Hoorcollege VPRP week 6
Besluitvorming en tegenstrijdig belang en joint ventures
Toetsing van besluiten
Besluiten zijn vennootschappelijke rechtshandelingen en (dus) gericht op een
rechtsgevolg
Van een tot het nemen van een besluit bevoegd orgaan.
Bevoegdheid kan bestaan op basis van wet of statuten
Geldige besluitvorming vereist dat een meerderheid van 50% + 1, tenzij de wet en/of
statuten anders bepalen
Daarenboven kunnen wet en/of statuten bijzondere eisen stellen zoals bepaald
quorum, goedkeuring van een ander orgaan en/of een derde etc.
Aantasting van besluiten
Stemmen kunnen niet worden vernietigd, maar wel nietig zijn op grond van art. 2:13 BW.
Besluiten zijn nietig bij strijd met wet en/of statuten (art. 2:14 jo. Art. 3:40 BW), tenzij de
regels betrekking hebben op ‘’totstandkoming van besluiten’’ 2:15 sub a BW
Besluiten zijn vernietigbaar art. 2:15 BW
Bij schending van wettelijke of statutaire regels met betrekking tot de
totstandkoming;
Strijd met redelijkheid en billijkheid;
Strijd met een reglement
Vernietiging van besluiten is een bevoegdheid van de rechter (2:15). Er is geen
buitengerechtelijke vernietiging mogelijk. Vernietiging kan ook niet in arbitrage
plaatsvinden, omdat vernietiging jegens iedereen werkt en het kenbaar moet zijn bij
eventuele belanghebbenden.
, Cancun:
Bestuurders zijn in het licht van art. 2:8 BW gehouden zorgvuldigheid te betrachten bij de
belangenafweging.
Elke bestuurder is gehouden zich te richten naar het belang van de vennootschap en de met
haar verbonden onderneming en om zorgvuldigheid te betrachten jegens al degenen die bij
de vennootschap en haar onderneming zijn betrokken, ongeacht of een bestuurder is
benoemd door of op voordracht van vergadering bepaalde soort/aanduiding.
Dat is niet anders indien de aandeelhouders nauw betrokken zijn bij de joint venture of
indien de statuten een instructierecht bevatten. Casus week 6
Onjuist is de opvatting dat het bestuur verplicht is, ook bij afwezigheid van een daartoe
strekkende bepaling als bedoeld in art. 2:239 lid 4 BW, de instructies van de AV of van een of
meer bepaalde aandeelhouders op te volgen. Het bestuur heeft bij de vervulling van zijn taak
een eigen verantwoordelijkheid zich te richten naar het belang van de vennootschap en de
aan haar verbonden onderneming. Dat is niet anders indien aandeelhouders op grond van
machtsverhoudingen binnen de vennootschap feitelijke instructiemacht hebben.
Besluitvorming en tegenstrijdig belang en joint ventures
Toetsing van besluiten
Besluiten zijn vennootschappelijke rechtshandelingen en (dus) gericht op een
rechtsgevolg
Van een tot het nemen van een besluit bevoegd orgaan.
Bevoegdheid kan bestaan op basis van wet of statuten
Geldige besluitvorming vereist dat een meerderheid van 50% + 1, tenzij de wet en/of
statuten anders bepalen
Daarenboven kunnen wet en/of statuten bijzondere eisen stellen zoals bepaald
quorum, goedkeuring van een ander orgaan en/of een derde etc.
Aantasting van besluiten
Stemmen kunnen niet worden vernietigd, maar wel nietig zijn op grond van art. 2:13 BW.
Besluiten zijn nietig bij strijd met wet en/of statuten (art. 2:14 jo. Art. 3:40 BW), tenzij de
regels betrekking hebben op ‘’totstandkoming van besluiten’’ 2:15 sub a BW
Besluiten zijn vernietigbaar art. 2:15 BW
Bij schending van wettelijke of statutaire regels met betrekking tot de
totstandkoming;
Strijd met redelijkheid en billijkheid;
Strijd met een reglement
Vernietiging van besluiten is een bevoegdheid van de rechter (2:15). Er is geen
buitengerechtelijke vernietiging mogelijk. Vernietiging kan ook niet in arbitrage
plaatsvinden, omdat vernietiging jegens iedereen werkt en het kenbaar moet zijn bij
eventuele belanghebbenden.
, Cancun:
Bestuurders zijn in het licht van art. 2:8 BW gehouden zorgvuldigheid te betrachten bij de
belangenafweging.
Elke bestuurder is gehouden zich te richten naar het belang van de vennootschap en de met
haar verbonden onderneming en om zorgvuldigheid te betrachten jegens al degenen die bij
de vennootschap en haar onderneming zijn betrokken, ongeacht of een bestuurder is
benoemd door of op voordracht van vergadering bepaalde soort/aanduiding.
Dat is niet anders indien de aandeelhouders nauw betrokken zijn bij de joint venture of
indien de statuten een instructierecht bevatten. Casus week 6
Onjuist is de opvatting dat het bestuur verplicht is, ook bij afwezigheid van een daartoe
strekkende bepaling als bedoeld in art. 2:239 lid 4 BW, de instructies van de AV of van een of
meer bepaalde aandeelhouders op te volgen. Het bestuur heeft bij de vervulling van zijn taak
een eigen verantwoordelijkheid zich te richten naar het belang van de vennootschap en de
aan haar verbonden onderneming. Dat is niet anders indien aandeelhouders op grond van
machtsverhoudingen binnen de vennootschap feitelijke instructiemacht hebben.