Aantekeningen colleges
Methoden van onderzoek= kennis en vaardigheden om:
Theorieën over maatschappijen te ontwikkelen
Het waarheidsgehalte van reeds ontwikkelde theorieën over
maatschappijen nader te toetsen
Dat waarheidsgehalte kan getoetst worden klopt de theorie met de
empirische sociale werkelijkheid?
Noodzakelijk om inhoudelijke vragen te beantwoorden:
Onderzoeksplan: vraagstelling en onderzoeksopzet
Soorten vraagstellingen: soorten onderzoek
Regels: de relatie tussen theorie en empirie
Criteria: geldigheid en betrouwbaarheid
Procedures: gegevens verzamelen en analyseren
Oplossingen: gereedschapskist met creativiteit!
Teneinde inhoudelijke vragen ‘goed’ te beantwoorden!
Wetenschappelijk onderzoek is:
Systematisch, volgens onderzoeksplan en regels
Gebaseerd op systematisch waarneembare gegevens
Logisch, volgens beginselen van de logica
Expliciete (voor derden kenbare) beslissingen
Gericht op beantwoording probleemstellingen
- Kennisprobleem, er is niet veel bekend over het onderwerp,
kennis verwerven en het daarmee oplossen (fundamenteel
onderzoek)
- Praktijkprobleem, een situatie die speelt en die verbeterd
moet worden (praktijkgericht onderzoek)
Wat erg belangrijk is, is dat wetenschappelijk onderzoek controleerbaar en
transparant moet zijn voor anderen. Dit wordt wetenschappelijke
integriteit genoemd
onderzoekers bevragen elkaar kritisch en constructief over:
1. De aard en kwaliteit van de onderzoeksgegevens
2. De aard en kwaliteit van de wijze waarop deze gegevens zijn
verkregen
3. Het juiste gebruik van (statistische) analyses om deze gegevens te
analyseren
4. De zorgvuldige juiste weergave van de bevindingen en conclusies
van deze analyses
transparante en controleerbare informatie over:
, 1. De wijze waarop de data zijn verzameld
2. De wijze waarop de respondenten of informanten zijn verkregen
3. De kwaliteit van verzamelde gegevens
4. De vindplaats van de ruwe, verzamelde data
5. De aard van alsook de ruwe data zelve
6. De middelen waarmee de ruwe data zijn geanalyseerd
Bij het onderzoeksplan staat aan de ene kant de probleemstelling en aan
de andere kant de onderzoeksopzet.
De probleemstelling bestaat allereerst uit een doelstelling waartoe
wordt het onderzoek gedaan? Gaat het om een kennisprobleem (dan
explorerend onderzoek / theorie-ontwikkeling) of een praktijkprobleem
(toetsend onderzoek / theorie-toetsing)?
Hierin wordt ook naar voren gebracht voor wie het onderzoek wordt
gedaan, wat de wetenschappelijke en maatschappelijke relevantie is en de
onderzoeker kan aangeven wat de eigen waarden zijn voor het onderzoek.
Daarnaast bestaat de probleemstelling ook uit een vraagstelling
- Aangeven wat er onderzocht gaat worden: een
overkoepelende vraagstelling uiteengelegd in een aantal
onderzoeksvragen
- Richtinggevend zijn begrippen om sociale verschijnselen
aan te duiden operationaliseerbaar gemaakt kunnen
worden
- Aansluiten bij doelstelling
Er zijn beschrijvende vraagstellingen Hoeveel? Wat voor?
Nu – Cross-sectioneel
Toen/Nu – Trend
Hier/Daar – Vergelijkend of comparatief
Er zijn causale vraagstellingen:
Verklarende vragen
Waarom leidt X tot Y? Waardoor?
Welke X-en kunnen Y verklaren?
Voorspellende vragen:
Tot welke Y leidt X?
De onderzoeksopzet levert de middelen bij de bepaalde doelstellingen en
vraagstellingen. Deze middelen schetsen de aanpak en de beoogde
uitvoering van het onderzoek.
1. Methoden van onderzoek
- Grootschalige veldonderzoekers of enquêtes met
vragenlijsten
- Systematische observaties
- Kleinschalige, etnografische veldonderzoeken met
interviews
- Gebruik maken van bestaande gegevens
- (Experimenteren)
2. Eenheden: hierover gaan uitspraken en conclusies
, - Individuen
- Groepen (soortgelijke mensen)
- (Groepen van) organisaties
- Processen door de tijd
- Maatschappijen
3. Plaats: waar?
Bestaand Gecreëerd
Complex Veld: vele individuen Praktijk-situatie
Vereenvoudigd Individuele gesprekken Labaratorium
4. Tijd: wanneer?
- Eenmalig: cross-sectioneel onderzoek bepaald moment
- Herhaald: longitudinaal (andere mensen, steeds zelfde
vragen op minstens twee momenten) of panel (dezelfde
mensen, steeds dezelfde vragen op meerdere momenten)
onderzoek
- In het heden naar het verleden: retrospectief?
- Over de (nabije) toekomst: prospectief
Verschillende benaderingen:
1. Empirisch-analytisch onderzoek
2. Interpretatief onderzoek
3. (Kritisch-emancipatoir onderzoek) variant die praktijkgericht is en
niet heel belangrijk dus buiten beschouwing gelaten
Fundamenteel onderzoek volgens de Empirische cyclus.
Vertrekpunt: een kennisprobleem
Doel: theorieën ontwikkelen en/of deze toetsen aan de empirie door
middel van systematische waarnemingen teneinde een kennisprobleem
op te lossen.