MIC blok 2
1. Abercrombie, die voorheen alleen maar kleding produceerde, gaat vanaf
nu ook luchtjes en pennen verkopen. Van welke strategie maakt
Abercrombie gebruik?
A. Trading-Down
B. Line Fulling
C. Trading-Up
D. Merkextensie
2. Stelling 1: Specialty products zijn producten waarvoor consumenten bereid
zijn de nodige moeite te doen.
Stelling 2: Een uitvaartverzekering is een voorbeeld van een Unsought
product
Stelling 3: Een fiets is een voorbeeld van een Convenience Product
Welke stelling/stellingen zijn juist?
A. Alleen 1
B. Alleen 2
C. Alleen 3
D. Stelling 1 en 2
E. Stelling 1 en 3
F. Stelling 2 en 3
G. Alle stellingen zijn onjuist
H. Alle stellingen zijn juist
3. Jan van Vliet heeft een eigen bedrijf opgericht, genaamd ‘Vlietjes’. Zijn
bedrijf verkoopt onder andere speciale handzeep en douchegel. De
promoties van zijn bekendste product zijn op dit moment gericht op
tussenhandel, omdat consumentenreclame minder resultaten oplevert.
In welke fase van de productlevenscyclus zit het product van ‘Vlietjes’?
A. Volwassenheid
B. Snelle groei
C. Afnemende groei
D. Introductie
4. AH Perla is een voorbeeld van een:
A. Eigen merk
B. A-Merk
C. Huismerk
D. B-Merk
5. AH-kersen in blik is een voorbeeld van een:
, A. Eigen merk
B. A-Merk
C. Huismerk
D. B-Merk
6. Wat is een taak van de routverkoper van een bedrijf?
A. Verkoopt uitsluitend merkartikelen en houdt de tussenhandel op de
hoogte van nieuwe producten en acties van zijn bedrijf.
B. Probeert het aantal verkooppunten voor zijn producten te vergroten.
C. Bewerkt met zijn technische kennis en commercieel inzicht de business-
to-businessmarkt.
D. Lege emballage ophalen.
7. Stelling 1: Een pretest wordt uitgevoerd voordat een advertentie
verschijnt.
Stelling 2: Een posttest is een onderzoek waarbij een reclame-uiting wordt
beoordeeld na de start van een campagne.
Welke stelling/stellingen zijn juist?
A. Beide stellingen zijn juist
B. Stelling 1 is juist, stelling 2 is onjuist
C. Stelling 1 is onjuist, stelling 2 is juist
D. Beide stellingen zijn onjuist
8. In welke fase van de productlevenscyclus is een bedrijf nog voornamelijk
bezig om de primaire vraag te stimuleren?
A. Introductiefase
B. Snelle groeifase
C. Volwassenheidsfase
D. Afnemende groeifase
9. Sups heeft niet alleen zijn assortiment moeten uitbreiden omdat de
consument méér wilde, het heeft ook goedkopere producten aan zijn
bestaande assortiment moeten toevoegen. Sups verloor namelijk steeds
meer klanten aan de goedkope supermarkten zoals Aldi en Lidl. Deze
winkels bieden geen service zoals Sups maar zijn wel gemiddeld 20%
goedkoper. Nu voert Sups dus, naast alle bekende – en vaak duurdere –
merken, ook het budgetmerk NL-shopper. NL-shopper heeft veel
verschillende producten zoals goedkope pindakaas, goedkope kaas,
goedkoop brood en goedkope groentemix. Hoe noemt men dit verschijnsel
waarbij een bedrijf goedkopere producten aan zijn assortiment toevoegt?
A. Trading-up
B. Trading-down
C. Downgrading
D. Achterwaartse integratie
10.Displays, prijsvragen en gratis monsters zijn voorbeelden van: