Interactieve beleidsvorming is geen nieuw fenomeen. De overheid werkt samen met de
burgers.
Interactieve beleidsvorming: het verzamelen van tegengestelde belangen rond een
maatschappelijke opgave om een kruisbestuiving te krijgen tussen de verschillende
perspectieven en krachten die betrokken zijn bij het voorliggende vraagstuk. Met als
uiteindelijk doel: het komen tot een gezamenlijke en geaccepteerde oplossing.
Een voorbeeld van een maatschappelijke opgave is de WMO. WMO is de wet
maatschappelijke ondersteuning. Per 1 januari 2015 is de gemeenteraad hier de
taakuitvoerder van. Voorheen werden de taken uitgevoerd door het Rijk. Voortaan zal de
gemeente degene zijn die de burgers helpt met hun zorg. Het idee van deze
maatschappelijke overgave komt voort uit bezuinigingen. Hierdoor zal uiteindelijk de
gemeente minder geld overhouden.
Het scheiden van wonen en zorg: je komt pas in een verzorgingshuis als je écht niets
meer kan. De mantelzorg heeft hier ook mee te maken.
De eigenschappen van interactieve beleidsvorming:
a) heeft een hoog politiek karakter (burgers <-> politiek)
b) er zijn altijd meer partijen bij betrokken
c) meestal één of meer publieke actoren (voorbeelden: overheid, gemeente,
Rijksoverheid, UWV, brandweer, politie en veiligheidsregio’s)
d) tegenwoordig, in de participatie samenleving, vaak en juist ook de burger (de
burger moet tegenwoordig meedoen)
e) somstegengesteldebelangen
Het gaat vaak om maatschappelijke vraagstukken die nog in (beleids-)ontwikkeling zijn.
Als alles al beklonken is heeft IAB geen zin!
Vijf ambities voor interactief beleid voor overheden:
1. wettelijke inspraak moet op orde zijn (dit moet nu dus in de gemeente geregeld
zijn)
2. interactieve trajecten op projectbasis (vroegtijdig betrekken van burgers); een
gang met elkaar in tijd die samenwerking oplevert
3. een ingeburgerde huisstijl voor (interactief) beleid maken(het hoort er bij); je
moet iets maken wat past (huisstijl: eigen vorm) in een bepaalde situatie
4. politieke keuzes als inzet van interactief beleid; er moet wat te kiezen zijn zodat
men actief bezig is
5. het samenspel (interacteren) met andere partijen staat centraal
Beleidsprocessen zijn uitdagender als we de volgende kenmerken zien:
a) samenspel van een groot aantal partijen
b) politiek beladen onderwerp
c) grote mediagevoeligheid; de pers zit er bovenop
d) complex onderwerp
e) moeilijk te beheersen risico’s
f) problematische interne organisatie (het is lastig werken met een verkokerde
gemeentelijke organisatie)
g) de menselijke factor is van wezenlijke betekenis (persoonlijke verhoudingen
spelen een (grote) rol)
h) er is geen eenduidige taal
i) er is een grote druk om integraal te werken
j) de balans tussen korte en lange termijn is lastig te maken (we willen korte
termijneffect/ maar redelijkerwijs wordt het een lange termijn effect); vergelijk
, dit met shoppen waarbij je een shirt ziet die je het liefst op datzelfde moment
nog wilt kopen
k) situatie en procesverloop zijn onvoorspelbaar en (zeer) veranderlijk
l) er zijn veel deelprocessen met ieder een eigen dynamiek (afstemming is
noodzakelijk)
In welke situatie gaan we het doen?Andere definitie:
Interactief beleid betekent dat een overheid in een zo vroeg mogelijk stadium:
Burgers, maatschappelijke organisaties, bedrijven (private actoren ook) en/of andere
overheden bij het beleid betrekken om in open wisselwerking met hen tot
devoorbereiding, bepaling, uitvoering en/of evaluatie van beleid te komen.
Vroegtijdig aan de bel trekken bij iab. De PPS bestaat ook, oftewel de publieke private
samenwerking.
Het afwegingskader: “Wat is het en teken het”
IAB:
Is niet nieuw (al jaren wisselwerking; denk aan “Governance”)
Immers al vele jaren interactie tussen actie groepen, belangengroepen en
overheden
NIEUW:thans is dat overheden nu zien dat ze niet altijd meer in het centrum van
de macht staan, overheden kunnen niet alles én ook niet alleen. Er is een andere
rolopvatting; overheid hoeft niet zelf alles meer te doen volgens hunzelf. Motto is
“de overheid kan en wil het niet meer alleen doen”
Vele partners samen hebben ieder voor zich een deel van de verantwoordelijkheid
om (samen) problemen op te lossen
Dit alles ontstaat:
In een tijd van nieuwe politieke cultuur & bestuur (verbreding van overleg
cultuur)
In een tijd waar burgerschap een nieuwe invulling lijkt te krijgen (democratie en
participatiesamenleving)
In een perspectief van nieuwe sturingsfilosofieën (overheid kan niet meer alles
alleen)
In het besef dat er coördinatie tussen de diverse ‘kokers’ dient te komen
Binnen de gegroeide overlegcultuur; de jaren negentig werden beroemd door het
‘polderen’ (na de verzuiling van de vooroorlogse jaren en de jaren zestig)
Voorts de lerende samenleving ontstaat; consultatie (raadpleging) van diverse
professies en kundigheden (denk aan heterarchie)
“Wat is de nieuwe invulling van burgerschap?”