Hart- en vaatziekten
Risicofactoren bij hart- en vaatziekten
- Leefstijlfactoren → (Over-)gewicht, mate van lichaamsbeweging, roken, gewichtsschommelingen,
alcohol gebruik, sociaal-economische klasse en stress.
- Medische geschiedenis → Medicatie (cortisteroïden, de pil, antibiotica),
familieanamnese/erfelijkheid, hypertensie, hypercholesterolemie, diabetes mellitus (type 1 en 2),
nierziekten/leverziekten en hypothyreoïdie (verminderde activiteit van de schildklier).
- Risico-indicatoren → Leeftijd, geslacht (voor menopauze hebben mannen een hoger risico, na
menopauze hebben vrouwen een hoger risico), bloeddruk, serum cholesterolgehalte, serum
homocysteïne gehalte en serum CRP.
Leefstijladviezen bij risico op hart- en vaatziekten
Niet roken, optimaal lichaamsgewicht en stress vermijden.
Voedingsadvies hart- en vaatziekten
- Gezond en gevarieerd eten met voldoende vitamines, mineralen en vezels en weinig verzadigd vet
- Eet voldoende volkorenproducten, groente en fruit, en kies voor magere of halfvolle
zuivelproducten, minder vette vleessoorten en 2 keer per week (vette) vis
- Weinig zout
Verhoogde bloeddruk
Risicofactoren hypertensie:
- Allerlei hart- en vaataandoeningen → Hartinfarct, hartfalen, hartritmestoornissen, perifere
vaataandoeningen (schade aan de bloedvaten in de benen)
- Herseninfarct en –beroerte
- Nierfunctiestoornissen
- Slechtziendheid
Je hebt een verhoogde bloeddruk bij een bloeddruk van 130/85 – 140/90 mmHg.
De medische diagnose voor hypertensie is:
- Volwassenen < 60: SBD 90/DBD 140
- Volwassenen > 60: SBD 90/DBD 160
- Volwassenen negroïde: SBD 80/DBD 130
Een multidisciplinaire behandeling heeft de voorkeur.
Hyperlipidemie
Serum cholesterol- en triglyceridengehalte:
Gewenst Verhoogd
Totaal cholesterol < 5,0 mmol/l ≥ 6,5 mmol/l
Triglyceriden < 2,3 mmol/l ≥ 2,5 mmol/l
HDL mannen > 1,0 mmol/l
HDL vrouwen > 1,3 mmol
LDL < 2,5 mmol/l
Ratio totaal cholesterol/HDL <5
,Hyperlipidemie is een risicofactor voor ischemische hartziekten als angina pectoris, acute coronaire
syndroom, myocard infarct, plotselinge dood, CVA, hartfalen en acute circulatiestoornis. Ook is het
een risicofactor voor xanthomen (erfelijke vorm). Risicoprofiel: leeftijd, te weinig lichaamsbeweging,
te hoog gewicht, hypertensie, roken, diabetes mellitus, oestrogenen in combinatie met roken,
mannelijk geslacht en stress. Verder zijn van invloed: diabetes, gewichtsverloop, buikomtrek; lever-
en nierziekten; hypotheroïdie; overmatig alcoholgebruik; medicijnen (corticosteroïden, anabole
steroïden, anticonceptiepil, diuretica in hoge dosering).
Het doel van de dieetbehandeling is het normaliseren van het totaal serumcholesterol tot < 5 mmol/.
Overige lipiden normaliseren tot normaalwaarden. Verder het normaliseren van het
lichaamsgewicht.
Het dieetadvies bij hyperlipidemie is:
- Verzadigd en trans-onverzadigd vet < 10 en%; vervanging verzadigde vetten door enkel- en
meervoudig onverzadigde vetten en door koolhydraten:
- 2 keer per week (vette) vis
- Toevoegen van 2 à 3 gram plantensterolen per dag
- Voedingsvezels ca. 3,4 g/MJ (14 gram-1000 kcal), bij voorkeur oplosbare vezels
- Vochtgebruik ≥ 1,5 l/dag
- Gekookte ongefilterde koffie vermijden
- Richtlijn Goede Voeding, nadruk op matig zout (< 6 g/dag, 2500 mg natrium) en alcohol (< 35
gram/dag), 2 voor de man en 1 voor de vrouw
- Bij te hoog gewicht: energiebeperking
- Antioxidanten: nadruk 200 gram groente en 2 porties fruit.
Leefregels: niet roken (stoppen met roken is het meest effectief!), extra lichaamsbeweging.
RGV RGV bij overgewicht Richtlijn hyperlipidemie
Totaal vet 20 – 40 en% 20 – 35 en% 30 – 35 en%
Verzadigd vet < 10 en% < 10 en% < 10 en%
Trans vet < 1 en% < 1 en% < 1 en%
MOV 12 en% 12 en% 4 – 10 en%
Linolzuur 2 en% 2 en% 4 – 8 en%
Alfa-linoleenzuur 1 en% 1 en% 0,5 – 1 en%
EPA + DHA 0,45 gram/dag* 0,45 gram/dag* 0,2 gram/dag
Plantensterolen - - 2 tot 3 gram/dag
Cholesterol - - Wees matig met cholesterol
Vezel 3,4 g/MJ 3,4 g/MJ 3,4 gram/MJ (voorkeur oplosbaar)
Vocht 1,5 – 2 liter 1,5 – 2 liter 2 liter
* In nieuwe richtlijn verhoogd van 0,2g naar 0,45g per dag.
Daling totaal cholesterol gehalte:
- Dieet → 10 – 20%
- Plantensterolen → Circa 10%
- Statines → Circa 30%
De belangrijkste bronnen van verzadigde vetten en transvetten zijn: roomboter, ‘harde’
margarinesoorten en ‘harde’ bak- en braadproducten die verpakt zijn in een wikkel, vet vlees en
vette vleeswaren (zoals worstsoorten, salami), volle melk, volle melkproducten en roomsoorten,
volvette kaas, zoete versnaperingen (zoals koek, gebak en chocolade), hartige versnaperingen met
, uitzondering van noten en pinda’s, palmpitolie, kokosolie en palmolie. De belangrijkste bronnen van
onverzadigde vetzuren zijn: plantaardige oliesoorten (met uitzondering van palmpitolie, kokosolie en
palmolie), dieetbak- en braadproducten, vloeibare bak- en braadproducten, margarines en halvarines
uit een kuipje, noten en pinda’s, vette vissoorten, producten op basis van olie, zoals mayonaise,
fritessaus en slasaus. De voornaamste bronnen van enkelvoudige onverzadigde vetzuren zijn:
olijfolie, arachideolie, raapzaadolie en pinda’s. Plantensterolen komen van nature voor in
plantaardige oliën, maar worden de laatste jaren ook toegevoegd aan ‘functionele’
voedingsmiddelen (bijvoorbeeld Becel Pro-Activ).
Overzicht vetzuren en invloed op bloedlipiden:
Tot. Chol. LDL HDL triglyceriden
Verzadigde vetzuren ↑ beetje ↑↑ [Mensink 1990, ↑ (beetje)
Mensink 2003, Ascherio
1992]
Transvetzuren ↑↑ ↑↑ [Mensink 1990, ↓ [Mensink 1990, ↑ [Mensink 1990,
Mensink 2003, Ascherio Mensink 2003, Mensink 2003,
1992] Ascherio 1992] Ascherio 1992]
Enkelvoudig ↓ ↓ ↑
onverzadigde vetzuren
Omega 6 vetzuren ↓↓ ↓↓ ↑
(linolzuur)
Omega 3 vetzuren (alfa ↓↓ ↓↓ ↑
linoleenzuur)
EPA en DHA □ - of ↑ (Hartweg, Perera - ↓ (Friedberg,
et al. 2008) (Hartweg, Perera et Janssen et al. 1998;
al. 2008) Montori Farmer et
al. 2000). (Hartweg,
Petere et al. 2008)
Plantensterolen/stanole ↓ ↓ (10%) □
n
Hoge/langdurige ↑ (Welsh, Sharma et ↓ (Welsh, Sharma et ↑ (Welsh, Sharma
suikerinname al. 2010) al. 2010) et al. 2010)
Hartfalen
Dit wordt ook wel decompensatio cordis genoemd. Het is een hartaandoening waarbij het hart niet
meer in staat is om (met name bij verhoogde lichamelijke inspanning) voldoende bloed door het
lichaam te pompen. Als gevolg daarvan krijgen de weefsels en organen te weinig zuurstof. De
oorzaken hiervan zijn een hartinfarct, hoge bloeddruk, hartklepaandoeningen, hartritmestoornissen
en hartspierziekte.