Samenvatting Leren:
H1
Leren volgens Bolhuis: De kern van leren is betekenisgeving: het tot stand
komen van betekenis of van verandering in betekenis. Leren is een proces
waarin we de wereld om ons heen en onszelf betekenis toekennen.
De betekenisgeving komt tot stand door en in een sociaal culturele wereld.
Betekenisgeving komt tot uitdrukking en wordt gedeeld in gedrag en
handelen, als ook in de inrichting en vormgeving van de omgeving.
Leerprocessen:
Alledaags leren Bewustzijn: Weinig bewustzijn, impliciet leren
(langdurig proces, door ervaring en sociale interactie.
ervaring) Sociale omgeving: Wisselwerking omgeving
belangrijk
Referentiekader: Bouwt voort
Consensus: Veel consensus
Leren uit eigen beweging Bewustzijn: Wel bewust, gericht op bereiken
probleem wat aangepakt van doel, interesse of probleemoplossing.
wilt worden bijv. Sociale omgeving: gericht op interesse of
kaartlezen probleem van het individu
Referentiekader: actief uitbouwen
Consensus: meestal geaccepteerd, soms niet
Transformatief leren Bewustzijn: Wel bewust, begint door onvrede
inhoud van oude patronen.
gaat tegen het Sociale omgeving: sterk op initiatief, oude
vertrouwde in, bijv. patroon werkt tegen. Werkt beter als sociale
revolutie, eetpatroon omgeving steunt.
Referentiekader: Kritisch herzien
referentiekader
Consensus: Geen consensus. Discussie, conflict
en onduidelijkheid.
Noodgedwongen leren Bewustzijn: Achteraf mogelijk bewust, op
oorlog, rampen moment zelf: overleven
Sociale omgeving: geen adequate steun, geen
eerdere ervaring
Referentiekader: afbraak, opbouw nieuwe
betekenisgeving
Consensus: Geen consensus op lange termijn,
niet altijd, onduidelijkheid
Leren in botsing van Afwenden/afweren:
culturen Bewustzijn: Weinig bewustzijn, bewustzijn
emigreren gericht op vasthouden eigen denkbeelden,
afkeuren van het vreemde
Sociale omgeving: nieuwe omgeving dwingt tot
reactie: kleine omgeving steunt, grote
omgeving wijst af.
Referentiekader: oude referentiekader
vastgehouden, nieuwe informatie geisoleerd
opgeslagen en negatief hervormt.
, Consensus: Afkeuren vreemde, vasthouden
waar in oude cultuur consensus is.
Gedeeltelijke, strategische aanpassing:
Bewustzijn: Bewustzijn verschillen, alleen het
gene leren wat eigen belang raakt
Sociale omgeving: eigen initiatief om
eigenbelang te realiseren
Referentiekader: Moeilijk om eigen vertrouwde
patronen opzij te zetten voor andere patronen
Consensus: tussen culturen geen consensus,
strijd tussen verschillende betekenisgevingen.
Verdergaande, integratieve verandering:
Bewustzijn: Kritische evaluatie, voortdurende
afwegingen
Sociale omgeving: steun uit eigen en nieuwe
omgeving kan veel bijdragen
Referentiekader: transformeren in combinatie
met oude- en nieuwe patronen, moeilijk eigen
maken
Consensus: geen consensus, combineren eigen
en nieuwe omgeving
4 leeractiviteiten:
Leren door sociale interactie: waarbij samen handeling en actieve
uitwisseling informatie centrale rol. Gedragingen, gesprekken, handelingen.
Leren door directe ervaring: door handelen, ervaren wat goed en fout
gaat, trial and error
Leren door het verwerken van de theorie: Leren voor school
Leren door nadenken (reflectie): reflection in action: houdt verstand erbij
reflection on action: achteraf reflecteren
Leercyclus van Kolb:
Elk mens leert anders.
Beschouwelijk, divergeerder, dromer: fase 1 en 2
Denker, assimilator: fase 2 en 3
Beslisser, convergeerder: fase 3 en 4
Doener, accomodator: fase 4 en 1
, H2
Definitie cultuur Hofstede: De collectieve mentale programmering die de
leden van een groep of categorie mensen onderscheid van de anderen. Door
deze collectieve mentale programmering zijn mensen in staat om een
gezamenlijke beschaving, materieel en immaterieel, voort te brengen en te
conserveren.
Subcultuur: sociale omgevingen met eigen cultuurkenmerken die voor een
deel afwijken van de hoofdcultuur maar wel grote overeenkomsten hebben
met de hoofdcultuur.
Minderheidscultuur: Een samenleving kent vaak een dominante cultuur en
minderheidscultuur. De minderheidscultuur wordt wel eens ‘’etnische
groepen’’ genoemd.
Cultuurdimensies volgens Hofstede:
Machtsafstand: betreft de wijze waarop tegen maatschappelijke
ongelijkheid en machtsverschillen wordt aangekeken.
Collectivisme - individualisme: Betreft de verschillen in de wijze waarop
wordt aangekeken tegen de verhouding tussen en de betekenis van groep en
individu.
Feminiteit - masculiniteit: Betreft de verschillen in rolverdeling en de
betekenis die aan de seksen worden toegekend.
Zwakke of sterke onzekerheidsvermijding: Betreft de manieren van
omgaan met onzekerheid.
Zelfhaat: Negatieve betekenistoekenning wordt door de betrokken
minderheid overgenomen. Onderdeel socialisatie, generaties doorgegeven.
Self fullfilling prophecy.
Socialisatie: Proces binnen eigen groep, opvoeding, aanleren van gedrag en
cultuureigenschappen.
Integratie: Behouden eigen cultuur, sommige cultuurelementen van andere
culturen overnemen.
Assimilatie: minderheidsgroep wordt opgeslokt door de dominante groep.
Segregatie: Extreme scheiding tussen 2 culturen
Omgang met cultuurverschillen en veranderingen in culturen duiden
H4
Leerhouding: emotionele betekenis voor het individu (leren over het
algemeen, leren op een bepaald terrein en met manieren van leren).
Leerkennis:
Kennisbasis: wat je al weet op een bepaald gebied opent nieuwe
leermogelijkheden op datzelfde of een verwant gebied. Er kan op het bekende
worden voortgebouwd.
Kennis over leren: opvattingen dover leren die je hebt verworven zijn vaak
het resultaat van impliciete leerprocessen, zowel educatief verband als
daarbuiten. Wie op een bepaalde manier denkt over leren, leert op de
bijbehorende manier.Mensen hebben de neiging om aanwijzingen en
opdrachten van de docenten om te vormen naar hun eigen idee over leren.
(het beeld over het soort leren)
H1
Leren volgens Bolhuis: De kern van leren is betekenisgeving: het tot stand
komen van betekenis of van verandering in betekenis. Leren is een proces
waarin we de wereld om ons heen en onszelf betekenis toekennen.
De betekenisgeving komt tot stand door en in een sociaal culturele wereld.
Betekenisgeving komt tot uitdrukking en wordt gedeeld in gedrag en
handelen, als ook in de inrichting en vormgeving van de omgeving.
Leerprocessen:
Alledaags leren Bewustzijn: Weinig bewustzijn, impliciet leren
(langdurig proces, door ervaring en sociale interactie.
ervaring) Sociale omgeving: Wisselwerking omgeving
belangrijk
Referentiekader: Bouwt voort
Consensus: Veel consensus
Leren uit eigen beweging Bewustzijn: Wel bewust, gericht op bereiken
probleem wat aangepakt van doel, interesse of probleemoplossing.
wilt worden bijv. Sociale omgeving: gericht op interesse of
kaartlezen probleem van het individu
Referentiekader: actief uitbouwen
Consensus: meestal geaccepteerd, soms niet
Transformatief leren Bewustzijn: Wel bewust, begint door onvrede
inhoud van oude patronen.
gaat tegen het Sociale omgeving: sterk op initiatief, oude
vertrouwde in, bijv. patroon werkt tegen. Werkt beter als sociale
revolutie, eetpatroon omgeving steunt.
Referentiekader: Kritisch herzien
referentiekader
Consensus: Geen consensus. Discussie, conflict
en onduidelijkheid.
Noodgedwongen leren Bewustzijn: Achteraf mogelijk bewust, op
oorlog, rampen moment zelf: overleven
Sociale omgeving: geen adequate steun, geen
eerdere ervaring
Referentiekader: afbraak, opbouw nieuwe
betekenisgeving
Consensus: Geen consensus op lange termijn,
niet altijd, onduidelijkheid
Leren in botsing van Afwenden/afweren:
culturen Bewustzijn: Weinig bewustzijn, bewustzijn
emigreren gericht op vasthouden eigen denkbeelden,
afkeuren van het vreemde
Sociale omgeving: nieuwe omgeving dwingt tot
reactie: kleine omgeving steunt, grote
omgeving wijst af.
Referentiekader: oude referentiekader
vastgehouden, nieuwe informatie geisoleerd
opgeslagen en negatief hervormt.
, Consensus: Afkeuren vreemde, vasthouden
waar in oude cultuur consensus is.
Gedeeltelijke, strategische aanpassing:
Bewustzijn: Bewustzijn verschillen, alleen het
gene leren wat eigen belang raakt
Sociale omgeving: eigen initiatief om
eigenbelang te realiseren
Referentiekader: Moeilijk om eigen vertrouwde
patronen opzij te zetten voor andere patronen
Consensus: tussen culturen geen consensus,
strijd tussen verschillende betekenisgevingen.
Verdergaande, integratieve verandering:
Bewustzijn: Kritische evaluatie, voortdurende
afwegingen
Sociale omgeving: steun uit eigen en nieuwe
omgeving kan veel bijdragen
Referentiekader: transformeren in combinatie
met oude- en nieuwe patronen, moeilijk eigen
maken
Consensus: geen consensus, combineren eigen
en nieuwe omgeving
4 leeractiviteiten:
Leren door sociale interactie: waarbij samen handeling en actieve
uitwisseling informatie centrale rol. Gedragingen, gesprekken, handelingen.
Leren door directe ervaring: door handelen, ervaren wat goed en fout
gaat, trial and error
Leren door het verwerken van de theorie: Leren voor school
Leren door nadenken (reflectie): reflection in action: houdt verstand erbij
reflection on action: achteraf reflecteren
Leercyclus van Kolb:
Elk mens leert anders.
Beschouwelijk, divergeerder, dromer: fase 1 en 2
Denker, assimilator: fase 2 en 3
Beslisser, convergeerder: fase 3 en 4
Doener, accomodator: fase 4 en 1
, H2
Definitie cultuur Hofstede: De collectieve mentale programmering die de
leden van een groep of categorie mensen onderscheid van de anderen. Door
deze collectieve mentale programmering zijn mensen in staat om een
gezamenlijke beschaving, materieel en immaterieel, voort te brengen en te
conserveren.
Subcultuur: sociale omgevingen met eigen cultuurkenmerken die voor een
deel afwijken van de hoofdcultuur maar wel grote overeenkomsten hebben
met de hoofdcultuur.
Minderheidscultuur: Een samenleving kent vaak een dominante cultuur en
minderheidscultuur. De minderheidscultuur wordt wel eens ‘’etnische
groepen’’ genoemd.
Cultuurdimensies volgens Hofstede:
Machtsafstand: betreft de wijze waarop tegen maatschappelijke
ongelijkheid en machtsverschillen wordt aangekeken.
Collectivisme - individualisme: Betreft de verschillen in de wijze waarop
wordt aangekeken tegen de verhouding tussen en de betekenis van groep en
individu.
Feminiteit - masculiniteit: Betreft de verschillen in rolverdeling en de
betekenis die aan de seksen worden toegekend.
Zwakke of sterke onzekerheidsvermijding: Betreft de manieren van
omgaan met onzekerheid.
Zelfhaat: Negatieve betekenistoekenning wordt door de betrokken
minderheid overgenomen. Onderdeel socialisatie, generaties doorgegeven.
Self fullfilling prophecy.
Socialisatie: Proces binnen eigen groep, opvoeding, aanleren van gedrag en
cultuureigenschappen.
Integratie: Behouden eigen cultuur, sommige cultuurelementen van andere
culturen overnemen.
Assimilatie: minderheidsgroep wordt opgeslokt door de dominante groep.
Segregatie: Extreme scheiding tussen 2 culturen
Omgang met cultuurverschillen en veranderingen in culturen duiden
H4
Leerhouding: emotionele betekenis voor het individu (leren over het
algemeen, leren op een bepaald terrein en met manieren van leren).
Leerkennis:
Kennisbasis: wat je al weet op een bepaald gebied opent nieuwe
leermogelijkheden op datzelfde of een verwant gebied. Er kan op het bekende
worden voortgebouwd.
Kennis over leren: opvattingen dover leren die je hebt verworven zijn vaak
het resultaat van impliciete leerprocessen, zowel educatief verband als
daarbuiten. Wie op een bepaalde manier denkt over leren, leert op de
bijbehorende manier.Mensen hebben de neiging om aanwijzingen en
opdrachten van de docenten om te vormen naar hun eigen idee over leren.
(het beeld over het soort leren)