BEGINSELEN EUROPEES RECHT 2020-2021
Uitwerking opdracht 2
Gebruik dit document voor het uitwerken van Opdracht 2, en zorg ervoor dat je het
document met je uitwerking inlevert onder de juiste Assignment.
Opdracht 2:
De rechter die in de beroepsprocedure moet oordelen over de zaak stelt vast dat het hier
gaat om een oneerlijke handelspraktijk als bedoeld in de Europese Richtlijn. Leg uit hoe deze
rechter artikel 12 van de EU-richtlijn kan laten doorwerken in de nationale rechtsorde. (35
pnt)
Hanteer bij het uitwerken van je opdracht de FIRAC-structuur.
Facts
In deze zaak gaat hem om Japhet Moyee, een eigenaar van een bedrijf dat zich richt op het
verkopen en telen van biologische noten, onder de naam: Moyee Bionuts. Om ervoor te
zorgen dat zijn noten het bio-label krijgen, dient de heer Moyee zich strict aan de EU-
rechtelijke eisen te houden. Zo kan hij bepaalde bestrijdingsmiddelen niet gebruiken en
wordt hij geregeld gecontroleerd door een instantie die zich bezighoudt met het toezicht van
de EU-regelgeving betreft biologische teelt. De dergelijke strenge eisen resulteren in een
lagere productie dan notentelers die niet biologisch telen, en dit zorgt weer voor een lagere
omzet.
De heer Moyee leert een concurrent kennen: Zsuza Kormak. Mevrouw Kormak profileert
zich als biologische notenteler. Echter, hier is niets van waar. Zij heeft een truc om de
toezichthoudende instanties te omzeilen, en is zo in staat haar producten als biologisch te
verkopen. Haar producten zijn dus niet echt biologisch. De heer Moyee, die zeer serieus is in
het opvolgen van de regelgeving, dient een klacht in bij de toezichthoudende instantie. Hij
omschrijft de wijze waarop mevrouw Kormak de instantie oplicht, en vertelt dat hij door
dergelijke notentelers wordt benadeeld omdat zij door haar oplichtingspraktijken lagere
productiekosten geniet en haar producten een stuk gunstiger op de markt kan brengen.
Tot de heer Moyee zijn verbazing krijgt hij als reactie een brief waarin staat dat zijn klacht
niet-ontvankelijk is verklaard. Dit op basis van het feit dat zijn klacht een concurrent betreft.
De nationale wetgeving stelt dat er geen klachten ingediend kunnen worden die
concurrenten betreft, slechts consumenten hebben het recht om dergelijke klachten in te