The Victorian Age:
o 1830-1900
o Economische en militaire vooruitgang met Londen als trotse hoofdstad.
o Victoria kwam op de troon in 1837 in een tijd van een bloeiende economie en industrie, de
nadruk lag op wat mensen konden bereiken in het leven.
o Nieuwe ontwikkelingen door de industriële revolutie (1750) hielp voor grote productiviteit en
nieuwe kansen.
o Groot-Brittannië werd de werkplaats van de wereld.
o De Engelsen werden geïnspireerd met een sterk gevoel voor trots, optimisme en
zelfvertrouwen.
o De Industriële Revolutie (1750) bracht welvaart en voorspoed aan ondernemende mensen,
maar ook een grote industriële armoede aan de armen die in sloppenwijken leefden onder de
zwaarste omstandigheden.
o Het gat tussen rijken en armen werd groter en groter.
o Om deze verschillen aan te pakken werden er Reform Bills opgesteld met rechten en wetten
over arbeidstijd, kinderarbeid, stemrecht en onderwijs.
o Charles Darwin’s ‘Origin of species’ (1859) bracht verwarring, angst en onzekerheid over de
bestaande Bijbeltheorie en over de nut van het leven. Deze dingen kwamen ook terug in de
literatuur van die tijd.
o De 19e eeuw is de eeuw van de roman. Het publiek was groter dan ooit. De oorzaak hiervan was
het verbeterde onderwijs, maar ook het systeem van een soort vervolgverhaal die elke week of
maand werd gepubliceerd.
o De romanschrijvers pasten zich aan de smaak van de middelklasse van de maatschappij aan,
zoals Charles Dickens en de Brontë Sisters.
o Charles Dickens had speciale aandacht voor de armen in de samenleving.
o Poëzie werd gebruikt om te ontsnappen aan de dagelijkse sleur van het leven.
o Koningin Victoria overleed in 1901 en haar dood markeerde de eind van een tijdperk.
o Engeland was niet langer het machtigste economieland. De machtige tijden kwamen voor
Engeland ten einde. Er was een Wereld Oorlog voor nodig om dit tot iedereen te laten
doordringen.
Jane Eyre: (Charlotte Brontë)
Jane is 10 jaar oud, haar ouders zijn beiden gestorven, en ze wordt opgevoed door de Reed familie.
Meneer Reed, de broer van Jane’s moeder, is overleden en bij de achtergebleven vrouw en kinderen
is ze niet welkom. Na de zoveelste ruzie met de zoon (John) van mevrouw Reed wordt Jane naar een
kostschool voor arme wezen gestuurd. Het leven is streng en sober, maar ze heeft een leuke vriendin
Helen Burns.
De omstandigheden op Lowood worden steeds beter. Jane voltooit haar opleiding en krijgt naar acht
jaar een baan als gouvernante van het jonge meisje Adele Varens. Ze komt terecht op het landgoed
Thornfield van Meneer Rochester. Hij heeft wisselende stemmingen, maar Jane voelt zich tot hem
aangetrokken.
Ondertussen gebeuren er vreemde dingen op Thornfield; een mysterieuze brand en hysterisch
gekrijs. Na het overlijden van mevrouw Reed keert Jane terug naar Thornfield. Meneer Rochester
vraagt haar ten huwelijk maar op de dag van het huwelijk wordt het afgeblazen. Er blijkt nog een