Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Ontwikkelingspsychologie

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
85
Geüpload op
28-01-2015
Geschreven in
2014/2015

Samenvatting van 85 pagina's voor het vak Ontwikkelingspsychologie aan de UvA

Voorbeeld van de inhoud

Ontwikkelingspsychologie Mazarine Veerman

Hoofdstuk 2
Ontwikkelingspsychologie wordt ookwel levenslooppsychologie of kinder- en jeugd
psychologie, maar kinder- en jeugdpsychologie is eigenlijk een verkeerde term, omdat deze
psychologie ook over de ontwikkeling vh verdere leven gaat).

Ontwikkeling is een kwalitatieve (een verandering die elke keer anders is, een niet-
kwalitatieve verandering heeft elke keer dezelfde verandering) reorganisatie in de structuur
vh gedrag, dit staat tegenover het behaviorisme (=psychologie die zich uitsluitend bezighoudt
met waarneembaar gedrag van mens en dier). Volgens Werner (1957) is ontwikkeling
differentiatie en hierarchische integratie.

Algemene definitie ontwikkelingspsychologie:
-Studie van gedragsverandering in tijd
-Beschrijving van ontwikkelingsverlopen
-Identificering van determinanten/factoren en onderliggende mechanismen
-Remediatie van a-typische ontwikkelingsverlopen (bijv. dyslexie)

Wat is een theorie:
-gaat uit van vooronderstellingen
-verklaart (samenhang) feiten
-heeft daarvoor procedures en methoden
- is toetsbaar of behoort dat te zijn
-is reductie van werkelijkheid
-is generaliseerbaar
-maakt kennis openbaar

Een theorie heeft:
-betrekking op data
-interne principes (verklarende concepten, wetten en functies)
-verbindende principes (relaties tussen data en concepten)

Een theorie moet:
-toetsbaar zijn
-externe validiteit hebben (er moet een voorspelling mee kunnen worden gedaan)
-predictieve validiteit hebben (geeft de mate aan, waarin de test of meting aan zijn doel komt)
-intern consistent zijn
-zuinig zijn

, Er zijn twee soorten theorien:
1. Minor theorie: gaat over een heel specifiek fenomeen
2. Major theorie: gaat over een samenhangend deel ontwikkeling

Een ontwikkelingstheorie:
-moet betrekking hebben op een ontogenese (ontwikkeling)
-richt zich op gedragsverandering in tijd
-is cumulatief (ontstaan van nieuwe eigenschappen)
-impliceert richting (verbetering of herstel)
-heeft betrekking op nieuwe organisatievormen (continueteit vs. discontinuteit)
-beschrijft toegenomen zelf-regulering (Werner)
-moet het liefst ook pedagogisch nuttig zijn
-Volgens het boek: een schema of systeem van ideeen gebaseerd op bewijs om gedrag en
ontwikkeling te begrijpen.

6 theorien: motorische ontwikkeling, cognitieve ontwikkeling, sociaal-cognitieve
ontwikkeling, evolutionaire en ethische, psychoanalytische theorien en humanistische theorie.

Motorische ontwikkeling:
Een vd belangrijkste kenmerken vd ontwikkeling van een kind zijn de motor milestones (de
basis motorische skills, zoals staan), wat leidt tot verdere ontwikkeling en het onafhankelijk
worden vh kind. Als een kind geboren is, is het kind (nog, na 18 mnd) niet in staat om
bijvoorbeeld zijn handen te gebruiken, dit leert het kind vanzelf. Er is een (vaste) volgorde
voor de motorische ontwikkeling van een kind: zitten, kruipen, lopen etc. Maar er zit wel een
groot verschil in leeftijd (bijv. 5 mnd, 11 mnd) tussen de motorische ontwikkeling van
kinderen. Tabel 2.1

Begin 20e eeuw nature-nurture:
Gesell (1925) vs. Watson (1928)
Rijping (maturatie) vs. Leren
Genetische blue print vs. Omgeving

Gesell was een vd eerste psychologen die zich bezig hielt met de motorische
ontwikkeling en bedacht de maturational theorie/rijpingstheorie. Hij concludeerde dat de
motorische ontwikkeling twee richtingen kende. De cephalocaudale trend: ontwikkeling
vanaf het hoofd naar uiteinden. Daarnaast is er een Proximodistale trend: ontwikkeling vanaf
het middelpunt vh lichaam naar buiten toe, waarbij de geraffineerste als laatst komen (bijv.
kunnen voelen met vingertoppen) en equilibrium is je huidige theorie. Deze
rijping/maturation kan alleen plaatsvinden over tijd met de ontwikkeling van het zenuwstelsel
en spieren. McGraw bekritiseerde echter Gesell’s theorie en uit haar onderzoek bleek dat een
kind van een tweeling die wordt getraind een snellere motorische ontwikkeling heeft.
Daarnaast houdt de theorie ook niet rekening met het feit dat de vaste volgorde vd
ontwikkeling niet een genetische oorzaak hoeft te zijn (bijv. bespelen van een sport) en met
individuele verschillen. Hieruit kwam een nieuwe theorie: dynamisch systeem theorie waarin
het individu interacteert in een complex systeem. Elk mens ontwikkelt zich op zijn eigen
manier: sommige kinderen kruipen achteruit i.p.v. vooruit. Daarnaast is het voor iedereen,
ongeacht zijn leeftijd, even moeilijk om iets nieuws te leren.

, Dynamische, continue interactie 3 factoren:
1.maturatie zenuwstelsel (nature)
2. Beperkingen en mogelijkheden lichaam nature: embodiment
3. Omgeving: mogelijkheden, beperkingen
Door eigen activiteit ontstaan er nieuwe mogelijkheden, nieuw evenwicht, bijv leren lopen.
Er is ook een natuurlijke neiging om te exploreren, bijv. Springzak.
Dynamische Systeem Theorie (DST): hoe kunnen vogels zich bijvoorbeeld organiseren als
een zwerm? Dit doen zij vanzelf. Esther Thelen past DST toe op de ontwikkeling in
beweging van jonge kinderen. DST is onderdeel van non-lineaire systeemtheorie.
Uit Thelen haar onderzoek naar kinderen bleek dat kinderen in staat zijn om hun huidige
manier van coordinatie kunnen veranderen om een nieuwe taak uit te voeren, kinderen
gebruiken hun huidige skills om een nieuws te leren, kinderen een stabiele positie nodig
hebben om hun doel te bereiken en kinderen ontwikkelingen op hun eigen manier en
volgorde hun motoriek.

Cognitieve ontwikkeling:
Voor Piaget waren er twee stromingen die zich bezighielden met de cognitieve ontwikkeling:
het behaviorisme en de psychoanalyse (Freud) waarin het kind passief werd gezien en leerde
door belonen en straffen. Maar volgens Piaget leren kinderen door zich aan te passen aan de
omgeving en door hun cognitieve adaptatie gaan ze wereld steeds beter begrijpen en zijn
kinderen juist actief. Om te kunnen adapteren (je ziet iets wat volgens jou niet kan) zijn twee
processen belangrijk: assimilatie (je vervormt de waarneming zodat die in de theorie past,
Hasselt met zijn embryo’s), accommodatie (je verandert je schema a.d.v. de nieuwe situatie).
Assimilatie en accommodatie zijn beide functionele invarianties, omdat deze processen niet
zullen veranderen.
Volgens Piaget gaat een kind door 4 stadia tijdens zijn ontwikkeling, elk gekenmerkt door een
andere kwaliteit van denken:
1. Sensomotorische fase (0-2): verandering van afhankelijke baby naar denkende/wetende
peuter door interactie met de omgeving, ze leren problemen op te lossen en dat objecten er
kunnen zijn ookal kun je ze niet zien/horen.
2. Preoperationele fase (2-7): ze kunnen praktische/concrete problemen oplossen, alleen
denken ze egocentrisch (ze vinden het lastig om dingen van een andere kant te bekijken) en
animistisch (denken bijvoorbeeld dat een spiegel iets weet, omdat de spiegel hun kan zien).
3. Concrete operationele fase (7-11): centraction (focussen op 1 punt), meer systematisch en
rationeel denken.
4. Formeel operationele fase: kunnen veel problemen oplossen in de psychische wereld,
abstract denken, doorvragen, nadenken over het leven etc.
Het duurde lang voor het werk van Piaget beroemd werd, omdat de Britten en
Amerikanen geloofden dat kinderen passief waren, hij in het Frans schreef en zijn werk was
erg complex.

Recentelijk is er ook een alternatief: kind als wetenschapper: cognitieve ontwikkeling als
constructie coherentie kennisnetwerken in een bepaald domein. Een theorie van kind kan
sterk afwijken van die van een volwassene, maar wel coherent zijn.
Kind kan als expert redeneren in een domein en tegelijk naief zijn in een ander domein, zo
bouwen kinderen theorien op. Dit is tegenstrijdig met Piaget: kind kan nog niet als
wetenschapper redeneren, daarvoor is formeel operationeel stadium nodig.

Documentinformatie

Geüpload op
28 januari 2015
Aantal pagina's
85
Geschreven in
2014/2015
Type
SAMENVATTING
€3,49
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
Mazarine

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
Mazarine Universiteit van Amsterdam
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
18
Lid sinds
11 jaar
Aantal volgers
8
Documenten
1
Laatst verkocht
9 jaar geleden

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen