Het voorspellen van menselijk gedrag. Psyche (ziel) dia (door) gnosis (kennen)
Diagnostiek:
Onderzoeken hoe iemand in elkaar zit, voorspellen van menselijk gedrag
Drie diagnostische instrumenten (de gouden drie)
1. Interview
2. Psychologische test
3. Observatie
4. (Overig) assessment
Wanneer is een test goed?
Een psychologische test is een wetenschappelijke test (bepaalde theorie die is
uitgewerkt)
Schalen zijn zuiver en homogeen (meten allemaal hetzelfde)
Betrouwbaar en valide (meet het goede)
Standaardisatie
Materiaal
Afname
Scoring
Normgroepen (bij een psychologische test word je vergeleken met anderen)
Onderzoek gedaan naar meetpretenties (meet wat het moet weten)
Correlatie (coëfficiënt)
Betrouwbaarheid:
De mate waarin een test stabiel en consistent is, afwezigheid van ruis
Hoe hoog moet betrouwbaarheidscoëfficiënt zijn?
Bij belangrijke beslissingen op individueel niveau (bijv. selectie) R> .80
Bij beroepskeuze R> .70
In experimenteel groepsgewijs onderzoek R> .60
Hoe wordt dit betrouwbaarheidscoëfficiënt bepaald?
Betrouwbaarheid in interne consistentie
Betrouwbaarheid in tijd: test/ her-testmethode
Betrouwbaarheid tussen verschillende beoordelaars: Interrater betrouwbaarheid
Validiteit:
De mate waarin de test aan zijn doel beantwoord, Meet je wat je wilt meten?
Construct- of begripsvaliditeit
Of een begrip is onderzocht.
Predicatieve- of criterium validiteit
Of de toets goed kan voorspellen.