Samenvatting mediarecht reader
Week 1
Recht: verzameling normen (algemene gedragsregels) die de ordening van een bepaalde
samenleving tot doel heeft.
Soorten normen:
- Rechtsnormen: creëren van orde, het beschermen van personen of belangen
(regels). Dragen bij aan het vinden van een balans tussen vrijheden van personen.
- Godsdienstige normen
- Zedelijke normen
- Fatsoensnormen
Weinig verschil tussen.
Recht is nauw verweven met de begrippen macht en moraal (ideeën over goed slecht).
Moraal zou boven het recht staan., het recht staat in dienst van de algemeen heersende
moraal.
Ordening naar rechtsbron
Recht komt voort uit:
- Internationale verdragen die de Nederlandse overheid heeft ondertekend
- Nationale wetten (nationale wetgever)
- Jurisprudentie (rechtsbron, rechters)
- Gewoonte (wetten gaan boven de gewoontewet).
De nationale wetgever hoort de internationale verdragen over te nemen.
Nationale wetgever (de kroon en de staten generaal) draagt zorg voor de vastlegging
van normen in formele wetten (grondwet).
Materiele wetten: regelgeving die onder meer is vastgelegd in koninklijke besluiten van
algemene strekking, provinciale of gemeentelijke verordeningen.
Rechtsbron: geheel van rechterlijke beslissingen waarbij regelgeving wordt getoetst en
geïnterpreteerd. Jurisprudentie geeft richting aan de manier waarop de regelgeving voor
toekomstige situaties moet worden geïnterpreteerd en toegepast.
Ordening naar de werking van rechtsnormen (de werking van rechtsnormen)
Verschillende recht is te onderscheiden in:
- Dwingend recht: partijen niet kunnen afwijken van de overeenkomst.
- (Regelend) aanvullend recht: partijen kunnen afwijken. Niet verplicht de
rechtsregels te volgen.
- Publiekrecht: De verhoudingen tussen burgers en overheid. Regelt:
- Organisatie van de overheid
- Rechtsverhoudingen tussen de overheidsorganen onderling
- Relaties tussen de overheid en rechtssubjecten (natuurlijke personen en
rechtspersonen)
- Belangen van de gemeenschap centraal.
- Privaatrecht: rechtsverhoudingen tussen personen onderling. Dit regelt primair de
bijzondere belangen tussen rechtssubjecten. Individuele belangen staan centraal.
(burgelijke procesrecht)
- Administratief procesrecht: hierin staan de voorschriften met betrekking tot
geschillen met organen van openbaar bestuur.
- Strafprocesrecht.
,Publieksrecht bestaat uit:
- Bestuursrecht (administratief recht): publiekrechtelijke regels die gericht zijn op
de ordening van bijzondere aspecten van de relatie tussen de overheid en de
samenleving.
Bestaat uit algemene wet bestuursrecht
- Staatsrecht: belangrijkste regels van de nationale ordening van het
overheidsapparaat en die van de verhoudingen tussen de overheid en burgers in
nationaal verband.
Bestaat uit Grondwet
De wetten die in de Grondwet worden genoemd
Wettelijke regelingen
Voor een deel uit ongeschreven recht
- Strafrecht:
Materieel strafrecht: Strafbare feiten en verbonden sancties.
Formeel strafrecht (straf procesrecht): Welke wijze materieel strafrecht
wordt gehandhaafd.
Strafrecht onderscheidt twee soorten strafbare feiten:
- Misdrijven (rechtbank)
- Overtredingen (politie)
Wetgever bepaald tot welke categorie strafbare feit hoort.
WvSr: Wetboek van Strafrecht
Sancties (strafmaatregel) onder te verdelen in:
- Gevangenisstraf
- Geldboete
- Hechtenis
Burgerlijke procesrecht (privaatrecht) regels geven aan hoe er in een burgerlijke
geding geprocedeerd moet worden en doen uitspraak over de manier waarop men tegen
gerechtelijke uitspraken in kan gaan (hoger beroep) en over de manier waarop de
gerechtelijke uitspraken ten uitvoer moeten worden gebracht. Het bewijsrecht maakt
deel uit van het burgerlijke procesrecht.
Vormen van rechtspraak:
- Strafrechtspraak
- Burgerlijke rechtspraak (civiele rechtspraak)
Drie lagen (gewone rechterlijke macht)
Rechtbanken
Gerechtshogen
Hoge Raad
- Administratieve rechtspraak
Nederlandse rechtspraak kenmerkt zich door de volgende punten:
1. Rechterlijke macht onafhankelijk.
2. Er wordt recht gedaan door rechtsgeleerde rechters.
3. De rechtspraak is over het algemeen collegiale rechtspraak: er wordt recht
gesproken door een uit meerdere rechters bestaand rechterscollege.
4. Geschillen kunnen in eerste aanleg en in hoger beroep. Absolute bevoegdheid:
(Eerste aanleg – Hoger beroep bij hogere rechter – hoger beroep bij gerechtshof –
Hoge Raad).
5. Uitspraak Hoge Raad: arrest.
, 6. Absolute bevoegdheid / relatieve bevoegdheid.
Europees recht
Europese Unie (EU) voorheen EEG. 16 lidstaten.
EU heeft een gemeenschappelijke markt en een economische en monetaire unie.
Een ruimte zonder binnengrenzen waarin het vrije verkeer van goederen, personen,
diensten en kapitaal is gewaarborgd (de vier vrijheden).
Vijf instellingen voor de taken van EU:
1. Europees Parlement (EP):
Adviserende bevoegdheden aan de Raad
Controlerende bevoegdheden tegenover de Commissie
Budgettaire bevoegdheden
2. Raad: Regering van de Lid Staten elk een vertegenwoordiger. De wetgever van de
EU
Verdragsluitende en budgettaire bevoegdheden.
3. Commissie: Twintig leden, handelen in het belang van de EU.
4. Hof van Justitie: onafhankelijke kundige rechtsgeleerden of rechters en worden
door de regeringen van de Lid Staten benoemd. Eerbiediging van het recht bij de
uitlegging en toepassing van het Verdrag te verzekeren.
5. Rekenkamer: twee onafhankelijke leden. Controle van de rekeningen in de EU.
Het recht van de EU staan vast in de verdragen.
- Primaire recht
- Secundaire recht: besluiten die de raad en commissie hebben genomen.
Richtlijnen….. (blz 15)
Rechtsbronnen
1. Wet
Betekenissen wet:
- Wet in formele zin
- Wet in materiele zin
Wet in formele zin: gezamenlijk besluit van de regering en de Staten-Generaal
(Burgelijk Wetboek). Als in de benaming van een wet gesproken wordt van ‘wet’ of
‘wetboek’ weten we dat we te maken hebben met een wet in formele zin (grondwet). Het
zegt alleen maar iets over de vraag wie de wet heeft vastgesteld, maar zegt niets over de
inhoud van de wet.
Naast Staten-Generaal mogen ook andere organen rechtsregels vasstellen:
- Regering
- Provinciale staten
- Gemeenteraad
Dit zijn wetten in materiele zin.
Wet in materiele zin: bevat algemene regels (normen) die burgers binden. Ze zijn van
toepassing in een onbepaald aantal gevallen en voor een onbepaald aantal personen. De
wet is vatbaar voor herhaalde toepassing.
Drie soorten typen wetten:
1. Wetten in formele zin die tevens wetten in materiele zin zijn (Burgerlijk Wetboek).
2. Wetten in formele zin die niet tevens wetten in materiele zin zijn (de wet die de
voogdij over de minderjarige Koning regelt). Dus geldt niet voor iedereen.
3. Wetten in materiele zin die niet wetten in formele zin zijn (provinciale
verordening). Bindend voor alle mensen in die provincie, niet heel Nederland.
Deze 3 types hebben een rangorde.
Week 1
Recht: verzameling normen (algemene gedragsregels) die de ordening van een bepaalde
samenleving tot doel heeft.
Soorten normen:
- Rechtsnormen: creëren van orde, het beschermen van personen of belangen
(regels). Dragen bij aan het vinden van een balans tussen vrijheden van personen.
- Godsdienstige normen
- Zedelijke normen
- Fatsoensnormen
Weinig verschil tussen.
Recht is nauw verweven met de begrippen macht en moraal (ideeën over goed slecht).
Moraal zou boven het recht staan., het recht staat in dienst van de algemeen heersende
moraal.
Ordening naar rechtsbron
Recht komt voort uit:
- Internationale verdragen die de Nederlandse overheid heeft ondertekend
- Nationale wetten (nationale wetgever)
- Jurisprudentie (rechtsbron, rechters)
- Gewoonte (wetten gaan boven de gewoontewet).
De nationale wetgever hoort de internationale verdragen over te nemen.
Nationale wetgever (de kroon en de staten generaal) draagt zorg voor de vastlegging
van normen in formele wetten (grondwet).
Materiele wetten: regelgeving die onder meer is vastgelegd in koninklijke besluiten van
algemene strekking, provinciale of gemeentelijke verordeningen.
Rechtsbron: geheel van rechterlijke beslissingen waarbij regelgeving wordt getoetst en
geïnterpreteerd. Jurisprudentie geeft richting aan de manier waarop de regelgeving voor
toekomstige situaties moet worden geïnterpreteerd en toegepast.
Ordening naar de werking van rechtsnormen (de werking van rechtsnormen)
Verschillende recht is te onderscheiden in:
- Dwingend recht: partijen niet kunnen afwijken van de overeenkomst.
- (Regelend) aanvullend recht: partijen kunnen afwijken. Niet verplicht de
rechtsregels te volgen.
- Publiekrecht: De verhoudingen tussen burgers en overheid. Regelt:
- Organisatie van de overheid
- Rechtsverhoudingen tussen de overheidsorganen onderling
- Relaties tussen de overheid en rechtssubjecten (natuurlijke personen en
rechtspersonen)
- Belangen van de gemeenschap centraal.
- Privaatrecht: rechtsverhoudingen tussen personen onderling. Dit regelt primair de
bijzondere belangen tussen rechtssubjecten. Individuele belangen staan centraal.
(burgelijke procesrecht)
- Administratief procesrecht: hierin staan de voorschriften met betrekking tot
geschillen met organen van openbaar bestuur.
- Strafprocesrecht.
,Publieksrecht bestaat uit:
- Bestuursrecht (administratief recht): publiekrechtelijke regels die gericht zijn op
de ordening van bijzondere aspecten van de relatie tussen de overheid en de
samenleving.
Bestaat uit algemene wet bestuursrecht
- Staatsrecht: belangrijkste regels van de nationale ordening van het
overheidsapparaat en die van de verhoudingen tussen de overheid en burgers in
nationaal verband.
Bestaat uit Grondwet
De wetten die in de Grondwet worden genoemd
Wettelijke regelingen
Voor een deel uit ongeschreven recht
- Strafrecht:
Materieel strafrecht: Strafbare feiten en verbonden sancties.
Formeel strafrecht (straf procesrecht): Welke wijze materieel strafrecht
wordt gehandhaafd.
Strafrecht onderscheidt twee soorten strafbare feiten:
- Misdrijven (rechtbank)
- Overtredingen (politie)
Wetgever bepaald tot welke categorie strafbare feit hoort.
WvSr: Wetboek van Strafrecht
Sancties (strafmaatregel) onder te verdelen in:
- Gevangenisstraf
- Geldboete
- Hechtenis
Burgerlijke procesrecht (privaatrecht) regels geven aan hoe er in een burgerlijke
geding geprocedeerd moet worden en doen uitspraak over de manier waarop men tegen
gerechtelijke uitspraken in kan gaan (hoger beroep) en over de manier waarop de
gerechtelijke uitspraken ten uitvoer moeten worden gebracht. Het bewijsrecht maakt
deel uit van het burgerlijke procesrecht.
Vormen van rechtspraak:
- Strafrechtspraak
- Burgerlijke rechtspraak (civiele rechtspraak)
Drie lagen (gewone rechterlijke macht)
Rechtbanken
Gerechtshogen
Hoge Raad
- Administratieve rechtspraak
Nederlandse rechtspraak kenmerkt zich door de volgende punten:
1. Rechterlijke macht onafhankelijk.
2. Er wordt recht gedaan door rechtsgeleerde rechters.
3. De rechtspraak is over het algemeen collegiale rechtspraak: er wordt recht
gesproken door een uit meerdere rechters bestaand rechterscollege.
4. Geschillen kunnen in eerste aanleg en in hoger beroep. Absolute bevoegdheid:
(Eerste aanleg – Hoger beroep bij hogere rechter – hoger beroep bij gerechtshof –
Hoge Raad).
5. Uitspraak Hoge Raad: arrest.
, 6. Absolute bevoegdheid / relatieve bevoegdheid.
Europees recht
Europese Unie (EU) voorheen EEG. 16 lidstaten.
EU heeft een gemeenschappelijke markt en een economische en monetaire unie.
Een ruimte zonder binnengrenzen waarin het vrije verkeer van goederen, personen,
diensten en kapitaal is gewaarborgd (de vier vrijheden).
Vijf instellingen voor de taken van EU:
1. Europees Parlement (EP):
Adviserende bevoegdheden aan de Raad
Controlerende bevoegdheden tegenover de Commissie
Budgettaire bevoegdheden
2. Raad: Regering van de Lid Staten elk een vertegenwoordiger. De wetgever van de
EU
Verdragsluitende en budgettaire bevoegdheden.
3. Commissie: Twintig leden, handelen in het belang van de EU.
4. Hof van Justitie: onafhankelijke kundige rechtsgeleerden of rechters en worden
door de regeringen van de Lid Staten benoemd. Eerbiediging van het recht bij de
uitlegging en toepassing van het Verdrag te verzekeren.
5. Rekenkamer: twee onafhankelijke leden. Controle van de rekeningen in de EU.
Het recht van de EU staan vast in de verdragen.
- Primaire recht
- Secundaire recht: besluiten die de raad en commissie hebben genomen.
Richtlijnen….. (blz 15)
Rechtsbronnen
1. Wet
Betekenissen wet:
- Wet in formele zin
- Wet in materiele zin
Wet in formele zin: gezamenlijk besluit van de regering en de Staten-Generaal
(Burgelijk Wetboek). Als in de benaming van een wet gesproken wordt van ‘wet’ of
‘wetboek’ weten we dat we te maken hebben met een wet in formele zin (grondwet). Het
zegt alleen maar iets over de vraag wie de wet heeft vastgesteld, maar zegt niets over de
inhoud van de wet.
Naast Staten-Generaal mogen ook andere organen rechtsregels vasstellen:
- Regering
- Provinciale staten
- Gemeenteraad
Dit zijn wetten in materiele zin.
Wet in materiele zin: bevat algemene regels (normen) die burgers binden. Ze zijn van
toepassing in een onbepaald aantal gevallen en voor een onbepaald aantal personen. De
wet is vatbaar voor herhaalde toepassing.
Drie soorten typen wetten:
1. Wetten in formele zin die tevens wetten in materiele zin zijn (Burgerlijk Wetboek).
2. Wetten in formele zin die niet tevens wetten in materiele zin zijn (de wet die de
voogdij over de minderjarige Koning regelt). Dus geldt niet voor iedereen.
3. Wetten in materiele zin die niet wetten in formele zin zijn (provinciale
verordening). Bindend voor alle mensen in die provincie, niet heel Nederland.
Deze 3 types hebben een rangorde.