1.1 de Nederlandse staat
Kenmerken van de staat: (1)hoogste gezag, (2)gemeenschap van mensen en (3)
grondgebied.
Territorium= het grondgebied van een staat.
Geweldsmonopolie= het alleenrecht voor het hoogste gezag in de staat om
geweld toe te passen.
Staat heeft dus twee betekenissen, namelijk land en overheid. Hiermee kan het
beschouwd worden als soeverein= zelfstandig en ondeelbaar, het hoogste
gezag dragend. Dit zien we ook terug in het BW: de Nederlandse staat is een
rechtspersoon naar burgerlijk recht.
Rechtspersoon= zelfstandig drager van rechten en plichten.
(4) erkenning door andere staten. Dit wordt wel als vierde kenmerkend element
van een staat genoemd. Een moeilijkheid doet zich voor als een staat niet door
alle andere staten wordt erkend.
Publiekrecht (regelt verhoudingen tussen de overheid en de burgers) wordt
onderverdeeld in:
- Staatsrecht= rechtsgebied dat de inrichting van de staat en het optreden van
de overheid regelt.
- Bestuursrecht= rechtsgebied dat de manier regelt waarop de staat wordt
bestuurd.
- Strafrecht= rechtsgebied dat de vervolging en bestraffing van personen
regelt.
De Nederlandse koloniën waren Indonesië, Suriname en de zes eilanden van de
Nederlandse Antillen: Aruba, Bonaire, Curaçao, Saba, Sint Eustatius en Sint-
Maarten. Indonesië en Suriname zijn in 1945 en 1975 onafhankelijke staten
geworden.
Aruba is in 1986 ook een zelfstandig staat geworden, maar heeft verklaard bij het
Koninkrijk te willen blijven horen.
Het koninkrijk der Nederlanden was vanaf 1986 een staatsrechtelijke
samenwerkingsverband tussen drie landen: Nederland, de Nederlandse Antillen
en Aruba met zijn status aparte.
De Nederlandse Antillen wordt op 10-10-2010 opgeheven. Curaçao en Sint-
Maarten worden zelfstandige staten binnen het Koninkrijk. De BES-eilanden
(Bonaire, Sint Eustatius en Saba) worden een soort overzeese Nederlandse
gemeenten.
Rijkswet= wet die geldt in het gehele Koninkrijk der Nederlanden.
1.2 Nederlanders en vreemdelingen
Burgers die tot het Koninkrijk der Nederlanden behoren hebben de Nederlandse
nationaliteit: het Nederlanderschap.
De rechtsgevolgen van het Nederlanderschap zijn:
1
,- Nederlanders hebben vrije toegang tot Nederland en mogen hier vrij
verblijven.
- Het Nederlandse wetboek van strafrecht is ook van toepassing op
Nederlanders die buiten het grondgebied bepaalde misdrijven hebben
gepleegd. Deze wet heeft exterritoriale werking.
- De Nederlander die in het buitenland gevangen genomen wordt, krijgt
diplomatieke bescherming: dat wil zeggen dat vertegenwoordigers ervoor
zorgen dat hij door de buitenlandse goed wordt behandeld.
- Nederlanders worden niet aan andere staten uitgeleverd.
- Nederlanders vallen op grond van personeel statuut in de Wet Algemene
bepalingen ook in het buitenland onder het Nederlandse erfrecht en personen-
en familierecht.
- Nederlanders hebben het recht om de leden van de Tweede Kamer te kiezen
(actief kiesrecht) en zelf gekozen te worden als Kamerlid (passief kiesrecht).
- Sommige openbare functies kunnen alleen door Nederlanders worden vervuld.
- Nederlanders kunnen aanspraak maken op voorzieningen of uitkeringen.
Vreemdeling= persoon die niet de Nederlandse nationaliteit bezit.
RWN (rijkswet op het Nederlanderschap) regelt het Nederlanderschap:
- Automatisch
• kinderen van Nederlandse ouders
• 3e generatie
• adoptie
- Optieverklaring
• 2e generatie (jongeren tussen 18 en 25 jaar)
- Naturalisatieverzoek
• 5 jaar legaal in Nederland
• 3 jaar getrouwd met een Nederlander
( hiervoor 18 jaar en ouder zijn en naturalisatietoets afleggen)
De Nederlander die niet in de noodzakelijke kosten van het bestaan kan voorzien,
heeft recht op bijstand. Voor vreemdelingen geldt het koppelingsbeginsel. De
rechten van een vreemdeling zijn dus gekoppeld aan zijn rechtmatig verblijf.
Visum= toestemming aan een vreemdeling om gedurende korte tijd in
Nederland te verblijven. Dit is maximaal 3 maanden.
Voor een langer verblijf, bv voor werk of studie moet de vreemdeling op een
Nederlandse ambassade een machtiging tot voorlopig verblijf aanvragen.
Daarna kan een verblijfsgunning regulier worden aangevraagd. Deze vergunning
wordt altijd afgegeven onder de beperking, dat wil zeggen voor het doel van het
verblijf.
Naast de reguliere vreemdelingen zijn er vreemdelingen die hun toevlucht
(asylum) zoeken tot Nederland vanwege een bedreigende situatie of slechte
economische omstandigheden in hun eigen land. Voor deze asielzoekers gelden
niet dezelfde toegangsregels als voor de reguliere vreemdelingen. Asielzoekers
moeten een verblijfsvergunning asiel aanvragen in een Nederlandse
aanmeldcentrum.
1.3 bronnen van staatsrecht
Verdrag/richtlijnen: Europees Verdrag
2
, Wet: grondwet en Statuut van Koninkrijk der Nederlanden
Gewoonterecht: vertrouwensregel
Jurisprudentie (rechtersrecht)
3