Observeren, registreren,
rapporteren en interpreteren -
Hfst. 6 Van probleem naar
onderzoeksvraag
6.1 INLEIDING
We gebruiken de term 'observatievragen' wanneer er een eenvoudige
observatie uitgevoerd gaat worden in de beroepspraktijk.
We gebruiken de term 'onderzoeksvragen' wanneer er een complexer
onderzoek uitgevoerd gaat worden in de beroepspraktijk, waarbij er een
onderzoeksopzet wordt gemaakt en er literatuuronderzoek wordt gedaan. Een
onderzoek kan als dataverzamelingsmethode enquêtes, interviews en/of
observaties hebben.
6.2 SIGNALEREN EN CONTROLEREN
Signaleren Er valt iets op. Misschien eerst terloops, daarna steeds duidelijker.
Je gaat erop letten en dan formuleer je jouw signalering. Denk er hierbij aan de
signalering niet als stelling te poneren. Het is een vermoeden. Er is nog niets
nader bekeken of onderzocht.
Over waarnemen en observeren is duidelijk geworden dat het proces van
waarneming bij iedereen anders verloopt. De een ziet andere zaken dan de
ander. Zo is het ook met signalering. Het is goed dat een team uit meerdere
personen bestaat, daardoor kan er optimaal gesignaleerd worden. De volgende
stap is het controleren van de signalering. Er is jou iets opgevallen, maar zien
jouw collega's dat ook zo? En als het hele team iets is opgevallen, hoe denken
teams van andere scholen of instellingen hierover? Zijn er gegevens over bekend
en gepubliceerd? Het heeft alleen zin om met een signalering verder te gaan als
dit breed gedragen wordt, als het meer mensen is opgevallen.
Het controleren van je signalering houdt dus in:
- Navragen bij collega's
- Navragen bij teams van andere scholen of instellingen
- Natrekken in literatuur
6.3 A NALYSEREN
rapporteren en interpreteren -
Hfst. 6 Van probleem naar
onderzoeksvraag
6.1 INLEIDING
We gebruiken de term 'observatievragen' wanneer er een eenvoudige
observatie uitgevoerd gaat worden in de beroepspraktijk.
We gebruiken de term 'onderzoeksvragen' wanneer er een complexer
onderzoek uitgevoerd gaat worden in de beroepspraktijk, waarbij er een
onderzoeksopzet wordt gemaakt en er literatuuronderzoek wordt gedaan. Een
onderzoek kan als dataverzamelingsmethode enquêtes, interviews en/of
observaties hebben.
6.2 SIGNALEREN EN CONTROLEREN
Signaleren Er valt iets op. Misschien eerst terloops, daarna steeds duidelijker.
Je gaat erop letten en dan formuleer je jouw signalering. Denk er hierbij aan de
signalering niet als stelling te poneren. Het is een vermoeden. Er is nog niets
nader bekeken of onderzocht.
Over waarnemen en observeren is duidelijk geworden dat het proces van
waarneming bij iedereen anders verloopt. De een ziet andere zaken dan de
ander. Zo is het ook met signalering. Het is goed dat een team uit meerdere
personen bestaat, daardoor kan er optimaal gesignaleerd worden. De volgende
stap is het controleren van de signalering. Er is jou iets opgevallen, maar zien
jouw collega's dat ook zo? En als het hele team iets is opgevallen, hoe denken
teams van andere scholen of instellingen hierover? Zijn er gegevens over bekend
en gepubliceerd? Het heeft alleen zin om met een signalering verder te gaan als
dit breed gedragen wordt, als het meer mensen is opgevallen.
Het controleren van je signalering houdt dus in:
- Navragen bij collega's
- Navragen bij teams van andere scholen of instellingen
- Natrekken in literatuur
6.3 A NALYSEREN