LAWMAKING,
POLITICS &
SOCIETY
SEMESTER 1
12 SEPTEMBER
LITERATUUR
OPEN BOEK TENTAMEN
,LITERATUUR.....................................................................1
open boek tentamen...........................................................................1
LECTURE 1........................................................................ 4
bacchi 2009 – introducing a ‘’what’s the problem represented to be?’’
approach to policy analysis..................................................................4
josé – rationality in criminal law making. chapter 3: rational decision
making in a complex socio-legislative process......................................8
LECTURE 2......................................................................16
auerhahn 1999 – the split labor market and the origins of antidrug
legislation in the united states...........................................................16
jenness 2004 – explaining criminalization: from demography and status
politics to globalization and modernization.........................................20
wilenmann 2019 – framing meaning through criminalization: a test for
the theory of criminalization..............................................................23
LECTURE 3......................................................................29
zamboni 2016 – globalization and law-making: time to shift a legal
theory’s paradigm.............................................................................29
halliday 2009 – recursivity of global normmaking: a sociolegal agenda 32
perez 2006 – the internationalization of lawmaking processes:
constraining or empowering the executive?........................................37
LECTURE 4......................................................................41
santons 1987 – a map of misreading. toward a postmodern conception
of law............................................................................................... 41
van der woude 2020 – a patchwork of intra-schengen policing: border
games over national identity and national sovereignty.......................44
weber 2003 – down that wrong road: discretion in decisions to detain
asylum seekers arriving at uk ports....................................................47
LECTURE 5......................................................................49
myhen 2006 – criminology and terrorism............................................49
mcgulloch 2009 – pre-crime and counter-terrorism..............................53
zedner 2019 – the rise and restraint of the preventive state................56
LECTURE 6......................................................................59
2
,crawford 2009 – governing through anti-social behaviour....................59
cheliots 2015 – how iron is the iron cage of new penology?..................63
garland 2000 – the culture of high crime societies...............................65
LECTURE 7......................................................................69
neal 2012 – normalization and legislative exceptionalism:
counterterrorist lawmaking and the changing times of security
emergencies.....................................................................................69
zedner 2012 – terrorizing criminal law................................................72
van der woude 2012 – dutch counterterrorism: an exceptional body of
legislation or just an inevitable product of the culture of control?........76
LECTURE 8......................................................................80
forcese & roach 2015 – criminalizing terrorist babble: canada’s dubious
new terrorist speech crime................................................................80
hamilton 2018 – contagion, counterterrorism and criminology: the case
of france...........................................................................................82
LECTURE 9......................................................................84
mythen, walklate & khan 2012 – ‘why should we have to prove we’re
alright?’: counter-terrorism, risk and partial securities.......................84
murphy, madon & cherney 2018 – reporting threats of terrorism:
stigmatisation, procedural justice and policing muslims in australia....87
LECTURE 10....................................................................90
gielen 2018 – exit programmes for female jihadists: a proposal for
conducting realistic evaluation of the dutch approach.........................90
ayling 2013 – haste makes waste: deliberative improvements for serious
crime legislation................................................................................93
3
, LECTURE 1
BACCHI 2009 – INTRODUCING A ‘’WHAT’S THE PROBLEM
REPRESENTED TO BE?’’ APPROACH TO POLICY ANALYSIS
Dit hoofdstuk daagt het idee uit dat beleid de beste poging van de overheid is om
problemen op te lossen. In dit conventionele idee van publiek beleid reageren
overheden op problemen buiten het beleidsproces. De focus van analyse is dan
gelimiteerd tot het zoeken naar oplossingen voor het probleem. Een ‘’what’s the
problem represented to be?’’ (WPR) benadering biedt een andere manier om over
beleid te denken.
De WPR-benadering stelt dat als je naar bepaald beleid kijkt, je kan zien dat het
het probleem ziet als een bepaald soort probleem. Beleid bestaat daarom uit
problemen (of beleid geeft vorm aan problemen). In plaats van reageren op
problemen, zijn overheden actief in het creëren van beleids’problemen’. Beleid
maakt altijd een voorstel voor een verandering, waardoor ze altijd impliciet een
probleem representeren. Bijvoorbeeld: als je de politie naar een gemeenschap
stuurt als reactie op een rapport over kindermishandelingen in die gemeenschap,
impliceer je dat onvoldoende politietoezicht het probleem is, waardoor je het beleid
zo vormt.
De manier waarop het probleem gepresenteerd wordt is ook van belang, omdat de
presentatie van het probleem allerlei soorten implicaties bevatten voor hoe er over
het probleem gedacht wordt. De WPR-benadering suggereert dus dat publiek
beleid bestaat uit beleidsproblemen. De WPR-benadering bestaat uit zes vragen:
1. Wat is het probleem dat wordt weergegeven in een specifiek beleid?
2. Wat zijn de veronderstellingen of aannames die ten grondslag liggen aan
het probleem?
3. Hoe is deze representatie van het probleem tot stand gekomen?
4. Wat is er als onproblematisch overgebleven in de probleem representatie?
Waar zijn de stiltes? Kan er anders over het probleem nagedacht worden?
5. Wat zijn de gevolgen van deze representatie van het probleem?
6. Hoe is deze representatie van het probleem geproduceerd, verspreid en
verdedigd? Hoe kan het bevraagt, verstoord en vervangen worden?
VRAAG 1: WAT IS HET PROBLEEM DAT WORDT
WEERGEGEVEN IN SPECIFIEK BELEID?
De eerste vraag gaat om verduidelijking. De WPR-benadering bouwt voort op de
stelling dat beleid impliciete probleem representaties bevat. Het argument hier is
dat omdat je gevoelens bepalen wat je aan het probleem wil doen, het even waar
is om te zeggen dat kijken naar dat wat als beleidsinterventie wordt voorgesteld zal
onthullen hoe er over het probleem wordt gedacht. De WPR-benadering stelt een
manier van achteruit werken voor: in concrete beleidsvoorstellen kijken wat er
gezien wordt als het probleem binnen die voorstellen. Het is natuurlijk mogelijk dat
beleid meerdere problemen representeert. Kortom: het doel van de eerste vraag is
om het geïmpliceerde probleem in beleid te vinden.
4
POLITICS &
SOCIETY
SEMESTER 1
12 SEPTEMBER
LITERATUUR
OPEN BOEK TENTAMEN
,LITERATUUR.....................................................................1
open boek tentamen...........................................................................1
LECTURE 1........................................................................ 4
bacchi 2009 – introducing a ‘’what’s the problem represented to be?’’
approach to policy analysis..................................................................4
josé – rationality in criminal law making. chapter 3: rational decision
making in a complex socio-legislative process......................................8
LECTURE 2......................................................................16
auerhahn 1999 – the split labor market and the origins of antidrug
legislation in the united states...........................................................16
jenness 2004 – explaining criminalization: from demography and status
politics to globalization and modernization.........................................20
wilenmann 2019 – framing meaning through criminalization: a test for
the theory of criminalization..............................................................23
LECTURE 3......................................................................29
zamboni 2016 – globalization and law-making: time to shift a legal
theory’s paradigm.............................................................................29
halliday 2009 – recursivity of global normmaking: a sociolegal agenda 32
perez 2006 – the internationalization of lawmaking processes:
constraining or empowering the executive?........................................37
LECTURE 4......................................................................41
santons 1987 – a map of misreading. toward a postmodern conception
of law............................................................................................... 41
van der woude 2020 – a patchwork of intra-schengen policing: border
games over national identity and national sovereignty.......................44
weber 2003 – down that wrong road: discretion in decisions to detain
asylum seekers arriving at uk ports....................................................47
LECTURE 5......................................................................49
myhen 2006 – criminology and terrorism............................................49
mcgulloch 2009 – pre-crime and counter-terrorism..............................53
zedner 2019 – the rise and restraint of the preventive state................56
LECTURE 6......................................................................59
2
,crawford 2009 – governing through anti-social behaviour....................59
cheliots 2015 – how iron is the iron cage of new penology?..................63
garland 2000 – the culture of high crime societies...............................65
LECTURE 7......................................................................69
neal 2012 – normalization and legislative exceptionalism:
counterterrorist lawmaking and the changing times of security
emergencies.....................................................................................69
zedner 2012 – terrorizing criminal law................................................72
van der woude 2012 – dutch counterterrorism: an exceptional body of
legislation or just an inevitable product of the culture of control?........76
LECTURE 8......................................................................80
forcese & roach 2015 – criminalizing terrorist babble: canada’s dubious
new terrorist speech crime................................................................80
hamilton 2018 – contagion, counterterrorism and criminology: the case
of france...........................................................................................82
LECTURE 9......................................................................84
mythen, walklate & khan 2012 – ‘why should we have to prove we’re
alright?’: counter-terrorism, risk and partial securities.......................84
murphy, madon & cherney 2018 – reporting threats of terrorism:
stigmatisation, procedural justice and policing muslims in australia....87
LECTURE 10....................................................................90
gielen 2018 – exit programmes for female jihadists: a proposal for
conducting realistic evaluation of the dutch approach.........................90
ayling 2013 – haste makes waste: deliberative improvements for serious
crime legislation................................................................................93
3
, LECTURE 1
BACCHI 2009 – INTRODUCING A ‘’WHAT’S THE PROBLEM
REPRESENTED TO BE?’’ APPROACH TO POLICY ANALYSIS
Dit hoofdstuk daagt het idee uit dat beleid de beste poging van de overheid is om
problemen op te lossen. In dit conventionele idee van publiek beleid reageren
overheden op problemen buiten het beleidsproces. De focus van analyse is dan
gelimiteerd tot het zoeken naar oplossingen voor het probleem. Een ‘’what’s the
problem represented to be?’’ (WPR) benadering biedt een andere manier om over
beleid te denken.
De WPR-benadering stelt dat als je naar bepaald beleid kijkt, je kan zien dat het
het probleem ziet als een bepaald soort probleem. Beleid bestaat daarom uit
problemen (of beleid geeft vorm aan problemen). In plaats van reageren op
problemen, zijn overheden actief in het creëren van beleids’problemen’. Beleid
maakt altijd een voorstel voor een verandering, waardoor ze altijd impliciet een
probleem representeren. Bijvoorbeeld: als je de politie naar een gemeenschap
stuurt als reactie op een rapport over kindermishandelingen in die gemeenschap,
impliceer je dat onvoldoende politietoezicht het probleem is, waardoor je het beleid
zo vormt.
De manier waarop het probleem gepresenteerd wordt is ook van belang, omdat de
presentatie van het probleem allerlei soorten implicaties bevatten voor hoe er over
het probleem gedacht wordt. De WPR-benadering suggereert dus dat publiek
beleid bestaat uit beleidsproblemen. De WPR-benadering bestaat uit zes vragen:
1. Wat is het probleem dat wordt weergegeven in een specifiek beleid?
2. Wat zijn de veronderstellingen of aannames die ten grondslag liggen aan
het probleem?
3. Hoe is deze representatie van het probleem tot stand gekomen?
4. Wat is er als onproblematisch overgebleven in de probleem representatie?
Waar zijn de stiltes? Kan er anders over het probleem nagedacht worden?
5. Wat zijn de gevolgen van deze representatie van het probleem?
6. Hoe is deze representatie van het probleem geproduceerd, verspreid en
verdedigd? Hoe kan het bevraagt, verstoord en vervangen worden?
VRAAG 1: WAT IS HET PROBLEEM DAT WORDT
WEERGEGEVEN IN SPECIFIEK BELEID?
De eerste vraag gaat om verduidelijking. De WPR-benadering bouwt voort op de
stelling dat beleid impliciete probleem representaties bevat. Het argument hier is
dat omdat je gevoelens bepalen wat je aan het probleem wil doen, het even waar
is om te zeggen dat kijken naar dat wat als beleidsinterventie wordt voorgesteld zal
onthullen hoe er over het probleem wordt gedacht. De WPR-benadering stelt een
manier van achteruit werken voor: in concrete beleidsvoorstellen kijken wat er
gezien wordt als het probleem binnen die voorstellen. Het is natuurlijk mogelijk dat
beleid meerdere problemen representeert. Kortom: het doel van de eerste vraag is
om het geïmpliceerde probleem in beleid te vinden.
4