Psychologie hoorcollege 2
Learning
Deel 1 Klassiek conditioneren
Is gedrag aangeboren of aangeleerd?
- Ontleren van angst. Vb.: Clowns.
Leertheorie: vaak zijn die angsten niet aangeboren, maar aangeleerd. De eerste
keer zijn ze er niet bang voor, maar later na een paar prikjes bijvoorbeeld wel
Respondent Conditioning / Klassiek conditioneren (Pavlov)
- Aangeboren is het kwijlen bij voedsel.
- Ongeconditioneerde stimulus en respons (OS, OR) = aangeboren
Habituatie: als we vaak de ongeconditioneerde stimulus (OS) presenteren, zorgt dat
tijdelijk voor een verzwakte tot geen ongeconditioneerde respons (OR).
- Deze theorie kan je ook gebruiken om angsten te verklaren bij mensen.
Little Albert experiment (Watson)
- Bewijst: angst kan je aanleren.
- Wat Pavlov doet, kan ook bij mensen.
1- Respondent extinction (flooding)
Mensen in een gecontroleerde omgeving blootstellen aan hun angsten.
- Een gecontroleerde omgeving is belangrijk want er mag die mensen niks ergs
gebeuren.
- Respondent extincition: mensen blootstellen (aan angsten) zonder dat er
iets ergs gebeurt. Of met de hond, lang genoeg aanbieden zonder voedsel,
dan neemt het kwijlen af en stopt.
2- Counterconditioning (Systematic desensitization)
Geconditioneerde stimulus koppelen aan iets wat een kind leuk/fijn vindt (OS),
koppelt positieve ervaring aan de geconditioneerde stimulus. En vind het konijn (GS)
niet meer eng na verloop van tijd.
Verschil respondent extinction en counterconditioning:
Respondent extinction is alleen blootstelling, en bij counterconditioning maak je
gebruik van positieve stimulus om de angst op te heffen.
Wat leren we van Watson en Pavlov?
- Hoe komen onze voorkeuren en angsten tot stand
- Hoe kunnen we angsten voorkomen
- Hoe kunnen we voorkeuren maken
- Hoe kunnen we angsten behandelen
, Let op! Er zijn alternatieve verklaringen (angst voor spinnen/slangen is mogelijk
evolutionair).
Deel 2 Operant conditioneren
Skinner
Gedrag dat geleerd is, en onder controle staat van de
omgeving.
- Gedrag neemt in frequentie toe door positive
reinforcers.
Positive reinforcers
Zorgt dat gedrag in frequentie toeneemt. Wordt fijn door ons gevonden, is niet altijd
een beloning.
- Toon je gedrag en krijg je iets positiefs.
Mensen zijn over het algemeen sociale wezens, glimlachen is al een positive
reinforcer. Ook een compliment is een positive reinforcer.
Als je gedrag ziet, dat je in frequentie wilt toe laten nemen: bijvoorbeeld een kind dat
dankjewel zegt, zeg: ‘Wat goed dat jij zo beleefd bent een dankjewel zegt.’
Keerzijde positive reinforcer
Het werkt ook bij gedrag dat we niet fijn vinden. Bv. Pesten. Lachen om de pester, de
pester krijgt positive reinforcers, en gaat door.
Negative reinforcers
Toenemen van gedrag door iets negatiefs weg te nemen. Zorgt dat gedrag in
frequentie toeneemt. Vb. koud hebben en een jas aandoen.
- Toon je gedrag en gaat iets negatiefs weg.
Operant extinction
Zorgen dat er op gedrag geen positive reinforcement meer volgt. Dus het niet
aanbieden van een positive reinforcer. Gedrag neemt dan in frequentie af.
Moet je het gedrag dan negeren? Nee, het werkt niet in alle gevallen. Bijvoorbeeld
het negeren van een kind dat koekjes blijft eten.
Gedrag in stand houden
Skinner liet ratten op een hendel drukken, voor een positive reinforcer. Dus het ratje
gaat vaker op de hendel drukken.
Learning
Deel 1 Klassiek conditioneren
Is gedrag aangeboren of aangeleerd?
- Ontleren van angst. Vb.: Clowns.
Leertheorie: vaak zijn die angsten niet aangeboren, maar aangeleerd. De eerste
keer zijn ze er niet bang voor, maar later na een paar prikjes bijvoorbeeld wel
Respondent Conditioning / Klassiek conditioneren (Pavlov)
- Aangeboren is het kwijlen bij voedsel.
- Ongeconditioneerde stimulus en respons (OS, OR) = aangeboren
Habituatie: als we vaak de ongeconditioneerde stimulus (OS) presenteren, zorgt dat
tijdelijk voor een verzwakte tot geen ongeconditioneerde respons (OR).
- Deze theorie kan je ook gebruiken om angsten te verklaren bij mensen.
Little Albert experiment (Watson)
- Bewijst: angst kan je aanleren.
- Wat Pavlov doet, kan ook bij mensen.
1- Respondent extinction (flooding)
Mensen in een gecontroleerde omgeving blootstellen aan hun angsten.
- Een gecontroleerde omgeving is belangrijk want er mag die mensen niks ergs
gebeuren.
- Respondent extincition: mensen blootstellen (aan angsten) zonder dat er
iets ergs gebeurt. Of met de hond, lang genoeg aanbieden zonder voedsel,
dan neemt het kwijlen af en stopt.
2- Counterconditioning (Systematic desensitization)
Geconditioneerde stimulus koppelen aan iets wat een kind leuk/fijn vindt (OS),
koppelt positieve ervaring aan de geconditioneerde stimulus. En vind het konijn (GS)
niet meer eng na verloop van tijd.
Verschil respondent extinction en counterconditioning:
Respondent extinction is alleen blootstelling, en bij counterconditioning maak je
gebruik van positieve stimulus om de angst op te heffen.
Wat leren we van Watson en Pavlov?
- Hoe komen onze voorkeuren en angsten tot stand
- Hoe kunnen we angsten voorkomen
- Hoe kunnen we voorkeuren maken
- Hoe kunnen we angsten behandelen
, Let op! Er zijn alternatieve verklaringen (angst voor spinnen/slangen is mogelijk
evolutionair).
Deel 2 Operant conditioneren
Skinner
Gedrag dat geleerd is, en onder controle staat van de
omgeving.
- Gedrag neemt in frequentie toe door positive
reinforcers.
Positive reinforcers
Zorgt dat gedrag in frequentie toeneemt. Wordt fijn door ons gevonden, is niet altijd
een beloning.
- Toon je gedrag en krijg je iets positiefs.
Mensen zijn over het algemeen sociale wezens, glimlachen is al een positive
reinforcer. Ook een compliment is een positive reinforcer.
Als je gedrag ziet, dat je in frequentie wilt toe laten nemen: bijvoorbeeld een kind dat
dankjewel zegt, zeg: ‘Wat goed dat jij zo beleefd bent een dankjewel zegt.’
Keerzijde positive reinforcer
Het werkt ook bij gedrag dat we niet fijn vinden. Bv. Pesten. Lachen om de pester, de
pester krijgt positive reinforcers, en gaat door.
Negative reinforcers
Toenemen van gedrag door iets negatiefs weg te nemen. Zorgt dat gedrag in
frequentie toeneemt. Vb. koud hebben en een jas aandoen.
- Toon je gedrag en gaat iets negatiefs weg.
Operant extinction
Zorgen dat er op gedrag geen positive reinforcement meer volgt. Dus het niet
aanbieden van een positive reinforcer. Gedrag neemt dan in frequentie af.
Moet je het gedrag dan negeren? Nee, het werkt niet in alle gevallen. Bijvoorbeeld
het negeren van een kind dat koekjes blijft eten.
Gedrag in stand houden
Skinner liet ratten op een hendel drukken, voor een positive reinforcer. Dus het ratje
gaat vaker op de hendel drukken.