Paragraaf 10.1
Objecten met een gelijke lading stoten elkaar af (+/+ en -/-)
Objecten met een ongelijke lading trekken elkaar aan (-/+)
Een omgeving waarin elektrische kracht merkbaar is, noem je een elektrisch veld. Hierin
ondervinden ladingen krachtwerkingen. Het elektrisch veld is afhankelijk van de afstand
tussen de ladingen en de sterkte van de ladingen. Influentie is het niet aanraken, maar
beïnvloeden. Laden is het object ook echt aanraken.
Elektrische veldlijnen gebruik je om een elektrisch veld weer te geven, dit zijn denkbeeldige
lijnen waarlangs een positieve lading beweegt. Hoe dichter bij elkaar de lijnen zitten hoe
sterkere lading het elektrisch veld heeft.
Elektrische kracht op een deeltje kan je berekenen met de volgende formule;
F el=q∗E
F is de elektrische kracht (N)
q is de lading van het deeltje (C)
E is de elektrische veldsterkte (N/C)
Als je de elektrische kracht wil berekenen tussen twee deeltjes kan je de wet van coulomb
gebruiken.
f ∗q∗Q
F el=
r2
F is de elektrische kracht (N)
f is een constante (N m2 C-2) Binas tabel 7
q is de lading van het deeltje 1(C)
Q is de lading van het deeltje 2 (C)
r is de afstand tussen de twee deeltjes (m)
Proeflading is een klein geladen deeltje die je in een elektrisch veld kan neerzetten om
eigenschappen van een elektrisch veld te ontdekken.
Veldlijnen hebben bepaalde eigenschappen;
-Richting van de elektrische kracht in een bepaald punt wordt gegeven door de raaklijn van
de veldlijn door dat gegeven punt
-De richting van de veldlijn is gelijk aan de richting van de kracht op een positieve
proeflading (positief af en negatief naartoe)
-dichtheid van de lijnen is een maat voor de sterkte van
het veld (dichterbij = sterker veld/grotere elektrische
kracht op een proeflading)
-Elektrische veldlijnen snijden elkaar nooit
-Veldlijnen staan loodrecht op geleiders
, Raaklijn teken je bij het punt
Paragraaf 10.2
Homogeen
Als een proton een hogere snelheid krijgt dan wordt zijn kinetische veld ook groterradicaal
energie (de veld
elektrische kracht heeft positieve arbeid verricht). Volgens de wet van energie behoud is
dan een vorm van potentiële energie afgenomen.
De toename van kinetische energie is gelijk aan de afname van de elektrische energie.
Hierbij hoort de volgende formule; ∆ E K =−∆ E el
∆ Ek = Eeind – Ebegin (is de verandering van kinetische energie in joule)
∆ Eel = Eel, eind – Eel,begin (is de verandering van elektrische energie in joule)
De sterkte van een elektrisch veld hangt af van de grootte van de spanning die op de platen
staat. (hoe groter hoe sterker elektrisch veld, ook neemt de hoeveelheid van kinetische
energie toe).
Hierbij hoort de volgende formule;
∆ E el=q∗U
∆ Eel = Eel, eind – Eel,begin (J)
q is de lading (C)
U is de spanning (V)
Je mag zelf bepalen waar de energie 0 J is.
Een röntgenapparaat gebruik röntgenstraling om
een afbeelding van bijvoorbeeld botten te maken.
De straling die nodig is wordt opgewekt in een
röntgenbuis. In een röntgenbuis worden elektronen
versneld met behulp van een sterk elektrisch veld.
Negatieve pool worden elektronen losgemaakt (uit
het metaal) en botsen op een hoge snelheid op de
anode (de spanning is heel hoog). Daarbij ontstaat röntgenstraling. De anode wordt gekoeld
met water (ontstaat veel warmte).
Bij CERN gebruikt men een lineaire versneller om bijna de lichtsnelheid te halen. Protonen
worden in stappen versneld met een wisselend elektrisch veld. Uit de bron komt een proton
die tussen buis 1 en 2 wordt versneld doordat buis 1 positief is en buis 2 negatief, enz.
Doordat de spanning telkens op het juiste manier omgedraaid wordt, neemt de snelheid
toe. Er is geen elektrische kracht aanwezig, want de buizen zijn geleiders.
Energie druk je uit in joule, elektrische energie in elektrovolt;
1,000 eV = 1,602 • 10-19 J