Financieel advies particulieren
Periode 1
Hoofdstuk 1 Introductie Financiële planning
1.2 Doel van financiële planning
Financiële planning heeft als doel om zoveel mogelijk onverwachte en
ongewenste verrassingen in iemand persoonlijke financiële situatie uit te sluiten.
De financieel planner brengt alle relevante privé- en zakelijke aspecten logisch
met elkaar in verband.
1.3 Financieel Plan
Een persoonlijk financieel plan: financiële zaken in een overzichtelijk totaalplaatje
Aan de hand van een persoonlijk financieel plan worden de huidige en de
toekomstige wensen geïnventariseerd.
1.4 kennisaspecten
Om goed te kunnen adviseren dient een financieel adviseur voldoende kennis in
huis te hebben van de volgende vakgebieden:
Fiscale aspecten, zoals de inkomsten- en vermogensbelasting
Juridische aspecten, zoals het huwelijksvermogensrecht en het schenk- en
erfrecht
Het sociale zekerheidsstelsel
Hij dient te beschikken over de volgende financiele producten:
Hypotheken
Consumptieve financieringen
Spaarproducten
Beleggingsproducten
Schadeverzekeringen
Levensverzekeringen
Hoofdstuk 2 Wet op het financieel toezicht
2.1 Inleiding
Financiële wet en regelgeving, vastgelegd in de Wet op Financieel toezicht (Wft)
2.2 Ontstaan Wft
Op 1 januari 2007 is de Wet op het financieel toezicht in werking getreden. Deze
wet vervangt verschillende wetten. Zie boek..
2.3 De Wft-adviseur
De wet geldt niet allen voor aanbieders van financiële producten (zoals banken
en verzekeraars) en hun adviseurs, maar ook voor bemiddelaars (hypotheken- of
assurantietussenpersonen)
In de wet worden de diverse ‘adviseurs’ benoemd, die onder de Wft vallen, dit
zijn:
De financieel adviseur: zelf geen wft vergunning hebben, het bedrijf wel
De gevolmachtigd agent: deze vertegenwoordigt een aanbieder van
financiële producten en biedt voor diens rekening producten aan
, De vermogensbeheerder: effectenbemiddeling en vermogensbeheer vallen
buiten de wft, dit geldt echter niet voor een zelfstandige adviseur
De fiscalist: als de fiscalist offertes van productaanbieders gaat beoordelen
en adviseert welke offerte te nemen, dan valt hij onder de wft.
De accountant: deze kan al dan niet bewust door het geven van bepaalde
adviezen onder de wft vallen
De notaris: als de notaris, bijvoorbeeld uit hoofde van zijn functie als
curator bepaalde adviezen gaat geven ten aanzien van bijvoorbeeld het
omzetten van een effectenportefeuille, valt deze ook onder de wft-
wetgeving
Branchevreemde adviseur: (reisbureaus) als zij producten van
verschillende aanbieder verkopen vallen zij ook onder de wft; als zij slechts
de producten van een aanbieder verkopen, dan kunnen zij als een
verbonden bemiddelaar worden gezien en liften ze mee op de vergunning
van de aanbieder
Het Wft stelt eisen ten aanzien van:
1. De deskundigheid van de dienstverlener en de adviseur
2. De integriteit/ betrouwbaarheid van de dienstverlener en de adviseur
3. Een adequate informatieverstrekking over producten en de adviseur
4. Financiële en juridische zekerheid ten aanzien van de afwikkeling en de
uitvoering van overeenkomsten
5. Een adequate organisatie van de bedrijfsvoering
2.4 Wft-producten en diensten
Indien de financiële dienstverlener of bemiddelaar voldoet aan bovenstaande
eisen kan hij een vergunning aanvragen bij de Autoriteit Financiële Markten
(AFM).
Een vergunning kan specifiek worden verleend voor één of meerdere diensten of
producten
Financiële dienst volgens wft:
Het aanbieden van een financieel product en het uitvoeren of beheren van
een financiële overeenkomst
Het bemiddelen bij het tot stand komen van een financiële overeenkomst
door een tussenpersoon/intermediair
Het adviseren van een specifiek product van een bepaalde aanbieder
Het optreden als gevolmachtigd agent
De wettekst van de wft is van toepassing op de volgende producten:
1. Verzekeringen
2. Kredieten
3. Overige bancaire producten
4. Beleggingsobjecten
5. Effecten
6. Complexe producten
Voor de bepaalde verzekeringen en kredieten die buiten de Wft vallen moet je in
het boek kijken.
2.5 De vergunning
De AFM houdt een openbaar register van de vergunning bij, dat door iedereen op
het internet kan worden geraadpleegd. Ook zal AFM controles uitvoeren.
, Het AFM kan een vergunning intrekken of een sanctie opleggen indien de wet
wordt overtreden.
Een vergunning is niet overdraagbaar
De deskundigheidseisen worden getoetst door de Commissie
Deskundigheidseisen Financiële Dienstverleners (CDFD)
Daarnaast dienen ook de medewerkers van de onderneming voldoende
deskundig te zijn.
Iedere medewerker met direct klantcontract is verplicht de Basisopleiding
Financiële Dienstverlening te voltooien.
Naast deze diploma-eisen gelden ook doorlopende vakbekwaamheidseisen.
Daarnaast dienen per vakgebied aanvullende diploma’s te worden behaald. De
wft onderscheidt hierbij de volgende gebieden:
Consumptief krediet
Hypotheken
Verzekeren schade
Verzekeren leven
Beleggen
Hoofdstuk 3 Zorgplicht
3.2 Definitie zorgplicht
Zorgplicht: de belange
1n van hun klanten goed te behartigen
Zorgplicht: een financiële dienstverlener onthoudt zich van handelingen die het
ordelijk functioneren van de financiële markten of het vertrouwen van de
consument daarin kunnen schaden. Tevens neemt hij in zijn handelen de nodige
zorgvuldigheid in acht, waarbij hij naar beste vermogen met de belangen van de
consument rekening houdt. Het handelen van een financiële dienstverlener kan
zowel een doen als een nalaten omvatten
De zorgplicht heeft een drievoudige werking:
1. De adviseur is verplicht om de klant volledig en correct te informeren
2. Hij dient dit doen op basis van een klantprofiel
3. Er dient een klantenregeling te zijn
3.3 Advisering
De zorgplicht eist dat de klant, voordat hij een offerte tekent, correct en volledig
is geïnformeerd.
De mate van informatieverstrekking is afhankelijk van de vorm van de
dienstverlening
2 vormen van advisering:
1. Execution only: de klant handelt voor eigen rekening en risico, zonder
advies van financiële dienstverlener.
2. Advies: hierbij worden één of meer specifieke financiële producten
geadviseerd aan een klant. De eigen verantwoordelijkheid van de klant is
hier beperkter
Periode 1
Hoofdstuk 1 Introductie Financiële planning
1.2 Doel van financiële planning
Financiële planning heeft als doel om zoveel mogelijk onverwachte en
ongewenste verrassingen in iemand persoonlijke financiële situatie uit te sluiten.
De financieel planner brengt alle relevante privé- en zakelijke aspecten logisch
met elkaar in verband.
1.3 Financieel Plan
Een persoonlijk financieel plan: financiële zaken in een overzichtelijk totaalplaatje
Aan de hand van een persoonlijk financieel plan worden de huidige en de
toekomstige wensen geïnventariseerd.
1.4 kennisaspecten
Om goed te kunnen adviseren dient een financieel adviseur voldoende kennis in
huis te hebben van de volgende vakgebieden:
Fiscale aspecten, zoals de inkomsten- en vermogensbelasting
Juridische aspecten, zoals het huwelijksvermogensrecht en het schenk- en
erfrecht
Het sociale zekerheidsstelsel
Hij dient te beschikken over de volgende financiele producten:
Hypotheken
Consumptieve financieringen
Spaarproducten
Beleggingsproducten
Schadeverzekeringen
Levensverzekeringen
Hoofdstuk 2 Wet op het financieel toezicht
2.1 Inleiding
Financiële wet en regelgeving, vastgelegd in de Wet op Financieel toezicht (Wft)
2.2 Ontstaan Wft
Op 1 januari 2007 is de Wet op het financieel toezicht in werking getreden. Deze
wet vervangt verschillende wetten. Zie boek..
2.3 De Wft-adviseur
De wet geldt niet allen voor aanbieders van financiële producten (zoals banken
en verzekeraars) en hun adviseurs, maar ook voor bemiddelaars (hypotheken- of
assurantietussenpersonen)
In de wet worden de diverse ‘adviseurs’ benoemd, die onder de Wft vallen, dit
zijn:
De financieel adviseur: zelf geen wft vergunning hebben, het bedrijf wel
De gevolmachtigd agent: deze vertegenwoordigt een aanbieder van
financiële producten en biedt voor diens rekening producten aan
, De vermogensbeheerder: effectenbemiddeling en vermogensbeheer vallen
buiten de wft, dit geldt echter niet voor een zelfstandige adviseur
De fiscalist: als de fiscalist offertes van productaanbieders gaat beoordelen
en adviseert welke offerte te nemen, dan valt hij onder de wft.
De accountant: deze kan al dan niet bewust door het geven van bepaalde
adviezen onder de wft vallen
De notaris: als de notaris, bijvoorbeeld uit hoofde van zijn functie als
curator bepaalde adviezen gaat geven ten aanzien van bijvoorbeeld het
omzetten van een effectenportefeuille, valt deze ook onder de wft-
wetgeving
Branchevreemde adviseur: (reisbureaus) als zij producten van
verschillende aanbieder verkopen vallen zij ook onder de wft; als zij slechts
de producten van een aanbieder verkopen, dan kunnen zij als een
verbonden bemiddelaar worden gezien en liften ze mee op de vergunning
van de aanbieder
Het Wft stelt eisen ten aanzien van:
1. De deskundigheid van de dienstverlener en de adviseur
2. De integriteit/ betrouwbaarheid van de dienstverlener en de adviseur
3. Een adequate informatieverstrekking over producten en de adviseur
4. Financiële en juridische zekerheid ten aanzien van de afwikkeling en de
uitvoering van overeenkomsten
5. Een adequate organisatie van de bedrijfsvoering
2.4 Wft-producten en diensten
Indien de financiële dienstverlener of bemiddelaar voldoet aan bovenstaande
eisen kan hij een vergunning aanvragen bij de Autoriteit Financiële Markten
(AFM).
Een vergunning kan specifiek worden verleend voor één of meerdere diensten of
producten
Financiële dienst volgens wft:
Het aanbieden van een financieel product en het uitvoeren of beheren van
een financiële overeenkomst
Het bemiddelen bij het tot stand komen van een financiële overeenkomst
door een tussenpersoon/intermediair
Het adviseren van een specifiek product van een bepaalde aanbieder
Het optreden als gevolmachtigd agent
De wettekst van de wft is van toepassing op de volgende producten:
1. Verzekeringen
2. Kredieten
3. Overige bancaire producten
4. Beleggingsobjecten
5. Effecten
6. Complexe producten
Voor de bepaalde verzekeringen en kredieten die buiten de Wft vallen moet je in
het boek kijken.
2.5 De vergunning
De AFM houdt een openbaar register van de vergunning bij, dat door iedereen op
het internet kan worden geraadpleegd. Ook zal AFM controles uitvoeren.
, Het AFM kan een vergunning intrekken of een sanctie opleggen indien de wet
wordt overtreden.
Een vergunning is niet overdraagbaar
De deskundigheidseisen worden getoetst door de Commissie
Deskundigheidseisen Financiële Dienstverleners (CDFD)
Daarnaast dienen ook de medewerkers van de onderneming voldoende
deskundig te zijn.
Iedere medewerker met direct klantcontract is verplicht de Basisopleiding
Financiële Dienstverlening te voltooien.
Naast deze diploma-eisen gelden ook doorlopende vakbekwaamheidseisen.
Daarnaast dienen per vakgebied aanvullende diploma’s te worden behaald. De
wft onderscheidt hierbij de volgende gebieden:
Consumptief krediet
Hypotheken
Verzekeren schade
Verzekeren leven
Beleggen
Hoofdstuk 3 Zorgplicht
3.2 Definitie zorgplicht
Zorgplicht: de belange
1n van hun klanten goed te behartigen
Zorgplicht: een financiële dienstverlener onthoudt zich van handelingen die het
ordelijk functioneren van de financiële markten of het vertrouwen van de
consument daarin kunnen schaden. Tevens neemt hij in zijn handelen de nodige
zorgvuldigheid in acht, waarbij hij naar beste vermogen met de belangen van de
consument rekening houdt. Het handelen van een financiële dienstverlener kan
zowel een doen als een nalaten omvatten
De zorgplicht heeft een drievoudige werking:
1. De adviseur is verplicht om de klant volledig en correct te informeren
2. Hij dient dit doen op basis van een klantprofiel
3. Er dient een klantenregeling te zijn
3.3 Advisering
De zorgplicht eist dat de klant, voordat hij een offerte tekent, correct en volledig
is geïnformeerd.
De mate van informatieverstrekking is afhankelijk van de vorm van de
dienstverlening
2 vormen van advisering:
1. Execution only: de klant handelt voor eigen rekening en risico, zonder
advies van financiële dienstverlener.
2. Advies: hierbij worden één of meer specifieke financiële producten
geadviseerd aan een klant. De eigen verantwoordelijkheid van de klant is
hier beperkter