Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Leerdoelen Gedragswetenschappen periode 1.2

Beoordeling
-
Verkocht
1
Pagina's
42
Geüpload op
13-09-2021
Geschreven in
2021/2022

De uitgewerkte leerdoelen van Gedragswetenschappen periode 1.2 Behaald cijfer: 9

Voorbeeld van de inhoud

Gedragswetenschappen 1.2




Gedragswetenschappen – zorg
Periode 1.2

,Inhoudsopgave
Week 1 – Ontwikkelingspsychologie inleiding en cognitieve ontwikkeling: denken en taal..............................5
Kan beschrijven hoe de ontwikkelingspsychologie zich vanuit historisch perspectief ontwikkeld heeft.............5
Kan beschrijven waar de ontwikkelingspsychologie zich mee bezig houdt, inclusief de verschillende
ontwikkelingsgebieden en ontwikkelingsfasen, en weet waarom kennis van dit gebied relevant is voor een
verpleegkundige...................................................................................................................................................5
Begrijpt de invloed van onderdeel uitmaken van een cohort op de ontwikkeling...............................................6
..............................................................................................................................................................................6
Begrijpt de visie óp en de belangrijkste uitgangspunten ván het cognitieve ontwikkelingsmodel van Piaget....7
Kan het belang van adaptatie uitleggen en kan de verwante begrippen assimilatie en accommodatie
omschrijven en met voorbeelden concretiseren...................................................................................................7
Kent de verschillende stadia van het cognitieve ontwikkelingsmodel van Piaget, inclusief de verschillende
begrippen per stadium en deze begrippen illustreren aan de hand van voorbeelden.........................................7

Week 2: Sociaal emotionele ontwikkeling en hechting...................................................................................9
Begrijpt hoe de sociaal-emotionele ontwikkeling reeds in de babytijd wordt waargenomen in termen van
emoties uiten, emoties beleven en emoties begrijpen; en kent de verwante kenmerken/begrippen zoals
vreemdenangst, social referencing, zelfbesef en theory of mind (ToM)..............................................................9
Weet welke belangrijke theorieën er over hechting bestaan: ontwikkeling van hechting, vormen/kwaliteit van
hechting, de rol van opvoeders en het belang van hechting..............................................................................11
Kent de opzet en resultaten van bekende experimentele onderzoeken (Bowlby, Harlow, Spitz, Ainsworth) met
betrekking tot hechting......................................................................................................................................12
Begrijpt de psychodynamische visie op hechting van Mahler beschreven in het objectrelatiemodel, en begrijpt
het belang van ‘holding’ bij het separatie-individuatieproces...........................................................................13
Kan sociale en emotionele kenmerken verwoorden van veilig/onveilig gehechte kinderen die geobserveerd
zouden kunnen worden in de verpleegkundige praktijk.....................................................................................15

Week 3: Morele ontwikkeling en psychosociale ontwikkeling.......................................................................15
Begrijpt de verschillende psychologische perspectieven op de morele – of gewetensontwikkeling..................15
Begrijpt de theorie van Kohlberg op de (stadia van) morele ontwikkeling evenals de kritiekpunten op deze
zienswijze............................................................................................................................................................16
Weet welke vier aspecten aan moraal en geweten worden onderscheiden, onder andere schuld/schaamte. 17
Weet welke problemen tijdens gewetenvorming kunnen ontstaan wanneer een geweten te zwak of te streng
is..........................................................................................................................................................................17
Kent de psychosociale ontwikkelingsfasen van Erikson en begrijpt het belang van het goed oplossen van
crises...................................................................................................................................................................18
Weet de theorie van Erikson en Marcia over identiteitsontwikkeling en welk gedrag kenmerkend is bij de
verschillende identiteitsvormen..........................................................................................................................19
Denkt na over wat de werkwijze van een verpleegkundige in een bepaalde casus zegt over het morele niveau
van functioneren.................................................................................................................................................20

Leerdoelen week 4....................................................................................................................................... 21
Kan de huidige kinder- en jeugdpsychiatrie begrijpen in het licht van historische zienswijzen en
ontwikkelingen...................................................................................................................................................21
Kan zorgvragers/doelgroepen in de kinder- en jeugdpsychiatrie karakteriseren..............................................21

, Weet de verschillen tussen algemene psychiatrie en kinder- en jeugdpsychiatrie............................................22
Kan beschrijven hoe het diagnostisch proces voor kinderen en jeugdigen is georganiseerd en begrijpt dat
psychiatrische problematiek meervoudig en multidimensioneel is....................................................................23
Begrijpt dat de aard van de stoornis van invloed is op het behandel- /begeleidingsdoel en op de vorm van
behandeling/begeleiding....................................................................................................................................23
Kan verklaren hoe de ontwikkeling verstoord kan raken, bijv. door de invloed van kwetsbaar ouderschap....24
Weet wat kenmerkend is aan kinderen met aandachtstekort- en gedragsstoornissen en hoe dit effectief
behandeld kan worden.......................................................................................................................................24
Weet welke verpleegkundige interventies toegepast kunnen worden bij cliënten met een aandachtstekort -
en gedragsstoornissen........................................................................................................................................27

Week 5: Autismespectrumstoornis............................................................................................................... 29
Kan beschrijven wat (volgens de DSM-5) de diagnostische kenmerken zijn van kinderen en volwassenen met
een autismespectrumstoornis............................................................................................................................29
Weet de subtypen (volgens de DSM-4!) van de autistische stoornissen en kan de kenmerken omschrijven....29
Kan de belangrijkste oorzaken en verklaringsmodellen van autisme omschrijven............................................30
Begrijpt het begrip levensloopbegeleiding in relatie tot ASS en begrijpt het belang van een integrale
benadering ten aanzien van begeleiding bij de belangrijke levensdomeinen onderwijs en werk.....................31
Begrijpt factoren die van invloed zijn op het toenemend aantal ASS-diagnosen..............................................31
Weet welke begeleidings- en behandelvaardigheden een hulpverlener/verpleegkundige moet hebben in
relatie tot personen met ASS..............................................................................................................................32
Kan aangeven welke verschillende verpleegkundige interventies toegepast kunnen worden bij cliënten met
autisme / autistisch gedrag................................................................................................................................32

Week 6: Verstandelijke beperking bij kinderen/jongeren.............................................................................33
Kan de invloed beschrijven van de verstandelijke beperking op verschillende ontwikkelingsgebieden
(cognitieve, sociaalemotionele, zintuigelijke, motorische, taal)........................................................................33
Kan uitleggen wat kenmerkend probleemgedrag is bij mensen met een verstandelijke beperking en hoe dit
gedrag systematisch in kaart kan worden gebracht volgens de 4 punten van Heijkoop...................................34
Kent belangrijke oorzaken van en visies op probleemgedrag bij verstandelijk beperkten................................34
Weet welke (psychiatrische) problematiek kan spelen bij mensen met een verstandelijke beperking, wat
hiervan de mogelijke oorzaken zijn en tot welke ‘probleemgedragingen’ dit kan leiden..................................35
Begrijpt hoe de visie op probleemgedrag bij verstandelijk beperkten in relatie staat tot het oplossen ervan en
welke professionals/partijen bij dit proces van ‘begrijpen en oplossen’ ingeschakeld kunnen worden............36
Kent het model van Heijkoop (‘de persoon’ genaamd) om probleemgedrag bij verstandelijk beperkten op te
lossen..................................................................................................................................................................37
Kent verschillende (verpleegkundige) interventies/methoden, waaronder Gentle teaching, die gebruikt
worden bij het beheersen/oplossen van probleemgedrag bij verstandelijk beperkten.....................................38

Week 7: Sociologie....................................................................................................................................... 38
Weet welke historische zienswijzen er zijn geweest op mensen met psychiatrische problemen of mensen een
verstandelijke beperking....................................................................................................................................38
Weet wat kenmerkend is aan het medische model en welke invloed dit model heeft gehad op
(verpleegkundige) zorgverlening aan volwassenen en jeugdigen met psychiatrische stoornissen of met een
verstandelijke beperking, zowel in als buiten de instelling (thuis- / gezinszorg)...............................................39
Begrijpt het verband tussen het medische model en de intramuralisering van de (gehandicapten)zorg.........39

, Kan uitleggen welke kritische kanttekeningen bij het medisch model zijn geplaatst en welke alternatieve
visies op psychiatrische stoornissen of verstandelijke beperking hieruit zijn voortgevloeid evenals de visies op
de (verpleegkundige) zorg voor deze cliëntgroepen..........................................................................................39
Begrijpt welke maatschappelijke ontwikkelingen het medisch model of intramuralisering in de hand heeft
gewerkt en welke gevolgen dit heeft gehad voor kwetsbare doelgroepen wat betreft hun interactie mét en de
participatie ín de samenleving]..........................................................................................................................40
Begrijpt om welke redenen er een extramuraliserende trend waarneembaar is in Nederland.........................40
Begrijpt de wijze waarop professionele zorg en ondersteuning aan kwetsbare groepen georganiseerd is in
zorgwetten zoals WLZ en WMO.........................................................................................................................41

Documentinformatie

Geüpload op
13 september 2021
Aantal pagina's
42
Geschreven in
2021/2022
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

€4,49
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
veran Hogeschool Windesheim
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
61
Lid sinds
4 jaar
Aantal volgers
51
Documenten
12
Laatst verkocht
11 maanden geleden

4,5

6 beoordelingen

5
3
4
3
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen