Psychologie samenvatting
Kwartiel 4
,Hoofdstuk 2
Sensatie:
Het proces waarbij een gestimuleerde receptor een patroon van neurale impulsen creëert dat
de stimulus representeert in de hersenen, waardoor onze initiële ervaring van de stimulus
ontstaat. De eerste gewaarwording van de stimulus.
Receptor
Ogen, oren of huid
Stimulus
Bijv. een speldenprik een geluid of een lichtflits.
Perceptie
Een proces dat de inkomende sensorische patronen bewerkt en er betekenis aan geeft. Het
creëert een interpretatie van de sensatie. Perceptie geeft betekenis aan sensatie. Door
perceptie ontstaat een interpretatie van de externe wereld, geen letterlijke kopie.
Een percept is datgene wat wordt waargenomen, het ervaren van resultaat van het proces van
perceptie.
Het belangrijkste doel van perceptie is om een accurate greep op de wereld te krijgen om
vrienden en vijanderen te kunnen onderscheiden, mogelijkheden voor gevaren.
Transductie
Het proces waarbij fysische energie, zoals lichtgolven, wordt omgezet in neutrale impulsen.
Transductie begint op het moment dat een sensorische neuron een fysische stimulus (bijv. een
geluidsgolf van een trillende snaar) opvangt. Als de stimulus het bijpassende zintuig bereikt (in
het geval van de snaar, het oor) activeert het de gespecialiseerde neuronen in dat zintuig, die
receptoren worden genoemd. Deze receptoren zetten het excitatie of prikkeling , vervolgens om
in een zenuwimpuls. Het enige wat in het zenuwstelsel verplaatst wordt, is informatie in de vorm
van een neurale impuls.
Problemen met het waarnemen van een stimulus
Absolute drempel
De minimum hoeveelheid fysische energie die nodig is om tot een sensorische ervaring te leiden.
2
, Verschildrempel
Het kleinste fysische verschil tussen twee stimuli dat iemand betrouwbaar in vijftig procent van
de gevallen als verschil kan opmerken. (JWV)
Wet van Weber
Die stelt dat de grootte van het JWV proportioneel samenhangt met de intensiteit van de
stimulus. Dus als je het geluid van de televisie erg hard hebt staan, moet je het volume
behoorlijk zachter zetten om het verschil te kunnen opmerken.
Wij mensen zijn gebouwd om veranderingen in, en relatie tussen stimuli op te merken
Signaaldetectietheorie
De Signaaldetectietheorie (1966) geeft meer inzicht in absolute drempel en verschildrempels en
geldt zowel voor biologische als voor elektronische sensoren. Dat wil zeggen dat we de
elektronische waarneming van stimuli door apparaten als onze tv met behulp van dezelfde
concepten kunnen verklaren als de waarneming via de menselijke zintuigen als het gezicht en
het gehoor.
Volgens deze theorie is sensatie afhankelijk van de kenmerken van de stimulus, de
achtergrondstimulus en de detector. Met behulp van de Signaaldetectietheorie kunnen we bijv.
begrijpen waarom drempelwaarden verschillen, waarom je de ene keer geluid opmerkt en de
andere keer niet. De klassieke theorie over drempels besteedt geen aandacht aan de invloed
van lichamelijke gesteldheid en de oordelen en vooroordelen van de ontvanger
Sensorische adaptatie
Zintuigen worden minder gevoelig naarmate een stimulus langer aanhoud, wanneer je bijv.
aanpast aan het gevoel van zwemmen in koud water. Stimuli die niet veranderen in intensiteit
hebben de neiging naar de achtergrond van ons bewust zijn te verschuiven, tenzij ze heel
intens of pijnlijk zijn.
Hoe wordt een gewaarwording (sensatie) tot een uitgebreide perceptie?
Kenmerkdetectoren
Een groep van gespecialiseerde cellen in de hersenen die zijn toegelegd op het detecteren van
specifieke kenmerken van de stimulus, zoals lengte, kleur en contouren.
Bottom-up en top-downverwerking
- Top-downverwerking
o Spelen de doelen van de waarnemer, zijn vroegere ervaringen, kennis,
verwachtingen, herinneringen, motivaties of culturele achtergronden een rol in de
interpretatie van een stimulus.
3
Kwartiel 4
,Hoofdstuk 2
Sensatie:
Het proces waarbij een gestimuleerde receptor een patroon van neurale impulsen creëert dat
de stimulus representeert in de hersenen, waardoor onze initiële ervaring van de stimulus
ontstaat. De eerste gewaarwording van de stimulus.
Receptor
Ogen, oren of huid
Stimulus
Bijv. een speldenprik een geluid of een lichtflits.
Perceptie
Een proces dat de inkomende sensorische patronen bewerkt en er betekenis aan geeft. Het
creëert een interpretatie van de sensatie. Perceptie geeft betekenis aan sensatie. Door
perceptie ontstaat een interpretatie van de externe wereld, geen letterlijke kopie.
Een percept is datgene wat wordt waargenomen, het ervaren van resultaat van het proces van
perceptie.
Het belangrijkste doel van perceptie is om een accurate greep op de wereld te krijgen om
vrienden en vijanderen te kunnen onderscheiden, mogelijkheden voor gevaren.
Transductie
Het proces waarbij fysische energie, zoals lichtgolven, wordt omgezet in neutrale impulsen.
Transductie begint op het moment dat een sensorische neuron een fysische stimulus (bijv. een
geluidsgolf van een trillende snaar) opvangt. Als de stimulus het bijpassende zintuig bereikt (in
het geval van de snaar, het oor) activeert het de gespecialiseerde neuronen in dat zintuig, die
receptoren worden genoemd. Deze receptoren zetten het excitatie of prikkeling , vervolgens om
in een zenuwimpuls. Het enige wat in het zenuwstelsel verplaatst wordt, is informatie in de vorm
van een neurale impuls.
Problemen met het waarnemen van een stimulus
Absolute drempel
De minimum hoeveelheid fysische energie die nodig is om tot een sensorische ervaring te leiden.
2
, Verschildrempel
Het kleinste fysische verschil tussen twee stimuli dat iemand betrouwbaar in vijftig procent van
de gevallen als verschil kan opmerken. (JWV)
Wet van Weber
Die stelt dat de grootte van het JWV proportioneel samenhangt met de intensiteit van de
stimulus. Dus als je het geluid van de televisie erg hard hebt staan, moet je het volume
behoorlijk zachter zetten om het verschil te kunnen opmerken.
Wij mensen zijn gebouwd om veranderingen in, en relatie tussen stimuli op te merken
Signaaldetectietheorie
De Signaaldetectietheorie (1966) geeft meer inzicht in absolute drempel en verschildrempels en
geldt zowel voor biologische als voor elektronische sensoren. Dat wil zeggen dat we de
elektronische waarneming van stimuli door apparaten als onze tv met behulp van dezelfde
concepten kunnen verklaren als de waarneming via de menselijke zintuigen als het gezicht en
het gehoor.
Volgens deze theorie is sensatie afhankelijk van de kenmerken van de stimulus, de
achtergrondstimulus en de detector. Met behulp van de Signaaldetectietheorie kunnen we bijv.
begrijpen waarom drempelwaarden verschillen, waarom je de ene keer geluid opmerkt en de
andere keer niet. De klassieke theorie over drempels besteedt geen aandacht aan de invloed
van lichamelijke gesteldheid en de oordelen en vooroordelen van de ontvanger
Sensorische adaptatie
Zintuigen worden minder gevoelig naarmate een stimulus langer aanhoud, wanneer je bijv.
aanpast aan het gevoel van zwemmen in koud water. Stimuli die niet veranderen in intensiteit
hebben de neiging naar de achtergrond van ons bewust zijn te verschuiven, tenzij ze heel
intens of pijnlijk zijn.
Hoe wordt een gewaarwording (sensatie) tot een uitgebreide perceptie?
Kenmerkdetectoren
Een groep van gespecialiseerde cellen in de hersenen die zijn toegelegd op het detecteren van
specifieke kenmerken van de stimulus, zoals lengte, kleur en contouren.
Bottom-up en top-downverwerking
- Top-downverwerking
o Spelen de doelen van de waarnemer, zijn vroegere ervaringen, kennis,
verwachtingen, herinneringen, motivaties of culturele achtergronden een rol in de
interpretatie van een stimulus.
3