Opdrachten: Ga bij het maken van de opdrachten uit van de (Kluwer)
Belastingwetten 2014.
Week 1:
1. Leg uit waarom de wetgever de fictiebepaling van artikel 3 SW heeft
opgenomen in de Successiewet. Geef tevens aan wat dit artikel inhoudt.
Besteed daarbij aandacht aan lid 1 en lid 2 van artikel 3 SW en de
verschillen tussen deze twee leden.
Om te voorkomen dat iemand naar het buitenland verhuisd en de
erf- of schenkbelasting ontloopt. Art. 3 lid 1 SW
- Nationaliteit Nederlander.
- Die in Nederland heeft gewoond.
- Binnen 10 jaar overlijdt of een schenking doet.
Wordt geacht in Nederland te hebben gewoond, dan geldt de
Nederlandse belastingheffing art. 1.1 SW.
art. 3 lid 2 SW.
- Eenieder.
- 1 jaar.
- Nederland heeft verlaten en een schenking heeft gedaan.
2. De Nederlander Bas is 7 jaar geleden vanuit Nederland geëmigreerd naar
België. Tijdens een vakantie in Zwitserland komt Bas plotseling te
overlijden. Zijn nalatenschap bestaat uit een banktegoed bij een Belgische
bank van € 3.200.000. Enig erfgenaam is zijn dochter Lisette, die woont en
studeert in Engeland.
In welke land(en) is Lisette erfbelasting verschuldigd als we ervan uitgaan
dat we in alle landen dezelfde wetgeving kennen als in Nederland? Motiveer
je antwoord met behulp van de wet.
Als beide landen dezelfde regeling hebben valt de belastingheffing
onder beide landen, dus zowel Nederland als België art. 3 lid 1 SW
jo. art. 1.1 SW. Het gaat om de woonplaats van de overledene en
woonplaats ontvanger is niet relevant.
3. Het tarief van de Successiewet 1956 kent een dubbele progressieve
werking.
a. Leg uit wat bedoeld wordt met de dubbele progressieve werking van het
tarief in de
Successiewet.
Hoe meer je ontvangt hoe meer je moet betalen. Hoe verder de
verwantschap hoe hoger de heffingstarief.
b. Geldt deze dubbele progressieve werking voor zowel de erfbelasting als
de
schenkbelasting? Motiveer je antwoord met behulp van de wet.
Ja, art. 24 SW is op beide van toepassing dus geldt voor allebei.
4. Bereken de erfbelasting. Een man, woonachtig in Amsterdam, overlijdt in
2014 met achterlating van 1 kind. Dit kind (25 jaar en kerngezond) erft
alles. De nalatenschap bedraagt totaal € 150.000 .
, Motiveer je antwoord met behulp van de wet.
De nalatenschap bedraagt € 150.000
art. 32 lid 1 sub c vrijstelling kind: € 19.868
€ 150.000
€ 19.868 – (vrijstelling kind)
€ 130.132
€ 117.214- 10 % € 11.721 art. 24 lid 1 SW
€ 12.918 20% € 2.583 +
€ 14.304 erfbelasting verschuldigd door het kind.
Jelle, woonachtig in Zuidhorn, schenkt zijn 3-jarige neefje Harry in 2014 €
2.000. Hoeveel schenkbelasting is er verschuldigd ? En door wie?
Motiveer je antwoord met behulp van de wet.
Jelle Schenkt zijn neefje € 2.000,- art. 33 sub 7 SW. Het is een
ander geval er geldt een vrijstelling van € 2.092,- deze is hoger
dan de verkrijging en dus is er geen erfbelasting verschuldigd.
5. Dezelfde Jelle schenkt zijn 5-jarige neefje Harry twee jaar later € 207.500.
Hoeveel schenkbelasting is er verschuldigd? Ga er bij de beantwoording
van de vraag vanuit dat dezelfde vrijstellingen en tarieven gelden in 2016.
Motiveer je antwoord met behulp van de wet.
Jelle schenkt zijn 5 jarige neefje € 207.500
De vrijstelling bedraagt: € 2.092- art. 33 sub 7
SW.
€ 205.408
€ 117.214 -30 % € 35.164 (overige
gevallen)
€ 88.194 40 % € 35.277 +
Totaal: schenkbelasting: € 70.441
6. Joost (32 jaar) en Karin (31 jaar) hebben al 12 jaar een relatie en wonen
sinds 1 februari 2013 samen aan de Korreweg 57. Ze zijn niet gehuwd en
hebben ook geen geregistreerd partnerschap. Ook hebben ze geen
samenlevingsovereenkomst op laten stellen. Wel heeft Joost tijdens leven
een testament opgesteld waarin hij Karin tot enig erfgenaam benoemd
heeft. Ook Karin heeft een testament laten opstellen, zij heeft hierin Joost
tot haar enig erfgenaam benoemd. Op 13 juli 2014 komt Joost bij een
noodlottig ongeval om het leven. Joost en Karin hebben geen kinderen en
zijn geen bloedverwant van elkaar. De nalatenschap van Joost bestaat uit
een spaarbedrag van € 65.000 euro. Tevens heeft hij een auto die een
waarde van € 10.000 heeft. Verder heeft Joost geen bezittingen en hij heeft
ook geen schulden. Zijn schuld aan DUO heeft hij onlangs afgelost. Joost en
Karin woonden in een huurhuis aan de Korreweg nummer 57 te Groningen;
op dit adres stonden zij ook beiden ingeschreven sinds zij hiernaar toe
verhuisd zijn.
Hoeveel erfbelasting dient Karin te betalen aan de fiscus? Motiveer je
antwoord met behulp van de wet.
De nalatenschap van Joost bedraagt: € 65.000
Auto: € 10.000 +
Totaal nalatenschap Joost: € 75.000
art. 5a Awr: partner = echtgenoot, geregistreerd partner.
Studiehandleiding, VAK Fiscale Aspecten, BLOK 3.2/4.2, STUDIEJAAR 2014-2015 Pagina 2
, art. 2 lid 6 Awr:
art. 1a SW ongehuwde personen met partner gelijkgesteld:
- Beide partners meerderjarig
- Op hetzelfde woonadres staan ingeschreven
- Notarieel samenlevingscontract - > hieraan voldoen zij niet.
De overige vrijstelling is van toepassing.
€ 75.000
€ 2.092 - art. 32 lid 4 onder f SW.
€ 72.908 30% € 21.872 voor overige gevallen art. 24 lid
1 SW
7. Bereken de schenkbelasting in het onderstaande geval.
Een man schenkt zijn dochter (25 jaar) € 50.000. Dit in verband met een
dure opleiding die zijn dochter volgt, te weten een opleiding tot piloot. De
kosten voor deze opleiding bedragen € 30.000 per jaar (exclusief kosten
voor levensonderhoud). De schenking vindt plaats bij notariële akte, waarin
de ontbindende voorwaarde is opgenomen dat de schenking vervalt als
deze niet binnen 2 kalenderjaren na het ‘schenkingsjaar’ is aangewend voor
de studie/opleiding. Voorts zal het kind in de aangifte schenkbelasting een
beroep doen op een verhoogde vrijstelling.
Motiveer je antwoord met behulp van de wet.
Studiehandleiding, VAK Fiscale Aspecten, BLOK 3.2/4.2, STUDIEJAAR 2014-2015 Pagina 3
Belastingwetten 2014.
Week 1:
1. Leg uit waarom de wetgever de fictiebepaling van artikel 3 SW heeft
opgenomen in de Successiewet. Geef tevens aan wat dit artikel inhoudt.
Besteed daarbij aandacht aan lid 1 en lid 2 van artikel 3 SW en de
verschillen tussen deze twee leden.
Om te voorkomen dat iemand naar het buitenland verhuisd en de
erf- of schenkbelasting ontloopt. Art. 3 lid 1 SW
- Nationaliteit Nederlander.
- Die in Nederland heeft gewoond.
- Binnen 10 jaar overlijdt of een schenking doet.
Wordt geacht in Nederland te hebben gewoond, dan geldt de
Nederlandse belastingheffing art. 1.1 SW.
art. 3 lid 2 SW.
- Eenieder.
- 1 jaar.
- Nederland heeft verlaten en een schenking heeft gedaan.
2. De Nederlander Bas is 7 jaar geleden vanuit Nederland geëmigreerd naar
België. Tijdens een vakantie in Zwitserland komt Bas plotseling te
overlijden. Zijn nalatenschap bestaat uit een banktegoed bij een Belgische
bank van € 3.200.000. Enig erfgenaam is zijn dochter Lisette, die woont en
studeert in Engeland.
In welke land(en) is Lisette erfbelasting verschuldigd als we ervan uitgaan
dat we in alle landen dezelfde wetgeving kennen als in Nederland? Motiveer
je antwoord met behulp van de wet.
Als beide landen dezelfde regeling hebben valt de belastingheffing
onder beide landen, dus zowel Nederland als België art. 3 lid 1 SW
jo. art. 1.1 SW. Het gaat om de woonplaats van de overledene en
woonplaats ontvanger is niet relevant.
3. Het tarief van de Successiewet 1956 kent een dubbele progressieve
werking.
a. Leg uit wat bedoeld wordt met de dubbele progressieve werking van het
tarief in de
Successiewet.
Hoe meer je ontvangt hoe meer je moet betalen. Hoe verder de
verwantschap hoe hoger de heffingstarief.
b. Geldt deze dubbele progressieve werking voor zowel de erfbelasting als
de
schenkbelasting? Motiveer je antwoord met behulp van de wet.
Ja, art. 24 SW is op beide van toepassing dus geldt voor allebei.
4. Bereken de erfbelasting. Een man, woonachtig in Amsterdam, overlijdt in
2014 met achterlating van 1 kind. Dit kind (25 jaar en kerngezond) erft
alles. De nalatenschap bedraagt totaal € 150.000 .
, Motiveer je antwoord met behulp van de wet.
De nalatenschap bedraagt € 150.000
art. 32 lid 1 sub c vrijstelling kind: € 19.868
€ 150.000
€ 19.868 – (vrijstelling kind)
€ 130.132
€ 117.214- 10 % € 11.721 art. 24 lid 1 SW
€ 12.918 20% € 2.583 +
€ 14.304 erfbelasting verschuldigd door het kind.
Jelle, woonachtig in Zuidhorn, schenkt zijn 3-jarige neefje Harry in 2014 €
2.000. Hoeveel schenkbelasting is er verschuldigd ? En door wie?
Motiveer je antwoord met behulp van de wet.
Jelle Schenkt zijn neefje € 2.000,- art. 33 sub 7 SW. Het is een
ander geval er geldt een vrijstelling van € 2.092,- deze is hoger
dan de verkrijging en dus is er geen erfbelasting verschuldigd.
5. Dezelfde Jelle schenkt zijn 5-jarige neefje Harry twee jaar later € 207.500.
Hoeveel schenkbelasting is er verschuldigd? Ga er bij de beantwoording
van de vraag vanuit dat dezelfde vrijstellingen en tarieven gelden in 2016.
Motiveer je antwoord met behulp van de wet.
Jelle schenkt zijn 5 jarige neefje € 207.500
De vrijstelling bedraagt: € 2.092- art. 33 sub 7
SW.
€ 205.408
€ 117.214 -30 % € 35.164 (overige
gevallen)
€ 88.194 40 % € 35.277 +
Totaal: schenkbelasting: € 70.441
6. Joost (32 jaar) en Karin (31 jaar) hebben al 12 jaar een relatie en wonen
sinds 1 februari 2013 samen aan de Korreweg 57. Ze zijn niet gehuwd en
hebben ook geen geregistreerd partnerschap. Ook hebben ze geen
samenlevingsovereenkomst op laten stellen. Wel heeft Joost tijdens leven
een testament opgesteld waarin hij Karin tot enig erfgenaam benoemd
heeft. Ook Karin heeft een testament laten opstellen, zij heeft hierin Joost
tot haar enig erfgenaam benoemd. Op 13 juli 2014 komt Joost bij een
noodlottig ongeval om het leven. Joost en Karin hebben geen kinderen en
zijn geen bloedverwant van elkaar. De nalatenschap van Joost bestaat uit
een spaarbedrag van € 65.000 euro. Tevens heeft hij een auto die een
waarde van € 10.000 heeft. Verder heeft Joost geen bezittingen en hij heeft
ook geen schulden. Zijn schuld aan DUO heeft hij onlangs afgelost. Joost en
Karin woonden in een huurhuis aan de Korreweg nummer 57 te Groningen;
op dit adres stonden zij ook beiden ingeschreven sinds zij hiernaar toe
verhuisd zijn.
Hoeveel erfbelasting dient Karin te betalen aan de fiscus? Motiveer je
antwoord met behulp van de wet.
De nalatenschap van Joost bedraagt: € 65.000
Auto: € 10.000 +
Totaal nalatenschap Joost: € 75.000
art. 5a Awr: partner = echtgenoot, geregistreerd partner.
Studiehandleiding, VAK Fiscale Aspecten, BLOK 3.2/4.2, STUDIEJAAR 2014-2015 Pagina 2
, art. 2 lid 6 Awr:
art. 1a SW ongehuwde personen met partner gelijkgesteld:
- Beide partners meerderjarig
- Op hetzelfde woonadres staan ingeschreven
- Notarieel samenlevingscontract - > hieraan voldoen zij niet.
De overige vrijstelling is van toepassing.
€ 75.000
€ 2.092 - art. 32 lid 4 onder f SW.
€ 72.908 30% € 21.872 voor overige gevallen art. 24 lid
1 SW
7. Bereken de schenkbelasting in het onderstaande geval.
Een man schenkt zijn dochter (25 jaar) € 50.000. Dit in verband met een
dure opleiding die zijn dochter volgt, te weten een opleiding tot piloot. De
kosten voor deze opleiding bedragen € 30.000 per jaar (exclusief kosten
voor levensonderhoud). De schenking vindt plaats bij notariële akte, waarin
de ontbindende voorwaarde is opgenomen dat de schenking vervalt als
deze niet binnen 2 kalenderjaren na het ‘schenkingsjaar’ is aangewend voor
de studie/opleiding. Voorts zal het kind in de aangifte schenkbelasting een
beroep doen op een verhoogde vrijstelling.
Motiveer je antwoord met behulp van de wet.
Studiehandleiding, VAK Fiscale Aspecten, BLOK 3.2/4.2, STUDIEJAAR 2014-2015 Pagina 3