Oefententamen
1. Lees de volgende advertentietekst:
‘Freeler zal op grond van de door Freeler verkregen gegevens/informatie actief inspelen
op
de behoefte van de gebruiker’. XS4ALL: Uiteindelijk heeft alles zijn prijs.
In deze tekst domineren de volgende kanten van de boodschap:
A. Referentieel en appellerend.
B. Expressief en relationeel.
C. Relationeel en referentieel.
D. Relationeel en appelerend.
2. Tekst van advertentie Ben (Trouw 31 mei 1999):
Ben in Kopenhagen
Neem Ben mee op vakantie, want met Ben abonnee kun je bellen en gebeld worden in
bijna
heel Europa en daarbuiten. Vraag naar de voorwaarden. Ben wenst je alvast een hele
goeie
vakantie. www.ben.nl. 0800 – 7111.
Welke aspecten van de boodschap domineren in de advertentie van Ben?
A. Referentieel en relationeel.
B. Relationeel en expressief.
C. Expressief en referentieel.
D. Relationeel en appellerend.
3. Lees de volgende stellingen over internet.
Stelling 1: Internet zorgt voor een meer actieve rol van de ontvanger in het
communicatieproces
Stelling 2: Internet blijft grotendeels een massamedium omdat de communicatie in
principe
openbaar is.
A. Stellingen 1 en 2 zijn juist.
B. Stellingen 1 en 2 zijn onjuist.
C. Stelling 1 is juist, stelling 2 is onjuist.
D. Stelling 1 is onjuist, stelling 2 is juist
4. Het tweetrapsmodel of de ‘two-step-flow-theory’ wil zeggen:
A. Het bepalen van de ontvangersagenda door de media-agenda.
B. Een Amerikaanse theorie die ervan uitgaat dat de berichtgeving gefaseerd verloopt.
C. Een Amerikaanse theorie waarbij de individuele wensen en voorkeuren van ontvangers
voorop staan.
D. De beïnvloeding door massamedia gebeurt vooral via opinieleiders
5. De wetenschappelijke theorievorming van massacommunicatie kan voor de twintigste
eeuw
in de volgende vier fase onderverdeeld worden:
A. Fasen: 1. Mediamacht ter discussie; 2. Aandacht voor de ontvanger; 3. Almacht van de
media; 4. Opinieleider en tweetrapsmodel.
B. Fasen: 1. Almacht van de media; 2. Opinieleider en tweetrapsmodel; 3. Aandacht voor
de
ontvanger; 4. Mediamacht ter discussie.
C. Fasen: 1. Almacht van de media; 2. Opinieleider en tweetrapsmodel; 3. Mediamacht ter
discussie; 4. Aandacht voor de ontvanger.