Hs 5
Organisatie àelke vorm van menselijke samenwerking voor een
gemeenschappelijk doel.
Motivatie à inwendige bereidheid van een persoon om bepaalde handelingen te
verrichten
- Werkintrinstiek à zien hun werk als uitdaging. Behoeftehiërarchie:
erkenning en zelfontplooiing.
- Werkextrinsiek à gaat om zaken rond het werk. Ware opbrengsten die je
eruit haalt.
Extrinsieke beloning dooft intrinsieke motivatie.
Organisaties kunnen alleen goed functioneren als mensen dat ook doen
3 theorieën die motivatie vanuit een bepaalde invalshoek bekijken:
- Theorie van Alderfer à gaat uit van de behoeftepiramide van Maslow.
o Existentiële behoeften à fysiologische behoeften + zekerheid
o Raletionele behoeften à acceptatie + erkenning
o Groeibehoeften à zelfontplooiing
Ook wel afgekort als de ERG-theorie.
Verschil met Maslow à behoeftes zijn niet hiërarchisch, je hoeft dus niet
eerst aan een bepaalde behoefte te voldoen.
- Theorie van McLelland à behoeften zijn aangeleerd
o Prestatiebehoefte à leveren van goede prestaties.
o Machtsbehoefte à uitoefenen invloed op en controle en beheersing
van mensen
o Affiliatiebehoefte à opbouwen van goede relaties.
- Verwachtingstheorie van Vroom à procesoriëntatie. Medewerker handelt
om bepaald doel te bereiken.
o Verwachting à verhouding tussen inspanning en de prestatie.
o Instrumentaliteit à verhouding prestatie en beloning.
o Waarde à aantrekkelijkheid beloning
Mate van motivatie = verwachting x instrumentaliteit x waarde. Vormt dus
drie-eenheid.
Persoonlijkheid à combi van psychologische kenmerken waarmee een persoon
kan worden getypeerd.
Modellen om persoonlijkheid te typeren:
- Enneagram à negen persoonlijkheidstypen.
, Gaat ervan uit dat er drie soorten intuïties zijn hoe mensen de wereld ervaren
en deze hebben een relatie met een lichaamsdeel, maar een intuïtie is
dominant.
Intuïtie Lichaamsdeel Type Basisemotie
Denken Hoofd 5/6/7 Angst
Voelen Hart 2/3/4 Schaamte
Fysiek Buik 1/8/9 Woede
gewaarworden
Voor verdere uitleg, zie de tabel op pag. 182
- Myers-Briggs Type Indicator (MBIT) à mensen hebben verschillende
voorkeuren dus is gedrag verschillend. Voorkeuren worden weergegeven in
4 schalen:
o Sociale interactie à extravert of introvert
o Verzamelen van gegevens à aftastend of intuïtief
o Beslissingsproces à rationeel of gevoelig
o Stijl van beslissingen nemen à beoordelend of opmerkzaam
Ze hebben de voorkeuren een letter gegeven (eerste letter Engelse
woord), zo ontstaan er dus 16 types.
- Big Five model à OCEAN
o Open à openheid/geslotenheid
o Consciëntieus à zorgvuldigheid/ laksheid
o Extravert à extraversie/ introversie
o Aardig à vriendelijkheid/ vijandigheid
o Nuchter à emotionele stabiliteit/ instabiliteit
, Attitude à houding
ten opzichte van een
onderwerp. Geeft aan hoe iemand ergens over denkt.
Componenten/aspecten:
- Kennis/ cognitief aspect à gebruik maken van allerlei bronnen of ervaring.
- Emotie/ affectief aspect à belangrijkste! Gevoelens hebben een sterke
invloed.
- Gedrag(aspect) à op basis hiervan is iemand geneigd bepaald gedrag te
vertonen.
Cognitieve dissonantie:
- Twee of meer attitudes botsen
- Gedrag en attitude zijn tegenstrijdig
Streven à minimaal dissonant gedrag. Bepaald door (rationalisatie):
- Het belang
- Mate van invloed van het individu
- Betrokken beloning
Motiveren
Prestatiebeloning à loonsverhoging in verhouding tot de bijdrage die hij levert
aan de afgesproken prestatie.
Financiële prikkels zijn kortetermijnprikkels en meer inkomen staat niet op de
eerste plaats als motief
Verschijningsvormen:
- Bonussen à eenmalige betaling realiseren van een bepaald afgesproken
prestatiedoel.
- Winstdeling à betaling in de vorm van een percentage van de behaalde
nettowinst.
Organisatie àelke vorm van menselijke samenwerking voor een
gemeenschappelijk doel.
Motivatie à inwendige bereidheid van een persoon om bepaalde handelingen te
verrichten
- Werkintrinstiek à zien hun werk als uitdaging. Behoeftehiërarchie:
erkenning en zelfontplooiing.
- Werkextrinsiek à gaat om zaken rond het werk. Ware opbrengsten die je
eruit haalt.
Extrinsieke beloning dooft intrinsieke motivatie.
Organisaties kunnen alleen goed functioneren als mensen dat ook doen
3 theorieën die motivatie vanuit een bepaalde invalshoek bekijken:
- Theorie van Alderfer à gaat uit van de behoeftepiramide van Maslow.
o Existentiële behoeften à fysiologische behoeften + zekerheid
o Raletionele behoeften à acceptatie + erkenning
o Groeibehoeften à zelfontplooiing
Ook wel afgekort als de ERG-theorie.
Verschil met Maslow à behoeftes zijn niet hiërarchisch, je hoeft dus niet
eerst aan een bepaalde behoefte te voldoen.
- Theorie van McLelland à behoeften zijn aangeleerd
o Prestatiebehoefte à leveren van goede prestaties.
o Machtsbehoefte à uitoefenen invloed op en controle en beheersing
van mensen
o Affiliatiebehoefte à opbouwen van goede relaties.
- Verwachtingstheorie van Vroom à procesoriëntatie. Medewerker handelt
om bepaald doel te bereiken.
o Verwachting à verhouding tussen inspanning en de prestatie.
o Instrumentaliteit à verhouding prestatie en beloning.
o Waarde à aantrekkelijkheid beloning
Mate van motivatie = verwachting x instrumentaliteit x waarde. Vormt dus
drie-eenheid.
Persoonlijkheid à combi van psychologische kenmerken waarmee een persoon
kan worden getypeerd.
Modellen om persoonlijkheid te typeren:
- Enneagram à negen persoonlijkheidstypen.
, Gaat ervan uit dat er drie soorten intuïties zijn hoe mensen de wereld ervaren
en deze hebben een relatie met een lichaamsdeel, maar een intuïtie is
dominant.
Intuïtie Lichaamsdeel Type Basisemotie
Denken Hoofd 5/6/7 Angst
Voelen Hart 2/3/4 Schaamte
Fysiek Buik 1/8/9 Woede
gewaarworden
Voor verdere uitleg, zie de tabel op pag. 182
- Myers-Briggs Type Indicator (MBIT) à mensen hebben verschillende
voorkeuren dus is gedrag verschillend. Voorkeuren worden weergegeven in
4 schalen:
o Sociale interactie à extravert of introvert
o Verzamelen van gegevens à aftastend of intuïtief
o Beslissingsproces à rationeel of gevoelig
o Stijl van beslissingen nemen à beoordelend of opmerkzaam
Ze hebben de voorkeuren een letter gegeven (eerste letter Engelse
woord), zo ontstaan er dus 16 types.
- Big Five model à OCEAN
o Open à openheid/geslotenheid
o Consciëntieus à zorgvuldigheid/ laksheid
o Extravert à extraversie/ introversie
o Aardig à vriendelijkheid/ vijandigheid
o Nuchter à emotionele stabiliteit/ instabiliteit
, Attitude à houding
ten opzichte van een
onderwerp. Geeft aan hoe iemand ergens over denkt.
Componenten/aspecten:
- Kennis/ cognitief aspect à gebruik maken van allerlei bronnen of ervaring.
- Emotie/ affectief aspect à belangrijkste! Gevoelens hebben een sterke
invloed.
- Gedrag(aspect) à op basis hiervan is iemand geneigd bepaald gedrag te
vertonen.
Cognitieve dissonantie:
- Twee of meer attitudes botsen
- Gedrag en attitude zijn tegenstrijdig
Streven à minimaal dissonant gedrag. Bepaald door (rationalisatie):
- Het belang
- Mate van invloed van het individu
- Betrokken beloning
Motiveren
Prestatiebeloning à loonsverhoging in verhouding tot de bijdrage die hij levert
aan de afgesproken prestatie.
Financiële prikkels zijn kortetermijnprikkels en meer inkomen staat niet op de
eerste plaats als motief
Verschijningsvormen:
- Bonussen à eenmalige betaling realiseren van een bepaald afgesproken
prestatiedoel.
- Winstdeling à betaling in de vorm van een percentage van de behaalde
nettowinst.