wetenschappen–Tijmstra & Boeije
1. Benaderingen van wetenschappelijk onderzoek.
Wetenschap:
– Streven naar kennis
○ Theorie: samenhangend geheel v. uitspraken over de werkelijkheid.
– Empirisch: gebaseerd op waarnemingen.
– Systematische benadering
○ Onderzoek moet herhaalbaar en controleerbaar zijn.
○ Strikte wetenschappelijke standaarden.
○ Objectiviteit
○ Wetenschap onderscheiden van pseudowetenschap
Wetenschappelijke paradigma’s: opvattingen over wat wetenschap is, waar een
wetenschappelijke theorie aan moet voldoen en op welke manier wetenschap
bedreven moet worden. bepaald door beeld sociale werkelijkheid
– Ontologie: ’zijnsleer’, studie van dingen die bestaan. Welke dingen zijn er?
– Epistemologie: ‘kennisleer’, hoe kennis over de werkelijkheid opdoen?
Wetenschappelijke paradigma’s: 3 belangrijke
Empirisch-analytische benadering:
– Opvatting hoofdzakelijk ontleend aan natuurwetenschappen.
– Herhaalbaarheid en controleerbaarheid v.h. onderzoek.
– Positivisme: positieve ontwikkeling in de wetenschap.
– Empirisme: wetenschappelijk kennis is gebaseerd op waarnemingen.
– Analytisch: logische opbouw en betekenis afzonderlijke begrippen is goed
gedefinieerd.
1 – Nomothetische kennis: kennis waarin wetten geformuleerd kunnen
worden.
– Bevindingen dienen algemeen te zijn generaliseren.
– Variabelen: kenmerken waarop eenheden kunnen verschillen.
– Reductionistisch: alleen variabelen die ertoe doen(die gemeten kunnen
worden).
– Waardenvrij: objectief.
Derdepersoonsperspectief/persoonlijke invloed beperken.
– Intersubjectiviteit: overeenstemming binnen wetenschapsgemeenschap.
– Kwantitatief onderzoek(statistisch), grote controle, enquête en experiment.
Interpretatieve benadering:
– Verzet tegen empirisch-analytische benadering. waaromvraag wordt
niet beantwoord. Wel verklaring, maar geen begrip.
– Het begrijpen van de sociale werkelijkheid staat centraal.
– Eerstepersoonsperspectief: door de ogen van de onderzochten.
Voorwaarde voor het echt begrijpen van verklaringen. .
– Taal en interpretatiekader van onderzochten verwerken in de resultaten.
– Achtergrond opvatting ligt in de hermeneutiek en fenomenologie.
○ Hermeneutiek: duiden/uitleggen van teksten door schriftgeleerden.
○ Fenomenologie: onderzoekt het wezenlijke van verschijnselen.
– Uitgangspunt: Idiografische kennis: kennis die het unieke beschrijft
concrete zichtbare gehelen.
– Uitgangspunt: kijken naar het onderzochte als concreet geheel
hollistisch.
– Waardenverheldering: duidelijk zijn over eigen ervaringen en
betekenissen.