Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting AFPF leerjaar 1

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
71
Geüpload op
13-09-2021
Geschreven in
2017/2018

Samenvatting van alle leerdoelen van AFPF van leerjaar 1 HBO verpleegkunde Hogeschool Utrecht

Voorbeeld van de inhoud

Casus 1


Hoofdstuk 1


● Een beschrijving geven van de complexiteitsniveaus van structuren in het lichaam


➔ Atomen vormen moleculen.
★ Cellen: zijn de kleinste onafhankelijke eenheden van de levende materie. Zijn
microscopisch klein, niet waarneembaar met het blote oog. Elk celtype is gespecialiseerd
om een specifieke functie te vervullen.
Een specifieke functie van zenuwcellen is het ontvangen en doorgeven van elektrische
signalen.
➔ De cellen samen die overeenkomen in functie en vorm vormen weefsels.
★ Organen: bestaan uit verschillende soorten weefsels en zijn geëvolueerd om een specifieke
functie uit te oefenen
★ Orgaanstelsels/systemen: bestaan uit een aantal organen en weefsels die samen bijdragen
aan 1 of meer vitale functies van het lichaam.
Lichaam bevat meerdere stelsels die in onderlinge afhankelijkheid specifieke functies
vervullen.


● Een definitie geven van de begrippen ‘milieu intérieur’ en ‘homeostase’


★ Selectieve permeabiliteit = vb celmembraan. Selectieve barrière voor stoffen die
binnenkomen of afgevoerd worden. Maakt het mogelijk dat de celmembraan controleert
welke stoffen in en uit de cel gaan en de samenstelling van de interne omgeving reguleert.
Grootte van deeltjes is belangrijk hierbij)


★ Homeostase: het in evenwicht houden van het lichaam. Zonder verandering. Een
dynamische, zich voortdurend veranderende situatie waar een veelvoud van fysiologische
mechanismen en metingen steeds binnen nauwe grenzen blijft.
Voorbeelden hiervan zijn: kerntemperatuur, water- en elektrolytenhuishouding, zuurgraad
(pH) van lichaamsvloeistoffen, bloedsuikergehalte, bloed- en weefselzuurstof en
koolstofdioxidegehaltes, bloeddruk.
Homeostase wordt gehandhaafd door systemen die veranderingen in het milieu interieur
opsporen en daarop reageren. Het heeft 3 basiscomponenten:
○ de detector
○ het controlecentrum: herbergt de waarden waarbinnen de variabele factor moet
worden gehandhaafd. Ontvangt berichten van de detector en verwerkt die
informatie. Is er een aanpassing nodig? > dan reageert het controlecentrum door
wijziging van de opdrachten die het zendt naar de effector.
○ de efector


★ Milieu intérieur: het vocht dat de lichaamscellen omspoelt. Absorbeert zuurstof en
voedingsstoffen uit de omgevende interstitiële vloeistof, die deze stoffen opnieuw uit de
bloedsomloop heeft geabsorbeerd. = inwendige omgeving = interstitiële- of
weefselvloeistof

,● Negatieve en positieve feedbackmechanismen met elkaar vergelijken
★ Negatieve feedback: elke verandering van het regulatiesysteem die zich verwijdert van de
normale waarde wordt tenietgedaan. Stijgt een variabel? > negatieve feedback zorgt ervoor
dat het weer daalt. En vice versa. Homeostase wordt zo gehandhaafd. Voorbeeld:
lichaamstemperatuur. (regelcentrum van de lichaamstemperatuur bevindt zich in de
hypothalamus)
★ Positieve feedback: ‘versterkende’ of ‘cascade’-mechanismen. Bestaan er maar een paar
van in het lichaam. De stimulus doet de respons progressief toenemen zodat de respons
progressief wordt versterkt (zolang de stimulus aanhoudt). Voorbeeld: bloedstolling en
baarmoedercontracties bij de bevalling. Bij bevalling worden de contracties van de
baarmoeder gestimuleerd door het hormoon oxytocine. Hoofdje van de baby wordt hierdoor
in de baarmoeder geperst waar receptoren worden gestimuleerd die reageren op
uitrekking. Antwoord op die uitrekking zorgt ervoor dat er meer oxytocine worden
afgescheiden, die de contracties versterken. Als de baby er is houden de contracties op en
stopt het afscheiden van oxytocine.




● De functies van de transportsystemen in het lichaam beschrijven


★ Transportsystemen = zorgen ervoor dat alle lichaamscellen in verbinding staan met zowel
mogelijke ondersteunende stoffen alsook de mogelijkheid bieden om afvalproducten af te
scheiden. Hierbij zijn het bloed, bloedsomloop en lymfoïde systeem betrokken.


❖ Bloed: transporteert stoffen door het hele lichaam. Bestaat uit 2 componenten: vloeistof
(plasma) en een vast deel (bloedcellen, deze zijn gesuspendeerd in het plasma).
○ Plasma: bestaat uit water, met daarin opgeloste stoffen, zoals: voedingsstoffen
opgenomen uit het maag-darmkanaal, zuurstof uit de longen, chemische
verbindingen die in lichaamscellen worden aangemaakt (VB: hormonen),
afvalproducten van alle lichaamscellen.
○ Bloedcellen: (3 soorten)
■ Erytrocyten (rode bloedcellen) vervoeren zuurstof en koolstofdioxide
tussen longen en lichaamsdelen.
■ Leukocyten (witte bloedcellen) beschermen het lichaam tegen infectie en
andere xenobiotica. Ze zijn groter en minder talrijk dan rode bloedcellen.
■ Trombocyten zijn kleine cellen die van essentieel belang zijn bij de
bloedstolling.


❖ Cardiovasculair systeem: netwerk van bloedvaten en het hart.
➢ 3 soorten bloedvaten:
■ Arteriën: (slagaders) vervoeren het bloed vanuit het hart.
■ Venen: (aders) vervoeren bloed terug naar het hart
■ Capillairen (haarvaatjes) verbinden arteriën en venen met elkaar.
➢ Hart: Spier met vier kamers die het bloed door het lichaam pompt en houdt de
bloeddruk op peil. Pols = de hartslagfrequentie, best waarneembaar daar waar een
oppervlakkig verlopende arterie lichtjes tegen het bot kan worden gedrukt.


❖ Het lymfoïde systeem: bestaat uit lymfevaten. Structuren lijken op venen en capillairen,
maar poriën in de wanden zijn groter. Lymfe is weefselvloeistof dat ook materiaal bevat dat
is afgevoerd van weefselruimten, zoals plasma-eiwitten en soms ook bacteriën en celafval.

, > Wordt via lymfevaten teruggevoerd naar de bloedsomloop.
Bevinden zich op allerlei plaatsen ophopingen van lymfeklieren. Hier wordt de lymfe
gefilterd en worden microben en andere stoffen verwijderd.
Lymfoïde systeem zorgt ook voor de rijping van de lymfocyten, witte bloedcellen die
betrokken zijn bij het immuunsysteem.




● De functies van het zenuwstelsel en het endocriene stelsel van interne communicatie
samenvatten


➔ Bij interne communicatie spelen het zenuwstelsel en het endocriene stelsel de hoofdrol:
ze handhaven de homeostase en reguleren vitale lichaamsfuncties.


★ Zenuwstelsel: Is een snelwerkend communicatiesysteem.
○ Centrale zenuwstelsel bestaat uit:
■ De hersenen
■ Het ruggenmerg.
○ Perifere zenuwstelsel:
■ Sensorische/ afferente zenuwen: sturen signalen van het lichaam naar de
hersenen. Binnenkomende informatie wordt geanalyseerd en verzameld.
■ Motorische/ efferente zenuwen: sturen signalen van de hersenen naar de
effectorganen.


➔ Zenuwimpulsen (actiepotentialen) verplaatsen zich uitzonderlijk snel.
➔ Communicatie tussen de zenuwcellen is noodzakelijk! Gebeurt met behulp van een
chemische stof (neurotransmitter), die afgescheiden wordt tussen twee zenuwcellen. De
neurotransmitter steekt de ruimte snel over naar de nabijgelegen cel en stimuleert of remt
deze. Boodschap wordt op deze manier doorgegeven.


★ Endocriene stelsel = scheidt chemische stoffen af in het bloed. Bestaat uit een stelsel van
afzonderlijke klieren die verspreid door het lichaam liggen. Klieren scheiden chemische
stoffen af (hormonen) in bloed. Hormonen stimuleren specifieke doelorganen die betrokken
zijn bij metabolische processen en andere cellulaire activiteiten, groei en rijping van het
lichaam.
Endocriene klieren reageren op het gehalte van bepaalde stoffen in het bloed.
Regulatie van lichaamsfuncties door het endocriene stelsel verloopt langzamer dan die door
het zenuwstelsel.




● In hoofdlijnen beschrijven hoe het lichaam stoffen absorbeert


➔ Ademhalings-, spijsverterings- en urinesystemen zijn hierbij betrokken. Opgenomen worden
zuurstof, water en voedingsstoffen.


➔ Opname van zuurstof: zuurstof wordt gebruikt voor de chemische reacties waarbij energie
vrijkomt uit voedingsstoffen.
Lucht komt bij het ademen via de bovenste luchtwegen in de longen terecht. Als het lucht

, in de alveoli is aangekomen vindt uitwisseling plaats van de vitale gassen tussen de longen
en het bloed.


➔ Inname van voedingsmiddelen (eten): Voedingsstoffen krijg je binnen door te eten, deze
worden meestal na vertering geabsorbeerd. Ondersteunen de lichaamsfuncties, celopbouw,
-groei en -herstel.
Voedingsstoffen: water, koolhydraten, eiwitten, vetten, vitaminen, mineralen


➔ Spijsvertering: voedsel afbreken en verteren om het geschikt te maken voor absorptie in
het bloed en gebruik door de lichaamscellen. Bestaat uit het:
◆ maag-darmkanaal: buis die in de mond begint en eindigt bij de anus
◆ Bijbehorende organen: speekselklieren, alvleesklier (synthetiseren en scheiden
spijsverteringsenzymen af, die belangrijk zijn voor de afbraak van voedsel) en lever
(scheidt gal af, deze komen in het maag-darmkanaal binnen via de kanalen).


➔ Metabolisme: het geheel van chemische processen in het lichaam. 2 soorten processen:
◆ Anabolisme: opbouw of synthese van grote en complexe stoffen
◆ Katabolisme: afbraak van stoffen om energie vrij te maken en om grondstoffen te
vormen voor anabole processen naast afvalstoffen die kunnen worden
uitgescheiden.




● De afvalstoffen noemen die door het lichaam worden verwijderd


❖ Koolstofdioxide: een afvalproduct van het celmetabolisme. Lost op in lichaamsvloeistoffen
die daardoor zuur worden. Koolstofdioxide moet dus in voldoende mate verwijderd worden.
Gebeurt via de longen tijdens het uitademen.


❖ Urine: wordt gevormd in de nieren. Bestaat uit water en afvalproducten (eiwitten zoals
ureum). Nieren handhaven vochtbalans onder invloed van hormonen van het endocriene
systeem. Spelen ook een rol bij regulatie van de pH van het bloed.
Blaas dient als opslagplaats van urine, totdat urine wordt geloosd bij de mictie.


❖ Feces: Afvalproducten van spijsverteringsstelsel worden bij de defecatie/stoelgang als
feces geloosd. Bestaan uit onverteerbare voedselresten die achterblijven in het
maag-darmkanaal, gal uit de lever die de afvalproducten bevat van de afgebroken rode
bloedcellen en een groot aantal microben.




● Activiteiten benoemen die een individu onderneemt ter overleving en ter bescherming


➢ Bescherming tegen externe invloeden:
○ De huid vormt een barrière tegen invasie door microben, chemicaliën en uitdroging.
Bestaat uit 3 lagen:
■ De epidermis: de opperhuid. Samengesteld uit verschillende lagen cellen
die vanuit de diepste laag naar de oppervlakte groeien. Vormt de barrière
tussen het vochtige milieu interieur en de droge atmosfeer van de
buitenwereld.

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
13 september 2021
Aantal pagina's
71
Geschreven in
2017/2018
Type
SAMENVATTING
€7,39
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
sjmbaudoin

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
sjmbaudoin Hogeschool Utrecht
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
-
Lid sinds
6 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
2
Laatst verkocht
-

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen