1.1
1.1.1
Staat:
1)Op een bepaald grondgebied
2)Gemeenschap van mensen
3)Organisatie oefent het hoogste gezag uit
-Een zelfstandige en ondeelbare eenheid= soeverein (art. 2:1 BW)
-Drager van rechten en plichten
-Als staatsmacht optreden in het juridische verkeer binnen Nederland en in
contact met andere staten.
4) Erkenning van andere staten. Moeilijkheid= als een staat niet door ALLE
andere staten wordt erkend (Israël met Palestina)
Verdrag: Een overeenkomst tussen 1 of meer staten
Grondgebied:
-De grenzen aan de kust zijn in internationale verdragen vastgelegd, waarbij ook
een brede strook zeewater tot het grondgebied van de staat behoort.
-Ook het luchtruim boven het land hoort bij het grondgebied van de staat
Gemeenschap:
-De gemeenschap wordt gevormd door mensen die daartoe behoren vanwege
hun afstamming of die op eigen verzoek de nationaliteit van de staat hebben
verkregen.
-Kan bestaan uit mensen met een verschillende taal, godsdienst, cultuur en
geschiedenis die zich met elkaar verbonden voelen.
Door die onderlinge verbondenheid wordt de gemeenschap een natie (=volk).
Gezag:
-het hoogste gezag is gericht op het scheppen en handhaven van orde en recht
De overheid zorgt dat het algemeen belang wordt gediend:
-datgene wat in het belang is van de meeste burgers en de staat als geheel
De term “Staat” stamt uit de Renaissance(16e eeuw)
-een periode in de geschiedenis van Europa waarin allerlei vernieuwende ideeën
over de verhouding tussen staat en burger naar voren kwamen.
Staatsrecht:
!-betreft de manier waarop de inrichting vd staat + het optreden vd overheid zijn
georganiseerd, alsmede de zo belangrijke grondrechten van burgers
Bestuursrecht:
!-heeft betrekking op de wijze waarop de overheid de samenleving bestuurt.
1.1.1
Staat:
1)Op een bepaald grondgebied
2)Gemeenschap van mensen
3)Organisatie oefent het hoogste gezag uit
-Een zelfstandige en ondeelbare eenheid= soeverein (art. 2:1 BW)
-Drager van rechten en plichten
-Als staatsmacht optreden in het juridische verkeer binnen Nederland en in
contact met andere staten.
4) Erkenning van andere staten. Moeilijkheid= als een staat niet door ALLE
andere staten wordt erkend (Israël met Palestina)
Verdrag: Een overeenkomst tussen 1 of meer staten
Grondgebied:
-De grenzen aan de kust zijn in internationale verdragen vastgelegd, waarbij ook
een brede strook zeewater tot het grondgebied van de staat behoort.
-Ook het luchtruim boven het land hoort bij het grondgebied van de staat
Gemeenschap:
-De gemeenschap wordt gevormd door mensen die daartoe behoren vanwege
hun afstamming of die op eigen verzoek de nationaliteit van de staat hebben
verkregen.
-Kan bestaan uit mensen met een verschillende taal, godsdienst, cultuur en
geschiedenis die zich met elkaar verbonden voelen.
Door die onderlinge verbondenheid wordt de gemeenschap een natie (=volk).
Gezag:
-het hoogste gezag is gericht op het scheppen en handhaven van orde en recht
De overheid zorgt dat het algemeen belang wordt gediend:
-datgene wat in het belang is van de meeste burgers en de staat als geheel
De term “Staat” stamt uit de Renaissance(16e eeuw)
-een periode in de geschiedenis van Europa waarin allerlei vernieuwende ideeën
over de verhouding tussen staat en burger naar voren kwamen.
Staatsrecht:
!-betreft de manier waarop de inrichting vd staat + het optreden vd overheid zijn
georganiseerd, alsmede de zo belangrijke grondrechten van burgers
Bestuursrecht:
!-heeft betrekking op de wijze waarop de overheid de samenleving bestuurt.