Begrippenlijst Kennismaking met Onderzoeksmethoden en Statistiek
Theorie Een geheel van denkbeelden, hypothesen en
verklaringen die in onderlinge samenhang worden
beschreven. In de wetenschap is een theorie een
getoetst model ter verklaring van waarnemingen van
de werkelijkheid.
Empirisch Gebaseerd op systematische waarnemingen (iets
objectief kunnen vaststellen.
Controleerbaar Een theorie moet kunnen worden gecontroleerd.
Probabilistisch Uitspraken binnen een theorie gelden niet voor alle
gevallen of elk moment in de tijd.
Falsifieerbaar Een theorie moet weerlegd kunnen worden met
systematische waarnemingen.
Spaarzaam Een theorie moet zo simpel mogelijk zijn, maar toch
allesomvattend. Een eenvoudige theorie moet niet
onnodig complex zijn.
Kwalitatief Een gesproken of geschreven tekst.
Kwantitatief Een getal of cijferreeks.
Steekproef Een selectie uit de totale populatie.
Hypothese Een hypothese is een specifieke uitspraak over wat
de onderzoeker verwacht waar te zullen nemen in
het onderzoek.
Sociaal fenomeen Een sociale observeerbare gebeurtenis, in het
bijzonder een opmerkelijke gebeurtenis (menselijke
interactie).
Respondent Een persoon die deelneemt aan het onderzoek.
Inductie Het zoeken naar algemeenheden die nieuwe
theorieën vormen of bestaande theorieën aanpassen.
Interview “…A form of conversation in which one person – the
interviewer – restricts oneself to posing questions
concerning behavoirs, ideas, attitudes, and
experiences with regard to social phenomena, to one
or more others – the participants or interviewees…”
Transcript Een uitgetypt interview.
Field notes Aantekeningen tijdens een interview die later van
belang kunnen zijn bij het analyseren van data
Theorie Een geheel van denkbeelden, hypothesen en
verklaringen die in onderlinge samenhang worden
beschreven. In de wetenschap is een theorie een
getoetst model ter verklaring van waarnemingen van
de werkelijkheid.
Empirisch Gebaseerd op systematische waarnemingen (iets
objectief kunnen vaststellen.
Controleerbaar Een theorie moet kunnen worden gecontroleerd.
Probabilistisch Uitspraken binnen een theorie gelden niet voor alle
gevallen of elk moment in de tijd.
Falsifieerbaar Een theorie moet weerlegd kunnen worden met
systematische waarnemingen.
Spaarzaam Een theorie moet zo simpel mogelijk zijn, maar toch
allesomvattend. Een eenvoudige theorie moet niet
onnodig complex zijn.
Kwalitatief Een gesproken of geschreven tekst.
Kwantitatief Een getal of cijferreeks.
Steekproef Een selectie uit de totale populatie.
Hypothese Een hypothese is een specifieke uitspraak over wat
de onderzoeker verwacht waar te zullen nemen in
het onderzoek.
Sociaal fenomeen Een sociale observeerbare gebeurtenis, in het
bijzonder een opmerkelijke gebeurtenis (menselijke
interactie).
Respondent Een persoon die deelneemt aan het onderzoek.
Inductie Het zoeken naar algemeenheden die nieuwe
theorieën vormen of bestaande theorieën aanpassen.
Interview “…A form of conversation in which one person – the
interviewer – restricts oneself to posing questions
concerning behavoirs, ideas, attitudes, and
experiences with regard to social phenomena, to one
or more others – the participants or interviewees…”
Transcript Een uitgetypt interview.
Field notes Aantekeningen tijdens een interview die later van
belang kunnen zijn bij het analyseren van data