Burgerlijk procesrecht P2
3.3.5 Planning
Week Onderwerp Literatuur Colleges
1 Kennismaking + uitgangspunten Boek Praktisch Burgerlijk Procesrecht: KC
burgerlijk procesrecht hoofdstuk 1, 2 en 9. WC online (2 uur)
2 Opstarten civiele procedure in Boek Praktisch Burgerlijk Procesrecht: KC
eerste aanleg: - hoofdstuk 3, alleen § 3.1 en § 3.2. WC online (2 uur)
dagvaardingsprocedure - hoofdstuk 4, alleen § 4.1 en § 4.2.
verzoekschriftprocedure
3 Dagvaardingsprocedure in eerste Boek Praktisch Burgerlijk Procesrecht KC
aanleg - hoofdstuk 3: § 3.1 en § 3.2 (herhaling) WC op school (4
- hoofdstuk 3: § 3.3, § 3.4 en § 3.5 (met uur)
uitzondering van § 3.5.5)
Verzoekschriftprocedure in eerste Boek Praktisch Burgerlijk Procesrecht
aanleg - hoofdstuk 4: § 4.1 en § 4.2 (herhaling)
- hoofdstuk 4: § 4.3 en § 4.4.
4 Uitspraken van de rechter Boek Praktisch Burgerlijk Procesrecht: KC
hoofdstuk 7 WC online (2 uur)
5 Dagvaarding in de praktijk 1 Herhaling literatuur van week 2 en 3 voor KC
(Juridisch advieskantoor 2BSure) wat betreft dagvaardingsprocedure. WC online (3 uur)
6 Dagvaarding in de praktijk 2 Herhaling literatuur van week 2 en 3 voor WC op school (4
(Juridisch advieskantoor 2BSure) wat betreft dagvaardingsprocedure. uur)
7 Responsie Voorgeschreven literatuur van week WC 2 uur
1 t/m 6
3.3.6 Opdrachten
Per week zijn de opdrachten opgenomen (zie hieronder). Let op: er geldt een voorbereidingsplicht!
Dat betekent onder meer dat je alle opdrachten voorafgaand aan het werkcollege moet hebben
gemaakt, tenzij bij een opdracht staat dat deze tijdens het werkcollege wordt gemaakt.
,Burgerlijk procesrecht P2
WEEK 1 – KENNISMAKING EN UITGANGSPUNTEN VAN HET BURGERLIJK PROCESRECHT
Week Onderwerp Literatuur Opdrachten thuis maken?
1 Kennismaking + uitgangspunten Boek Praktisch Alle opdrachten, behalve opdracht 2d.
burgerlijk procesrecht Burgerlijk
Procesrecht:
hoofdstuk 1, 2 en 9.
Inleiding
De eerste week van het vak Inleiding burgerlijk procesrecht staat in het teken van een algemene
inleiding en kennismaking met het vak. Om uiteindelijk te weten te komen hoe jij (procesrechtelijk
gezien) bij de rechter kunt afdwingen dat jouw buurman jou een geldsom betaalt die hij allang
geleden verschuldigd is, moet je eerst kennis opdoen van de rechtsbronnen en de hoofdbeginselen
die gelden in het burgerlijk procesrecht. Deze rechtsbronnen en hoofdbeginselen staan deze eerste
week dan ook centraal. Daarnaast gaan we ook in op de kosten die komen kijken bij een gerechtelijke
procedure.
Leerdoelen
De student kan:
- Onderscheid maken tussen het materiële en het formele privaatrecht;
- De rol en functie van het burgerlijk procesrecht uitleggen en beschrijven;
- De beginselen van en begrippen uit het burgerlijk procesrecht benoemen, uitleggen en verklaren;
- Aangeven hoe het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Wet op de Rechterlijke
Organisatie zijn opgebouwd;
- De betrokken spelers en instanties binnen het burgerlijk procesrecht benoemen en hun rol en
taak beschrijven;
- Aangeven welke kosten er komen kijken bij het voeren van een gerechtelijke procedure in het
burgerlijk recht.
Opdrachten
Opdracht 1
Naast Inleiding burgerlijk procesrecht krijg je dit blok ook de vakken Inleiding goederenrecht en
Inleiding verbintenissenrecht. Dit blok staat dan ook in het teken van zowel het materiële
privaatrecht als het formele privaatrecht.
Lees onderstaande casus en beantwoord daarna de vraag.
Pieter en Marta willen graag verhuizen. Na een tijdje zoeken zien ze een mooie woning. Ze doen een
bod en tot hun vreugde wordt hun bod geaccepteerd. De door de makelaar opgemaakte
koopovereenkomst wordt door zowel Pieter en Marta als de verkopende partij getekend. Enkele
maanden later vindt, ten overstaan van de notaris, de overdracht van het eigendom van de woning
plaats (door het tekenen en inschrijven van de notariële leveringsakte). Na de verhuizing blijken er
nogal wat gebreken aan het huis te kleven. De verwarming werkt niet goed en er zitten vochtplekken
in het plafond, wat na onderzoek blijkt te komen door de douche die al lange tijd lekt. Pieter en
Marta balen enorm. Ze vinden dat de verkopers het huis niet goed hebben opgeleverd en ze stellen
de verkopende partij aansprakelijk voor de kosten van het herstel van de gebreken. De verkopende
partij wil niets betalen. Daarop besluiten Pieter en Marta een procedure te starten bij de rechter, om
zo te proberen voor elkaar te krijgen dat de verkopers de kosten moeten betalen.
In deze casus komen zowel het materiële privaatrecht als het formele privaatrecht naar voren.
Daarnaast komen ook het goederen- en verbintenissenrecht terug in de casus. Leg Pieter en Marta
,Burgerlijk procesrecht P2
uit wat het verschil en het verband is tussen het materiële en het formele privaatrecht. Betrek
daarbij ook de andere rechtsgebieden.
- Materieel privaatrecht: omvat inhoudelijke rechten en plichten: rechtsregels om
situaties en rechtsverhoudingen te definiëren. Vb materieel privaatrecht:
goederenrecht (inhoudelijke regels over de overdracht) vb eigendom van een
woning
- Formeel recht hoe gaat de procedure in zijn werk. Wat zijn de regels waaraan je
je moet houden.
Opdracht 2
Het is van belang dat je op de hoogte bent van de gerechtelijke indeling in Nederland. Als je
procedeert, is namelijk een bepaalde rechter bevoegd in Nederland om van jouw vordering kennis te
nemen. Daar gaan we in week 3 nader op in. Nu gaan we alvast oefenen met de gerechtelijke kaart.
Zoek op www.rechtspraak.nl de gerechtelijke indeling op en beantwoord de volgende vragen. Je kunt
deze ook vinden in je wettenbundel in het Besluit Zittingsplaatsen Gerechten.
a. Binnen welk arrondissement valt Schiermonnikoog? Arrondissement Noord-Nederland
b. Binnen welk arrondissement valt de gemeente Oisterwijk? Arrondissement Zeeland-West-
Brabant
c. Binnen welk ressort valt de gemeente Utrecht? Ressort Arnhem-Leeuwarden
Tijdens de les:
d. Zoek het arrondissement van de woonplaats van een klasgenoot op.
Opdracht 3
Het burgerlijk procesrecht kent een aantal hoofdbeginselen. Tijdens het hoorcollege zijn deze
besproken door de docent. Welke hoofdbeginselen herken je in onderstaande casus? In welke
wetsartikelen kun je deze hoofdbeginselen terugvinden? En handelt de rechter juist wel of niet in
strijd met het hoofdbeginsel?
1. Twee bedrijven, Jansen bv en Co&Co bv hebben een conflict. Het conflict is inmiddels zo hoog
opgelopen dat Jansen bv een procedure is gestart bij de rechtbank. De rechter, die de zaak
behandelt, komt in het archief een dossier tegen waaruit blijkt dat deze twee partijen zo’n 10
jaar geleden ook een procedure tegen elkaar hebben gevoerd. De rechter besluit de gegevens
uit dat dossier te gebruiken bij de beoordeling van het huidige geschil. Zowel Jansen bv als
Co&Co bv hebben de informatie uit het dossier van 10 jaar geleden niet naar voren gebracht in
de procedure.
- Partijautonomie art. 24 Rv
2. Karel Aardema heeft een telefoonabonnement bij de Phone Hut. Hij is al een aantal maanden
achter met betalen. De Phone Hut besluit een procedure te starten. De rechter die de zaak
behandelt, komt er tijdens de procedure achter dat hij Karel Aardema goed kent van de
voetbalclub. De zoon van Karel speelt in hetzelfde team als de zoon van de rechter. Iedere
zaterdag staan Karel en de rechter samen naast de lijn.
- Onpartijdige rechter art. 40 Rv
Opdracht 4
Een gerechtelijke procedure brengt kosten met zich mee. Zo moeten bijvoorbeeld de salarissen van
de medewerkers van de rechterlijke organisatie betaald worden. Dit wordt mede gedaan doordat er
, Burgerlijk procesrecht P2
griffierecht van de procespartij worden geheven (zie artikel 3 Wet griffierechten burgerlijke zaken of
raadpleeg de tarieven op www.rechtspraak.nl). Welke kosten kun je naast het griffierecht nog meer
bedenken bij het voeren van een procedure?
- Deurwaarderskosten
- Advocaatkosten
- Griffiekosten
Opdracht 5
De belangrijkste rechtsbronnen van het burgerlijk procesrecht zijn het Wetboek van Burgerlijke
Rechtsvordering, de Wet op de Rechterlijke Organisatie en de algemene beginselen van procesrecht.
In onderstaand schema tref je een aantal begrippen uit deze wetten aan en enkele beginselen.
Geef bij elk begrip aan in welke titel en welk artikel van welke wet je het begrip kunt terugvinden.
Beschrijf daarbij tevens kort wat het betreffende begrip inhoudt.
Begrip Artikel en wet Betekenis begrip
Exploot Art. 45-66 wet op de Een exploot is een schriftelijk document (akte) dat
rechterlijke wordt opgesteld door een gerechtsdeurwaarder
organisatie waarin bijvoorbeeld staat beschreven wat de
ambtelijke handeling van de gerechtsdeurwaarder
is geweest.
Dagvaarding Art 111-124 wet op Een dagvaarding is een beroep om voor het gerecht
de rechterlijke te verschijnen
organisatie
Hoor en wederhoor Art. 19 Rv Luisteren naar wat beide partijen te zeggen hebben
Gerechten Art. 2 Ro Rechtsprekende instantie.
Bijvoorbeeld: rechtbank, gerechtshof, Centrale
Raad van Beroep, College van Beroep voor het
bedrijfsleven, Afdeling bestuur van de Raad
van State, Hoge Raad.
Kostenveroordeling Art. 237 Rv In het civiele recht kan de rechter beslissen dat de
verliezende partij de proceskosten en
buitengerechtelijke kosten van de tegenpartij moet
betalen
Fair trial Art. 6 EVRM (Eerlijk proces) Het recht op een eerlijk proces is
een rechtsbeginsel dat is verankerd in vele zowel
nationale als internationale rechtsregels en neemt
een onmisbare plaats in binnen het recht in het
algemeen.
Redelijke termijn Art. 20 Rv Dat een rechter binnen een redelijke termijn een
uitspraak doet. Niet onnodig lang wachten op een
rechterlijke uitspraak.
3.3.5 Planning
Week Onderwerp Literatuur Colleges
1 Kennismaking + uitgangspunten Boek Praktisch Burgerlijk Procesrecht: KC
burgerlijk procesrecht hoofdstuk 1, 2 en 9. WC online (2 uur)
2 Opstarten civiele procedure in Boek Praktisch Burgerlijk Procesrecht: KC
eerste aanleg: - hoofdstuk 3, alleen § 3.1 en § 3.2. WC online (2 uur)
dagvaardingsprocedure - hoofdstuk 4, alleen § 4.1 en § 4.2.
verzoekschriftprocedure
3 Dagvaardingsprocedure in eerste Boek Praktisch Burgerlijk Procesrecht KC
aanleg - hoofdstuk 3: § 3.1 en § 3.2 (herhaling) WC op school (4
- hoofdstuk 3: § 3.3, § 3.4 en § 3.5 (met uur)
uitzondering van § 3.5.5)
Verzoekschriftprocedure in eerste Boek Praktisch Burgerlijk Procesrecht
aanleg - hoofdstuk 4: § 4.1 en § 4.2 (herhaling)
- hoofdstuk 4: § 4.3 en § 4.4.
4 Uitspraken van de rechter Boek Praktisch Burgerlijk Procesrecht: KC
hoofdstuk 7 WC online (2 uur)
5 Dagvaarding in de praktijk 1 Herhaling literatuur van week 2 en 3 voor KC
(Juridisch advieskantoor 2BSure) wat betreft dagvaardingsprocedure. WC online (3 uur)
6 Dagvaarding in de praktijk 2 Herhaling literatuur van week 2 en 3 voor WC op school (4
(Juridisch advieskantoor 2BSure) wat betreft dagvaardingsprocedure. uur)
7 Responsie Voorgeschreven literatuur van week WC 2 uur
1 t/m 6
3.3.6 Opdrachten
Per week zijn de opdrachten opgenomen (zie hieronder). Let op: er geldt een voorbereidingsplicht!
Dat betekent onder meer dat je alle opdrachten voorafgaand aan het werkcollege moet hebben
gemaakt, tenzij bij een opdracht staat dat deze tijdens het werkcollege wordt gemaakt.
,Burgerlijk procesrecht P2
WEEK 1 – KENNISMAKING EN UITGANGSPUNTEN VAN HET BURGERLIJK PROCESRECHT
Week Onderwerp Literatuur Opdrachten thuis maken?
1 Kennismaking + uitgangspunten Boek Praktisch Alle opdrachten, behalve opdracht 2d.
burgerlijk procesrecht Burgerlijk
Procesrecht:
hoofdstuk 1, 2 en 9.
Inleiding
De eerste week van het vak Inleiding burgerlijk procesrecht staat in het teken van een algemene
inleiding en kennismaking met het vak. Om uiteindelijk te weten te komen hoe jij (procesrechtelijk
gezien) bij de rechter kunt afdwingen dat jouw buurman jou een geldsom betaalt die hij allang
geleden verschuldigd is, moet je eerst kennis opdoen van de rechtsbronnen en de hoofdbeginselen
die gelden in het burgerlijk procesrecht. Deze rechtsbronnen en hoofdbeginselen staan deze eerste
week dan ook centraal. Daarnaast gaan we ook in op de kosten die komen kijken bij een gerechtelijke
procedure.
Leerdoelen
De student kan:
- Onderscheid maken tussen het materiële en het formele privaatrecht;
- De rol en functie van het burgerlijk procesrecht uitleggen en beschrijven;
- De beginselen van en begrippen uit het burgerlijk procesrecht benoemen, uitleggen en verklaren;
- Aangeven hoe het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Wet op de Rechterlijke
Organisatie zijn opgebouwd;
- De betrokken spelers en instanties binnen het burgerlijk procesrecht benoemen en hun rol en
taak beschrijven;
- Aangeven welke kosten er komen kijken bij het voeren van een gerechtelijke procedure in het
burgerlijk recht.
Opdrachten
Opdracht 1
Naast Inleiding burgerlijk procesrecht krijg je dit blok ook de vakken Inleiding goederenrecht en
Inleiding verbintenissenrecht. Dit blok staat dan ook in het teken van zowel het materiële
privaatrecht als het formele privaatrecht.
Lees onderstaande casus en beantwoord daarna de vraag.
Pieter en Marta willen graag verhuizen. Na een tijdje zoeken zien ze een mooie woning. Ze doen een
bod en tot hun vreugde wordt hun bod geaccepteerd. De door de makelaar opgemaakte
koopovereenkomst wordt door zowel Pieter en Marta als de verkopende partij getekend. Enkele
maanden later vindt, ten overstaan van de notaris, de overdracht van het eigendom van de woning
plaats (door het tekenen en inschrijven van de notariële leveringsakte). Na de verhuizing blijken er
nogal wat gebreken aan het huis te kleven. De verwarming werkt niet goed en er zitten vochtplekken
in het plafond, wat na onderzoek blijkt te komen door de douche die al lange tijd lekt. Pieter en
Marta balen enorm. Ze vinden dat de verkopers het huis niet goed hebben opgeleverd en ze stellen
de verkopende partij aansprakelijk voor de kosten van het herstel van de gebreken. De verkopende
partij wil niets betalen. Daarop besluiten Pieter en Marta een procedure te starten bij de rechter, om
zo te proberen voor elkaar te krijgen dat de verkopers de kosten moeten betalen.
In deze casus komen zowel het materiële privaatrecht als het formele privaatrecht naar voren.
Daarnaast komen ook het goederen- en verbintenissenrecht terug in de casus. Leg Pieter en Marta
,Burgerlijk procesrecht P2
uit wat het verschil en het verband is tussen het materiële en het formele privaatrecht. Betrek
daarbij ook de andere rechtsgebieden.
- Materieel privaatrecht: omvat inhoudelijke rechten en plichten: rechtsregels om
situaties en rechtsverhoudingen te definiëren. Vb materieel privaatrecht:
goederenrecht (inhoudelijke regels over de overdracht) vb eigendom van een
woning
- Formeel recht hoe gaat de procedure in zijn werk. Wat zijn de regels waaraan je
je moet houden.
Opdracht 2
Het is van belang dat je op de hoogte bent van de gerechtelijke indeling in Nederland. Als je
procedeert, is namelijk een bepaalde rechter bevoegd in Nederland om van jouw vordering kennis te
nemen. Daar gaan we in week 3 nader op in. Nu gaan we alvast oefenen met de gerechtelijke kaart.
Zoek op www.rechtspraak.nl de gerechtelijke indeling op en beantwoord de volgende vragen. Je kunt
deze ook vinden in je wettenbundel in het Besluit Zittingsplaatsen Gerechten.
a. Binnen welk arrondissement valt Schiermonnikoog? Arrondissement Noord-Nederland
b. Binnen welk arrondissement valt de gemeente Oisterwijk? Arrondissement Zeeland-West-
Brabant
c. Binnen welk ressort valt de gemeente Utrecht? Ressort Arnhem-Leeuwarden
Tijdens de les:
d. Zoek het arrondissement van de woonplaats van een klasgenoot op.
Opdracht 3
Het burgerlijk procesrecht kent een aantal hoofdbeginselen. Tijdens het hoorcollege zijn deze
besproken door de docent. Welke hoofdbeginselen herken je in onderstaande casus? In welke
wetsartikelen kun je deze hoofdbeginselen terugvinden? En handelt de rechter juist wel of niet in
strijd met het hoofdbeginsel?
1. Twee bedrijven, Jansen bv en Co&Co bv hebben een conflict. Het conflict is inmiddels zo hoog
opgelopen dat Jansen bv een procedure is gestart bij de rechtbank. De rechter, die de zaak
behandelt, komt in het archief een dossier tegen waaruit blijkt dat deze twee partijen zo’n 10
jaar geleden ook een procedure tegen elkaar hebben gevoerd. De rechter besluit de gegevens
uit dat dossier te gebruiken bij de beoordeling van het huidige geschil. Zowel Jansen bv als
Co&Co bv hebben de informatie uit het dossier van 10 jaar geleden niet naar voren gebracht in
de procedure.
- Partijautonomie art. 24 Rv
2. Karel Aardema heeft een telefoonabonnement bij de Phone Hut. Hij is al een aantal maanden
achter met betalen. De Phone Hut besluit een procedure te starten. De rechter die de zaak
behandelt, komt er tijdens de procedure achter dat hij Karel Aardema goed kent van de
voetbalclub. De zoon van Karel speelt in hetzelfde team als de zoon van de rechter. Iedere
zaterdag staan Karel en de rechter samen naast de lijn.
- Onpartijdige rechter art. 40 Rv
Opdracht 4
Een gerechtelijke procedure brengt kosten met zich mee. Zo moeten bijvoorbeeld de salarissen van
de medewerkers van de rechterlijke organisatie betaald worden. Dit wordt mede gedaan doordat er
, Burgerlijk procesrecht P2
griffierecht van de procespartij worden geheven (zie artikel 3 Wet griffierechten burgerlijke zaken of
raadpleeg de tarieven op www.rechtspraak.nl). Welke kosten kun je naast het griffierecht nog meer
bedenken bij het voeren van een procedure?
- Deurwaarderskosten
- Advocaatkosten
- Griffiekosten
Opdracht 5
De belangrijkste rechtsbronnen van het burgerlijk procesrecht zijn het Wetboek van Burgerlijke
Rechtsvordering, de Wet op de Rechterlijke Organisatie en de algemene beginselen van procesrecht.
In onderstaand schema tref je een aantal begrippen uit deze wetten aan en enkele beginselen.
Geef bij elk begrip aan in welke titel en welk artikel van welke wet je het begrip kunt terugvinden.
Beschrijf daarbij tevens kort wat het betreffende begrip inhoudt.
Begrip Artikel en wet Betekenis begrip
Exploot Art. 45-66 wet op de Een exploot is een schriftelijk document (akte) dat
rechterlijke wordt opgesteld door een gerechtsdeurwaarder
organisatie waarin bijvoorbeeld staat beschreven wat de
ambtelijke handeling van de gerechtsdeurwaarder
is geweest.
Dagvaarding Art 111-124 wet op Een dagvaarding is een beroep om voor het gerecht
de rechterlijke te verschijnen
organisatie
Hoor en wederhoor Art. 19 Rv Luisteren naar wat beide partijen te zeggen hebben
Gerechten Art. 2 Ro Rechtsprekende instantie.
Bijvoorbeeld: rechtbank, gerechtshof, Centrale
Raad van Beroep, College van Beroep voor het
bedrijfsleven, Afdeling bestuur van de Raad
van State, Hoge Raad.
Kostenveroordeling Art. 237 Rv In het civiele recht kan de rechter beslissen dat de
verliezende partij de proceskosten en
buitengerechtelijke kosten van de tegenpartij moet
betalen
Fair trial Art. 6 EVRM (Eerlijk proces) Het recht op een eerlijk proces is
een rechtsbeginsel dat is verankerd in vele zowel
nationale als internationale rechtsregels en neemt
een onmisbare plaats in binnen het recht in het
algemeen.
Redelijke termijn Art. 20 Rv Dat een rechter binnen een redelijke termijn een
uitspraak doet. Niet onnodig lang wachten op een
rechterlijke uitspraak.