Samenvatting kennisbasis
Nederlands
,1.4
Het gaat om 4 vaardigheden bij het leren van de begrippen van kennisbasis
Nederlands:
1. Het begrip omschrijven
2. Het begrip in de context plaatsen
3. Het verschil met verwante begrippen aangeven
4. Een voorbeeld van een begrip geven.
www.10voordeleraar.nl
2.1.2
Domeinen kennisbasis Nederlands
- mondelinge taalvaardigheid
- woordenschat
- beginnende geletterdheid
- voortgezet technisch lezen
- begrijpend lezen
- stellen
- jeugdliteratuur
- taalbeschouwing
- spelling
Ontluikende geletterdheid: ontwikkeling van de geletterdheid 0-4 jaar
(voorschoolse periode).
Beginnende geletterdheid: groep 1 tot en met groep 3
gevorderde geletterdheid: de periode na groep 3.
Aanvankelijk lezen (groep 3): beginselen van het leren lezen bijbrengen.
2.2.1 functies van taal
communicatieve of sociale functie: we gebruiken taal als een
communicatiemiddel. Het gaat hierbij om interactie tussen mensen.
sociale taalfuncties:
- zelfhandhaving: zelf verdedigen
- zelfsturing: zeggen wat je zelf gaat doen.
- sturing van andere: handelen van andere sturen
- structurering van het gesprek: om het gespreksverloop te beïnvloeden.
Conceptualiseren of cognitieve functie: taal is een hulpmiddel om je
gedachten te ordenen en greep te krijgen op de werkelijkheid.
cognitieve taalfuncties:
- rapporteren: orde aan een verslag doen van iets wat in de werkelijkheid
voorkomt.
- redeneren: je bewerkt de gebeurtenissen door een extra denkstap in te
bouwen. Bijv. door chronologisch te ordenen of conclusies te trekken.
, - projecteren: je probeert je te verplaatsen in de gedachten en gevoelens
van de ander.
Expressieve taalfuncties: taal die wordt gebruikt om gevoelens te uiten,
om iets te zeggen wat andere nog niet zo gezegd hebben. De tal wordt
gebruikt als expressiemiddel.
2.2.2 de verschillende niveaus van taal
Niveau Regels voor:
Fonologisch niveau Uitspraak
Morfologisch niveau Opbouw van woorden
Syntactisch niveau Volgorde van woorden
Semantisch niveau betekenis
Pragmatisch niveau Gebruik
Orthografisch niveau Spelling
Recursief: een element van taal kan weer eenzelfde element van taal bevatten.
bijv. ik vermoed dat hij liegt/hij liegt.
3. Mondelinge taalvaardigheid
3.1. Taalverwerving
Er zijn verschillende theorieën over hoe kinderen hun taal verwerven.
1. Behaviorisme: kinderen leren taal door imitatie. De woorden die ze vaak horen
worden als eerste geleerd.
2. Creatieve constructietheorie: kinderen imiteren niet simpelweg maar hebben
een aangeboren taalvermogen waarmee ze op een creatieve manier zinnen
kunnen maken.
3. Interactionele benadering: Er is belang bij een aangeleerd taalvermogen maar
de interactie tussen het kind en de andere moedertaalsprekers is belangrijk bij
het leren van taal.
De taalontwikkeling begint op fonologisch niveau met het vormen van
spraakklanken. Dan komt morfologisch niveau en semantisch niveau waarbij
woorden gevormd worden en woorden betekenis krijgen. Op syntactisch niveau
leren ze regels voor het combineren van woorden. Op pragmatisch niveau leert
het kind regels voor het gebruik van taal.
Kinderen zijn op alle niveaus bezig tijdens het leren van taal.
Taalverwerkingsproces -> twee periodes
1. De prelinguale periode ( van 0-1 jaar)
2. De linguale periode
- de vroeglinguale periode ( 1 tot 2½ jaar)
- de differentiatiefase (2½ tot 5 jaar)
- de voltooiingsfase ( 5 tot 9 jaar)
Tweedetaalverwerking:
- simultane tweetaligheid: twee talen min of meer gelijk leren. Als kinderen voor
hun 3de levensjaar een tweede taal leren.
Nederlands
,1.4
Het gaat om 4 vaardigheden bij het leren van de begrippen van kennisbasis
Nederlands:
1. Het begrip omschrijven
2. Het begrip in de context plaatsen
3. Het verschil met verwante begrippen aangeven
4. Een voorbeeld van een begrip geven.
www.10voordeleraar.nl
2.1.2
Domeinen kennisbasis Nederlands
- mondelinge taalvaardigheid
- woordenschat
- beginnende geletterdheid
- voortgezet technisch lezen
- begrijpend lezen
- stellen
- jeugdliteratuur
- taalbeschouwing
- spelling
Ontluikende geletterdheid: ontwikkeling van de geletterdheid 0-4 jaar
(voorschoolse periode).
Beginnende geletterdheid: groep 1 tot en met groep 3
gevorderde geletterdheid: de periode na groep 3.
Aanvankelijk lezen (groep 3): beginselen van het leren lezen bijbrengen.
2.2.1 functies van taal
communicatieve of sociale functie: we gebruiken taal als een
communicatiemiddel. Het gaat hierbij om interactie tussen mensen.
sociale taalfuncties:
- zelfhandhaving: zelf verdedigen
- zelfsturing: zeggen wat je zelf gaat doen.
- sturing van andere: handelen van andere sturen
- structurering van het gesprek: om het gespreksverloop te beïnvloeden.
Conceptualiseren of cognitieve functie: taal is een hulpmiddel om je
gedachten te ordenen en greep te krijgen op de werkelijkheid.
cognitieve taalfuncties:
- rapporteren: orde aan een verslag doen van iets wat in de werkelijkheid
voorkomt.
- redeneren: je bewerkt de gebeurtenissen door een extra denkstap in te
bouwen. Bijv. door chronologisch te ordenen of conclusies te trekken.
, - projecteren: je probeert je te verplaatsen in de gedachten en gevoelens
van de ander.
Expressieve taalfuncties: taal die wordt gebruikt om gevoelens te uiten,
om iets te zeggen wat andere nog niet zo gezegd hebben. De tal wordt
gebruikt als expressiemiddel.
2.2.2 de verschillende niveaus van taal
Niveau Regels voor:
Fonologisch niveau Uitspraak
Morfologisch niveau Opbouw van woorden
Syntactisch niveau Volgorde van woorden
Semantisch niveau betekenis
Pragmatisch niveau Gebruik
Orthografisch niveau Spelling
Recursief: een element van taal kan weer eenzelfde element van taal bevatten.
bijv. ik vermoed dat hij liegt/hij liegt.
3. Mondelinge taalvaardigheid
3.1. Taalverwerving
Er zijn verschillende theorieën over hoe kinderen hun taal verwerven.
1. Behaviorisme: kinderen leren taal door imitatie. De woorden die ze vaak horen
worden als eerste geleerd.
2. Creatieve constructietheorie: kinderen imiteren niet simpelweg maar hebben
een aangeboren taalvermogen waarmee ze op een creatieve manier zinnen
kunnen maken.
3. Interactionele benadering: Er is belang bij een aangeleerd taalvermogen maar
de interactie tussen het kind en de andere moedertaalsprekers is belangrijk bij
het leren van taal.
De taalontwikkeling begint op fonologisch niveau met het vormen van
spraakklanken. Dan komt morfologisch niveau en semantisch niveau waarbij
woorden gevormd worden en woorden betekenis krijgen. Op syntactisch niveau
leren ze regels voor het combineren van woorden. Op pragmatisch niveau leert
het kind regels voor het gebruik van taal.
Kinderen zijn op alle niveaus bezig tijdens het leren van taal.
Taalverwerkingsproces -> twee periodes
1. De prelinguale periode ( van 0-1 jaar)
2. De linguale periode
- de vroeglinguale periode ( 1 tot 2½ jaar)
- de differentiatiefase (2½ tot 5 jaar)
- de voltooiingsfase ( 5 tot 9 jaar)
Tweedetaalverwerking:
- simultane tweetaligheid: twee talen min of meer gelijk leren. Als kinderen voor
hun 3de levensjaar een tweede taal leren.