Maatschappelijk werk en
dienstverlening kwartaal II
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 4 Jeugdzorg........................................................................................... 1
4.1 Historie.......................................................................................................... 1
4.2 Doelgroep van de jeugdzorg.........................................................................1
4.3 Organisaties.................................................................................................. 1
4.3.1 Bureau Jeugdzorg.................................................................................... 1
4.3.2 Zorgaanbieders................................................................................... 2
4.3.3 Raad voor Kinderbescherming.............................................................2
4.4 Financiering................................................................................................... 2
4.5 Missie en visie............................................................................................... 3
4.6 De rechten van een kind............................................................................3
4.7 Beroep en functie binnen de eigen stelling................................................3
4.7.1 Overlegvormen en deskundigheidsbevordering..................................3
4.7.2 Registratie en verantwoording............................................................3
4.7.3 Rapporteren......................................................................................... 4
4.8 Beleidsontwikkelingen............................................................................... 4
4.8.1 Centrum voor Jeugd en Gezin..............................................................4
4.8.2 Elektronisch kinddossier......................................................................4
4.8.3 Verwijsindex risicojongeren.................................................................4
4.9 Samenwerking op beleids- of managementniveau.......................................4
4.9.1 Preventiewerk...................................................................................... 4
4.9.2 Belangenbehartiging en klachtenbehandeling....................................4
4.10 Samenwerking op het niveau van de maatschappelijk werker...............5
4.10.1 Casemanagement............................................................................... 5
4.10.2 Zorgadviesteam!................................................................................. 5
4.10.3 Buurtnetwerk....................................................................................... 5
4.11 De cliënt en zijn probleem.........................................................................5
4.12 Taken en rollen van de maatschappelijk werker.....................................5
4.12.1 De afdeling Toegang Bureau Jeugdzorg...............................................5
4.12.2 De afdeling Jeugdbescherming.............................................................6
4.12.3 Advies- en Meldpunt Kindermishandeling............................................6
4.12.4 Raad voor Kinderbescherming.............................................................6
4.12.5 Jeugdreclassering................................................................................ 6
, 4.12.6 Zorgaanbieders................................................................................... 6
4.12.7 Pleegzorg............................................................................................. 6
4.13 Methodieken binnen de jeugdzorg.............................................................7
4.14 Competenties van de maatschappelijk werker in de jeugdzorg................7
4.15 Dillema’s voor de jeugdzorgwerker............................................................7
4.15.1 Wanneer ben ik op tijd?.......................................................................7
4.15.2 Wat is wenselijk, wat is haalbaar?.......................................................7
Hoofdstuk 6: Verslavingszorg................................................................................. 8
6.1 Verslavingszorg in Nederland....................................................................8
6.2 Verslaving in historisch aspect...................................................................8
6.3 Het begrip verslaving................................................................................. 8
6.3.1 Definities............................................................................................. 8
6.3.2 Verslavingsgedrag............................................................................... 8
6.4 Visie op verslaving en verslavingszorg......................................................8
6.5 Organisatie verslavingszorg.......................................................................9
6.5.1 Financiering......................................................................................... 9
6.5.2 Samenwerken op beleidsniveau..........................................................9
6.5.3 Overlegvormen.................................................................................... 9
6.5.4 Registratie, rapporteren en verantwoording........................................9
6.5.5 Hulpaanbod......................................................................................... 9
6.5.6 Samenwerken op het niveau van de maatschappelijk werker...........10
6.6 Competenties van de mwd’er in de verslavingszorg...............................10
6.7 Algemene informatie: de doelgroep.........................................................10
6.8 Algemene informatie: stadia van verslaving............................................11
6.9 Soorten verslavingen............................................................................... 11
6.9.1 Verslavende middelen.......................................................................11
6.9.2 Verslavingen niet gelieerd aan middelengebruik...............................12
6.10 Functies binnen de verslavingszorg.........................................................13
6.10.1 Medewerker reclassering in verslavingszorg.....................................13
6.10.2 Medewerker preventie.......................................................................13
6.10.3 Ambulant begeleider.........................................................................13
6.10.4 Maatschappelijk werker in een kliniek...............................................13
6.11 Methodieken............................................................................................ 13
6.12 Dilemma’s............................................................................................ 14
, Hoofdstuk 4 Jeugdzorg
4.1 Historie
In de historie van de jeugdzorg zien we dat tot ongeveer 1960 de opvoeding gericht was
op het bijbrengen van respect voor ouders en voor de regels van de samenleving. Het
kind moest zich aanpassen en vooral goed luisteren en er was weinig aandacht voor de
persoonlijke ontwikkeling van een kind.
In de jaren zestig kwam hier verandering in. Er kwam kritiek op opvoeders en jongeren
werden zich van zichzelf bewust en eisten inspraak en vrijheid. Er ontstonden alternatieve
organisaties, zoals het Jongeren Advies Centrum, die normerende opvoeding afwezen en
zich in conflictsituaties achter het kind opstelden.
In de jaren tachtig werd een proces ingezet van meer samenhang in beleid en
samenwerking tussen instellingen, maar dit leidde niet tot voldoende verbetering.
In 2005 trad de wet op de jeugdzorg in werking en kreeg de nieuwe organisatie, ´Bureau
Jeugdzorg´ een centrale functie. De positie van de cliënt is in het nieuwe jeugdzorgstel: ‘
de hulpvraag van de cliënt staat centraal en niet langer het hulpaanbod van de instelling.
4.2 Doelgroep van de jeugdzorg
Gemeentelijke voorzieningen zoals het schoolmaatschappelijk werk en het algemeen
maatschappelijk werk bieden hulp aan ouders en jeugdigen. De doelgroep van jeugdzorg
bestaat dan ook uit alle kinderen en jongeren en hun ouders / verzorgers die ernstige
opvoed- en opgroeiproblemen hebben. Ze kunnen zichzelf aanmelden bij Bureau
Jeugdzorg en zonder verwijzing een beroep doen op Jeugdzorg. Er is ook een doelgroep
die niet zelf om hulp vraagt. Hier kan de omgeving van diegene hun zorgen melden bij
‘Bureau Jeugdzorg’ of ‘Meldpunt Kindermishandeling’
4.3 Organisaties
Anno 2009 zijn op het terrein van de jeugdzorg diverse organisaties werkzaam die elk hun
eigen taak en verantwoordelijkheid hebben. In elke provincie vind je de Bureaus
Jeugdzorg, de Raad voor de Kinderbescherming en provinciale gefinancierde
zorgaanbieders. De jeugdzorg heeft veel raakvlakken met gemeentelijk voorzieningen
zoals het algemeen maatschappelijk werk, de consultatiebureaus en het
schoolmaatschappelijk werk. Maar ook met de jeugdgeestelijke gezondheidszorg en de
zorg voor jeugdigen met een licht verstandelijke beperking
4.3.1 Bureau Jeugdzorg
Elke provincie of grootstedelijke regio heeft een Bureau Jeugdzorg met meerdere
vestigingen in het werkgebied. Bureau Jeugdzorg wordt de toegang tot jeugdzorg
genoemd: centraal, herkenbaar en onafhankelijk. Ouders en jeugdigen kunnen zelf
contact opnemen met Bureau Jeugdzorg of verwezen worden door bijvoorbeeld de
huisarts.
Bureau Jeugdzorg kent de volgende afdelingen
Vrijwillige jeugdhulpverlening
Jeugdbescherming
Jeugdreclassering
Advies- en Meldpunt Kindermishandeling
Spoedeisende hulp
Kindertelefoon
4.3.2 Zorgaanbieders
In elke provincie zijn zorgaanbieders die hulp bieden aan jeugdigen en ouders uit hun
werkgebied. Deze zorg kan bijvoorbeeld bestaan uit intensieve ambulante begeleiding
aan gezinnen, dagbehandeling en trainingen voor kinderen en jongeren, pleegzorg of
dienstverlening kwartaal II
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 4 Jeugdzorg........................................................................................... 1
4.1 Historie.......................................................................................................... 1
4.2 Doelgroep van de jeugdzorg.........................................................................1
4.3 Organisaties.................................................................................................. 1
4.3.1 Bureau Jeugdzorg.................................................................................... 1
4.3.2 Zorgaanbieders................................................................................... 2
4.3.3 Raad voor Kinderbescherming.............................................................2
4.4 Financiering................................................................................................... 2
4.5 Missie en visie............................................................................................... 3
4.6 De rechten van een kind............................................................................3
4.7 Beroep en functie binnen de eigen stelling................................................3
4.7.1 Overlegvormen en deskundigheidsbevordering..................................3
4.7.2 Registratie en verantwoording............................................................3
4.7.3 Rapporteren......................................................................................... 4
4.8 Beleidsontwikkelingen............................................................................... 4
4.8.1 Centrum voor Jeugd en Gezin..............................................................4
4.8.2 Elektronisch kinddossier......................................................................4
4.8.3 Verwijsindex risicojongeren.................................................................4
4.9 Samenwerking op beleids- of managementniveau.......................................4
4.9.1 Preventiewerk...................................................................................... 4
4.9.2 Belangenbehartiging en klachtenbehandeling....................................4
4.10 Samenwerking op het niveau van de maatschappelijk werker...............5
4.10.1 Casemanagement............................................................................... 5
4.10.2 Zorgadviesteam!................................................................................. 5
4.10.3 Buurtnetwerk....................................................................................... 5
4.11 De cliënt en zijn probleem.........................................................................5
4.12 Taken en rollen van de maatschappelijk werker.....................................5
4.12.1 De afdeling Toegang Bureau Jeugdzorg...............................................5
4.12.2 De afdeling Jeugdbescherming.............................................................6
4.12.3 Advies- en Meldpunt Kindermishandeling............................................6
4.12.4 Raad voor Kinderbescherming.............................................................6
4.12.5 Jeugdreclassering................................................................................ 6
, 4.12.6 Zorgaanbieders................................................................................... 6
4.12.7 Pleegzorg............................................................................................. 6
4.13 Methodieken binnen de jeugdzorg.............................................................7
4.14 Competenties van de maatschappelijk werker in de jeugdzorg................7
4.15 Dillema’s voor de jeugdzorgwerker............................................................7
4.15.1 Wanneer ben ik op tijd?.......................................................................7
4.15.2 Wat is wenselijk, wat is haalbaar?.......................................................7
Hoofdstuk 6: Verslavingszorg................................................................................. 8
6.1 Verslavingszorg in Nederland....................................................................8
6.2 Verslaving in historisch aspect...................................................................8
6.3 Het begrip verslaving................................................................................. 8
6.3.1 Definities............................................................................................. 8
6.3.2 Verslavingsgedrag............................................................................... 8
6.4 Visie op verslaving en verslavingszorg......................................................8
6.5 Organisatie verslavingszorg.......................................................................9
6.5.1 Financiering......................................................................................... 9
6.5.2 Samenwerken op beleidsniveau..........................................................9
6.5.3 Overlegvormen.................................................................................... 9
6.5.4 Registratie, rapporteren en verantwoording........................................9
6.5.5 Hulpaanbod......................................................................................... 9
6.5.6 Samenwerken op het niveau van de maatschappelijk werker...........10
6.6 Competenties van de mwd’er in de verslavingszorg...............................10
6.7 Algemene informatie: de doelgroep.........................................................10
6.8 Algemene informatie: stadia van verslaving............................................11
6.9 Soorten verslavingen............................................................................... 11
6.9.1 Verslavende middelen.......................................................................11
6.9.2 Verslavingen niet gelieerd aan middelengebruik...............................12
6.10 Functies binnen de verslavingszorg.........................................................13
6.10.1 Medewerker reclassering in verslavingszorg.....................................13
6.10.2 Medewerker preventie.......................................................................13
6.10.3 Ambulant begeleider.........................................................................13
6.10.4 Maatschappelijk werker in een kliniek...............................................13
6.11 Methodieken............................................................................................ 13
6.12 Dilemma’s............................................................................................ 14
, Hoofdstuk 4 Jeugdzorg
4.1 Historie
In de historie van de jeugdzorg zien we dat tot ongeveer 1960 de opvoeding gericht was
op het bijbrengen van respect voor ouders en voor de regels van de samenleving. Het
kind moest zich aanpassen en vooral goed luisteren en er was weinig aandacht voor de
persoonlijke ontwikkeling van een kind.
In de jaren zestig kwam hier verandering in. Er kwam kritiek op opvoeders en jongeren
werden zich van zichzelf bewust en eisten inspraak en vrijheid. Er ontstonden alternatieve
organisaties, zoals het Jongeren Advies Centrum, die normerende opvoeding afwezen en
zich in conflictsituaties achter het kind opstelden.
In de jaren tachtig werd een proces ingezet van meer samenhang in beleid en
samenwerking tussen instellingen, maar dit leidde niet tot voldoende verbetering.
In 2005 trad de wet op de jeugdzorg in werking en kreeg de nieuwe organisatie, ´Bureau
Jeugdzorg´ een centrale functie. De positie van de cliënt is in het nieuwe jeugdzorgstel: ‘
de hulpvraag van de cliënt staat centraal en niet langer het hulpaanbod van de instelling.
4.2 Doelgroep van de jeugdzorg
Gemeentelijke voorzieningen zoals het schoolmaatschappelijk werk en het algemeen
maatschappelijk werk bieden hulp aan ouders en jeugdigen. De doelgroep van jeugdzorg
bestaat dan ook uit alle kinderen en jongeren en hun ouders / verzorgers die ernstige
opvoed- en opgroeiproblemen hebben. Ze kunnen zichzelf aanmelden bij Bureau
Jeugdzorg en zonder verwijzing een beroep doen op Jeugdzorg. Er is ook een doelgroep
die niet zelf om hulp vraagt. Hier kan de omgeving van diegene hun zorgen melden bij
‘Bureau Jeugdzorg’ of ‘Meldpunt Kindermishandeling’
4.3 Organisaties
Anno 2009 zijn op het terrein van de jeugdzorg diverse organisaties werkzaam die elk hun
eigen taak en verantwoordelijkheid hebben. In elke provincie vind je de Bureaus
Jeugdzorg, de Raad voor de Kinderbescherming en provinciale gefinancierde
zorgaanbieders. De jeugdzorg heeft veel raakvlakken met gemeentelijk voorzieningen
zoals het algemeen maatschappelijk werk, de consultatiebureaus en het
schoolmaatschappelijk werk. Maar ook met de jeugdgeestelijke gezondheidszorg en de
zorg voor jeugdigen met een licht verstandelijke beperking
4.3.1 Bureau Jeugdzorg
Elke provincie of grootstedelijke regio heeft een Bureau Jeugdzorg met meerdere
vestigingen in het werkgebied. Bureau Jeugdzorg wordt de toegang tot jeugdzorg
genoemd: centraal, herkenbaar en onafhankelijk. Ouders en jeugdigen kunnen zelf
contact opnemen met Bureau Jeugdzorg of verwezen worden door bijvoorbeeld de
huisarts.
Bureau Jeugdzorg kent de volgende afdelingen
Vrijwillige jeugdhulpverlening
Jeugdbescherming
Jeugdreclassering
Advies- en Meldpunt Kindermishandeling
Spoedeisende hulp
Kindertelefoon
4.3.2 Zorgaanbieders
In elke provincie zijn zorgaanbieders die hulp bieden aan jeugdigen en ouders uit hun
werkgebied. Deze zorg kan bijvoorbeeld bestaan uit intensieve ambulante begeleiding
aan gezinnen, dagbehandeling en trainingen voor kinderen en jongeren, pleegzorg of