Samenvatting RD OP1.1
Week 1 introductie radiodiagnostiek
Röntgenbuis = wekt straling op
Röntgenbundel = bundel straling
Detector = vangt straling van de röntgenbundel op
CS = centraal straal
Vanuit de detector worden de signalen doorgestuurd naar
een computer. Deze computer zet dit signaal om naar een
beeld. Dit beeld bestaat uit pixels. Elke pixel krijgt zijn eigen
grijswaarde.
Bot absorbeert veel röntgenstraling, weke delen absorberen minder en lucht absorbeert
weinig röntgenstraling. Hierdoor veranderen de intensiteiten in de uittredende röntgenbundel
die door de detector opgevangen wordt.
Dus: bot wordt wit afgebeeld, want dit heeft veel röntgenstraling geabsorbeerd. Weke delen
zoals het hart worden grijs afgebeeld, deze absorberen wel röntgenstraling, maar een stuk
minder dan bot. Lucht wordt zwart afgebeeld, omdat lucht helemaal geen straling absorbeert.
In de afbeelding wordt dus gebruik gemaakt van het feit dat röntgenstraling deels wordt
geabsorbeerd door het lichaam. Maar deze geabsorbeerde straling kan ook biologische
schade in het lichaam veroorzaken. Daarom is het ALARA principe het hoofduitgangspunt
als het gaat om toedienen van straling aan een patiënt.
ALARA = As Low As Reasonably Achievable. Oftewel zo min mogelijk straling.
Verstrooiing = Door de botsing van röntgenstraling met het lichaam wordt er naar alle
richtingen röntgenstraling uitgezonden. Zowel buiten als binnen de patiënt.
Week 2 opwekking van straling
Röntgenstraling = X-Rays
In een röntgenbuis zit een glazen buis. In deze buis bevindt
zich aan anode (positief) en een kathode (negatief). De
anode draait rond om hitte af te voeren.
De buisstroomsterkte wordt uitgedrukt in mA. Dit zijn het
aantal elektronen per seconde, ofwel C/s. De belichtingstijd
wordt uitgedrukt in seconde. Je gaat dus uit van de tijd
waarin de stroomsterkte aanwezig is. Samen vormt dit het
mAs getal.
mAs = bepaald hoeveelheid straling
Buisspanning = kinetische energie van de elektronen (Kv)
, De kathode is een gloeidraad die bij toevoer van elektrische stroom energie afgeeft. De
energie die de kathode afgeeft heeft de vorm van elektronen. De anode, aan de andere kant
van de röntgenbuis, is een plaat van wolfraam, een metaal dat elektronen aantrekt.
Als de elektronen na afgifte door de kathode met het wolfraam in contact komen, geven ze
energie af in de vorm van fotonen. Deze energierijke fotonen worden door een loden cilinder
en een aantal filters geleid en vormen zo een röntgenstraal.
Remstraling = ontstaat doordat elektronen worden afgeremd in een materiaal. In een grafiek
is dit een vloeiende globale lijn.
Karakteristieke straling = hoort bij het materiaal wolfraam (Z=74). De bindingsenergie is voor
ieder elektron van verschillende schillen specifiek. In de grafiek zijn dit pieken recht op de lijn
van de remstraling.
Week 1 introductie radiodiagnostiek
Röntgenbuis = wekt straling op
Röntgenbundel = bundel straling
Detector = vangt straling van de röntgenbundel op
CS = centraal straal
Vanuit de detector worden de signalen doorgestuurd naar
een computer. Deze computer zet dit signaal om naar een
beeld. Dit beeld bestaat uit pixels. Elke pixel krijgt zijn eigen
grijswaarde.
Bot absorbeert veel röntgenstraling, weke delen absorberen minder en lucht absorbeert
weinig röntgenstraling. Hierdoor veranderen de intensiteiten in de uittredende röntgenbundel
die door de detector opgevangen wordt.
Dus: bot wordt wit afgebeeld, want dit heeft veel röntgenstraling geabsorbeerd. Weke delen
zoals het hart worden grijs afgebeeld, deze absorberen wel röntgenstraling, maar een stuk
minder dan bot. Lucht wordt zwart afgebeeld, omdat lucht helemaal geen straling absorbeert.
In de afbeelding wordt dus gebruik gemaakt van het feit dat röntgenstraling deels wordt
geabsorbeerd door het lichaam. Maar deze geabsorbeerde straling kan ook biologische
schade in het lichaam veroorzaken. Daarom is het ALARA principe het hoofduitgangspunt
als het gaat om toedienen van straling aan een patiënt.
ALARA = As Low As Reasonably Achievable. Oftewel zo min mogelijk straling.
Verstrooiing = Door de botsing van röntgenstraling met het lichaam wordt er naar alle
richtingen röntgenstraling uitgezonden. Zowel buiten als binnen de patiënt.
Week 2 opwekking van straling
Röntgenstraling = X-Rays
In een röntgenbuis zit een glazen buis. In deze buis bevindt
zich aan anode (positief) en een kathode (negatief). De
anode draait rond om hitte af te voeren.
De buisstroomsterkte wordt uitgedrukt in mA. Dit zijn het
aantal elektronen per seconde, ofwel C/s. De belichtingstijd
wordt uitgedrukt in seconde. Je gaat dus uit van de tijd
waarin de stroomsterkte aanwezig is. Samen vormt dit het
mAs getal.
mAs = bepaald hoeveelheid straling
Buisspanning = kinetische energie van de elektronen (Kv)
, De kathode is een gloeidraad die bij toevoer van elektrische stroom energie afgeeft. De
energie die de kathode afgeeft heeft de vorm van elektronen. De anode, aan de andere kant
van de röntgenbuis, is een plaat van wolfraam, een metaal dat elektronen aantrekt.
Als de elektronen na afgifte door de kathode met het wolfraam in contact komen, geven ze
energie af in de vorm van fotonen. Deze energierijke fotonen worden door een loden cilinder
en een aantal filters geleid en vormen zo een röntgenstraal.
Remstraling = ontstaat doordat elektronen worden afgeremd in een materiaal. In een grafiek
is dit een vloeiende globale lijn.
Karakteristieke straling = hoort bij het materiaal wolfraam (Z=74). De bindingsenergie is voor
ieder elektron van verschillende schillen specifiek. In de grafiek zijn dit pieken recht op de lijn
van de remstraling.