de tekens tot het object waarnaar ze
verwijzen (iconisch, indexicaal of symbolisch)
Voor Barthes: belang van gelaagdheid van betekenis die via beeld moeten
worden overgedragen.
Vraag Barthes:
1. Geef aan welke tekens je herkent o.b.v. eenvoudige herkenning objectieve
kenmerken (wat zie ik = (primaire) denotatie
2. Wat herken je o.b.v. kennis (wat weet ik = (secundaire) connotatie
3. Welke tekens verwijzen naar waarden en begrippen cultuur/ sociale groep
4. Welke tekens geven aanleiding of ruimte voor persoonlijke waardering?
Als laatst:
Beschrijf wat volgens jouw de betekenis is van gekozen tekens en wat de
samenhang is.
Tekens (Beeldtaal)
Symbolische tekens zijn tekens die zuiver op een sociale,
cultuurgebonden afspraak of conventie berusten. De meeste woorden
behoren daartoe (behalve gevallen als onomatopee/geluidtaal), maar ook
een gebaar als ja-knikken of wuiven.
vb. het logo van de Olympische spelen (vijf ringen)
Iconische tekens: berusten op een zekere gelijkenis of op een
gemeenschappelijk kenmerk tussen het teken en het betekende. Denk aan
een portret en de persoon die er op wordt afgebeeld, of aan de beeldende
aanduidingen die gebruikt worden om de uitgang van een station aan te
geven. Zie ook pictogram.
Voorbeeld: Kom met met water verwijst naar een vis
Indexicale tekens: Dit zijn verwijzende tekens die berusten op
continuïteit of onophoudelijkheid zoals in de metonymie ( daarbij zeg je niet
rechtstreeks wat je bedoelt, maar een woord gebruikt dat daarmee te maken heeft. .)
Voorbeelden daarvan zijn rook voor vuur of een voetafdruk voor
aanwezigheid. Rook gelijkt niet op vuur (vgl. icoon) maar het is ook meer
dan een puur conventioneel teken ervoor (vgl. symbool): het ene verwijst
(Lat. index = wijsvinger) naar het andere d.m.v. een oorzaak-gevolg relatie
Denotatie: Denotatie is op zichzelf ook weer gelaagd en bestaat uit twee
lagen. Bij primaire denotatie analyseer je letterlijk wat je ziet, de eerste
indrukken/kenmerken. De betekenis daarvan ligt vast. Je ziet een grote,
gele letter ‘M’. Bij secundaire denotatie wordt al meer uitgegaan van
kennis, dezeis intersubjectief. Je herkent de gele ‘M’ al, die is namelijk
gekoppeld aan kennis en een herinnering: de gele ‘M’ is van de
fastfoodketen Mc Donalds.
Connotatie: De tweede laag in de gelaagde betekenis is connotatie.
Connotatie speelt in op het gevoel en is dus subjectief (met mening).
Net zoals denotatie bestaat ook connotatie uit twee niveaus (vormen na de
niveaus van denotatie dus niveau drie en vier). Het derde niveau wordt
primaire connotatie (ook wel culturele connotatie) genoemd en gaat uit
Samenvatting Visuele Identiteit
, 3
van waarden die vanuit de maatschappij/cultuur zijn verkregen. Bij Mc
Donalds verkopen ze fastfood. Het eten is lekker, maar je wordt er wel dik
van.
A/S model
Actuele werking/Hoe komt het over?
Vorm Functie Inhoud
Formeel: de Materieel: Praktisch: Ideëel: De Representat Representati
kenmerkende waar is het bepaalt de ideële functie ie concreet: e abstract:
visuele van belangrijkste ligt meer op het en verwijzend
eigenschap functionele vlak van de (voorstelling naar een
van een gemaakt? eigenschap van bedoeling van
) betekenis
product (welke het product (Wat het product (Wat anderzijds.
elementen zie moet je doen met wil het product (Huisicoon op
Wat zie ik?
je?) het product?) bereiken?) website staat
(Concreter)
voor het begrip
‘home’.)
VB: Ik zie Papier en Lezen/Vastpak Attitude Vrouw met Het blad is
foto’s, inkt ken verandering krat gericht op
letters, (Aanzetten bloemen in tuinieren en
woorden Voorbeeld Voorbeeld tot tuinieren) handen in bloemen
(Nescafé (Nescafé een tuin. planten
Voorbeeld Koffie) Koffie) Commercieel hoort
(Nescafé (kopen van Voorbeeld hierbij. Ook
Koffie) Karton en Houdt de het tijdschrift) (Nescafé is het
inkt koffie bij Koffie) tijdschrift
Doos, elkaar. Kennis
voor zowel
afbeeldinge (cognitief) Kop koffie
man als
n, letters,
Voorbeeld vrouw,
cijfers.
(Nescafé vandaar de
Koffie) vrouw op de
cover.
Voorbeeld Vrouw
(Nescafé concreet
Koffie) beschrijven,
dat
Aantrekkelijk tuinieren
kopen leuk is.
(commercieel
) Voorbeeld
(Nescafé
Koffie van Koffie)
Nescafé
kopen Koffie van
Nescafé is
Samenvatting Visuele Identiteit