1.2. A rational-system view of organisations
Frederick Taylor-scientific management: alle taken binnen een organisatie worden
geanalyseerd, routine, verdeeld en gestandaardiseerd in de diepte in plaats van
vuistregels te gebruiken.
-geboren in Philadelphia, in die tijd een belangrijke industriële regio
- efficiënter door werk te organiseren en het tempo omhoog te brengen
- alle taken werden bestudeerd om te kijken hoe verschillende personen
deze taken
uitvoerden.
-iedere bestudeerde taak werd in zoveel mogelijk subtaken verdeeld,
vervolgens werden
onnodige subtaken verwijderd en werd er voor de snelste uitvoering
gekozen.
-de taak, met subtaken, werd tot in detail beschreven en er werd
een(ideale) tijd vastgesteld
waarbinnen deze taak uitgevoerd moest worden.
-iedere taak moest door alle werknemers op die ene beste manier
uitgevoerd worden
taylor beschuldigde de werknemers ervan dat ze samenzweerden en expres
langzaam werkten om zo te verbergen dat ze eigenlijk heel snel konden werken
echter: er was geen management waardoor ze alles zelf uit moesten
zoeken en aangewezen
waren op vuistregels. (voor scientific management)
Scientific management zorgde voor de volgende veranderingen:
- hogere output
-standaardisatie
-controle en voorspelbaarheid
-er waren geen geschoolde arbeiders meer nodig
-denken is voor managers, werken in alleen voor arbeiders
- optimaliseren van het gereedschap voor alle werknemers (grootte,
gewicht, enz. )
-hogere lonen
Het werk van voormannen werd ook geanalyseerd, hier gold:
-grotere efficiëntie als iedere voorman zich ging specialiseren in één van
de subtaken
Ford, paste scientific management succesvol toe:
-van custom-made naar massa
-Ford T alleen in zwart verkrijgbaar
- geen opties
-lopende band
-door dubbele lonen en goedkope auto’s konden werknemers sparen voor
hun eigen auto
-hogere lonen om consumenten voor de auto’s te creëren en om het saaie
werk te
compenseren
,tegenwoordig is naast productiviteit kwaliteit ook heel belangrijk!
Tegenstand:
veel werknemers waren tegen taylor’s methodes omdat ze veel harder moesten
werken en hun kennis overbodig werd, geen beslissingen meer mochten maken.
Taylor zag mensen als perfect trainbare objecten. Koos voormannen vooral uit op
hun vermogen om te werken met zijn scientific management, niet op hun skills.
Op zijn manier respect door hogere lonen.
taylor hield met bepaalde dingen geen rekening:
-werk tevredenheid is belangrijk
- niet financiële prikkels om te gaan werken
- positieve rol van groepen/teams
Henry Fayol- General and Industrial management
- Geboren in Frankrijk
- Principes gebaseerd op rationaliteit
- succes doordat hij de eerste was die management als aparte functie
beschreef
- Fayol definieerde en beschreef hoe het uitgevoerd moest worden
5 belagrijkste management taken:
1. Planning- ‘voorzeggen’ en opstellen van manieren waardoor de
geplande doelen behaald
worden. 10 jaar, 1 jaar, een maand, een week, een dag en
speciale plannen. 10
jaar en speciale zijn de belangrijkste en vormen het algemene
plan. 10 jaar moet
ieder jaar een beetje aangepast worden en iedere 5 jaar
beoordeeld worden.
2. Organising- toewijzen van materialen en organiseren van de mensen.
Vooral aandacht
voor Board of Directors, moeilijkste samen te stellen en
belangrijkste taak om
het algemene management neer te zetten
3. Leading- richtingen en opdrachten aan werknemers geven. Beïnvloeden
en overtuigen
zodat doelen en plannen behalen. Niet alleen opdrachten geven,
ook motiveren.
4. Co-ordinating- meetings met de hoofden van de afdelingen om zo de
verschillende
afdelingen goed samen te laten werken; harmonie. Zodat ze
voor het
algemene belang van het bedrijf werken. Laison officers
kunnen helpen
verschillende ideeën tussen afdelingen op elkaar af te
stemmen.
5. Controlling- controle of de doelen behaald worden en of iedereen de
leefregels volgt
, Moet beoordeeld worden door onafhankelijke personen, van
buiten de
organisatie.
Om deze 5 taken goed uit te voeren zijn er 14 algemene management principes:
1. Verdelen van arbeid
2. Autoriteit en verantwoordelijkheid
3. Discipline
4. Eenheid van bevel
5. Eenheid van richting
6. Ondergeschiktheid van individueel belang
7. Beloning
8. Centralisatie, balans vinden
9. Hiërarchie, balans vinden anders namelijk inflexibel
10. Orde, netjes, schoon, veilig
11. Gelijkheid
12. Stabiliteit van het personeel
13. Initiatief
14. Teamsynergie; betrokkenheid creëren
http://www.scienceprogress.nl/management/14-management-principes
Fayols grootste bezorgdheid was het tekort aan management teaching 3
oorzaken:
1. Er was geen management theorie/ management science
2. Wiskunde werd decennia lang beschouwd als de beste en hoogst
mogelijke manier van
ontwikkeling voor engineers die een bedrijf willen sturen.
3. In Frankrijk de hoogst gewaardeerde scholen waren die voor engineers.
Zes skills waar een goede manager of directeur over moet beschikken:
1. Fysieke kwaliteiten
2. Mentale kwaliteiten
3. Morele kwaliteiten
4. Algemeen onderwijs
5. Specifiek onderwijs
6. Ervaring
Fayol bewonderde Taylor maar 2 belangrijke verschillen:
1. Fayol scheidde leiden en werken niet compleet, iedere werknemer heeft
enkele
management taken en moet in staat zijn om initiatief te nemen
binnen zijn of haar
verantwoordelijkheid en binnen de regels van de organisatie.
2. Unit of command past niet binnen Taylor. Want er zou functioneel
management moeten
zijn= specialisatie in bepaalde aspecten van het management.
Chester Barnard- the functions of the executive