Bedrijfseconomie
Opbrengsten/ Kosten
- Opbrengsten ontstaan op moment van verkoop
- Kosten worden in dezelfde periode geboekt als de opbrengsten (matching-principe)
- Van opbrengsten word je rijker, van kosten armer.
- Heeft betrekking op je EV
- Staan op de resultatenrekening
- Exclusief btw
Ontvangsten/Uitgaven
- Ontstaan op moment van betaling
- Door ontvangsten heb je meer geld, door uitgaven heb je minder geld
- Heeft betrekking op je bank/kas (=LA/geld)
- Staan op een liquiditeitsoverzicht
- Inclusief btw
Interest = % van de schuld
Belastingvoordeel = % van de interest
Schuld nieuw jaar = schuld begin van het jaar – aflossing
Aflossing lineair= totale schuld / looptijd
Aflossing annuïteiten = annuïteit – interest
Netto hypotheeklasten = interest + aflossing - belastingvoordeel
Intrinsieke waarde
= GAK + alle reserves + nettoresultaat
Hefboomformule
IVV < RTV -> positief hefboomeffect -> REV > RTV
IVV > RTV -> negatief hefboomeffect -> REV < RTV
, Du-pont analyse
EBIT = nettoresultaat voor aftrek van interest en belasting
SH = werkelijke afzet x aantal uren/kg
Circulair ondernemen = Een systeem waarbij het de bedoeling is om herbruikbaarheid van
grondstoffen en goederen te maximaliseren en waardevernietiging te minimaliseren.
MVO = Maatschappelijk verantwoord ondernemen.
MVO-ladder: people, planet en profit.
- People = Wordt er goed voor het welzijn van de mensen binnen en buiten het bedrijf
gezorgd?
- Planet = Wordt de verspilling van grondstoffen en de uitstoot van schadelijke stoffen
beperkt?
- Profit = Is het aantoonbaar dat de manier waarop er maatschappelijk verantwoord
zaken worden gedaan ook nog eens winst oplevert?
Drie vormen van circulair ondernemen zijn:
- Herfabricage
- Levensduurverlenging
- Het idee dat er geen goederen meer verkocht worden, maar diensten geleverd
worden.
Herfabricage
Remontabele goederen = Goederen waarvan de onderdelen van het goed makkelijk weer
los van elkaar te halen zijn en vervolgens te hergebruiken zijn.
- Het gaat dus om goederen waarbij herfabriceren (remanufacturing) mogelijk is
gemaakt.
- Herfabricage wordt mogelijk als grondstoffen goed te scheiden zijn van elkaar, als
het goed niet meer gebruikt wordt, en weer opnieuwe inzetbaar zijn voor eenzelfde
of een ander goed.
Opbrengsten/ Kosten
- Opbrengsten ontstaan op moment van verkoop
- Kosten worden in dezelfde periode geboekt als de opbrengsten (matching-principe)
- Van opbrengsten word je rijker, van kosten armer.
- Heeft betrekking op je EV
- Staan op de resultatenrekening
- Exclusief btw
Ontvangsten/Uitgaven
- Ontstaan op moment van betaling
- Door ontvangsten heb je meer geld, door uitgaven heb je minder geld
- Heeft betrekking op je bank/kas (=LA/geld)
- Staan op een liquiditeitsoverzicht
- Inclusief btw
Interest = % van de schuld
Belastingvoordeel = % van de interest
Schuld nieuw jaar = schuld begin van het jaar – aflossing
Aflossing lineair= totale schuld / looptijd
Aflossing annuïteiten = annuïteit – interest
Netto hypotheeklasten = interest + aflossing - belastingvoordeel
Intrinsieke waarde
= GAK + alle reserves + nettoresultaat
Hefboomformule
IVV < RTV -> positief hefboomeffect -> REV > RTV
IVV > RTV -> negatief hefboomeffect -> REV < RTV
, Du-pont analyse
EBIT = nettoresultaat voor aftrek van interest en belasting
SH = werkelijke afzet x aantal uren/kg
Circulair ondernemen = Een systeem waarbij het de bedoeling is om herbruikbaarheid van
grondstoffen en goederen te maximaliseren en waardevernietiging te minimaliseren.
MVO = Maatschappelijk verantwoord ondernemen.
MVO-ladder: people, planet en profit.
- People = Wordt er goed voor het welzijn van de mensen binnen en buiten het bedrijf
gezorgd?
- Planet = Wordt de verspilling van grondstoffen en de uitstoot van schadelijke stoffen
beperkt?
- Profit = Is het aantoonbaar dat de manier waarop er maatschappelijk verantwoord
zaken worden gedaan ook nog eens winst oplevert?
Drie vormen van circulair ondernemen zijn:
- Herfabricage
- Levensduurverlenging
- Het idee dat er geen goederen meer verkocht worden, maar diensten geleverd
worden.
Herfabricage
Remontabele goederen = Goederen waarvan de onderdelen van het goed makkelijk weer
los van elkaar te halen zijn en vervolgens te hergebruiken zijn.
- Het gaat dus om goederen waarbij herfabriceren (remanufacturing) mogelijk is
gemaakt.
- Herfabricage wordt mogelijk als grondstoffen goed te scheiden zijn van elkaar, als
het goed niet meer gebruikt wordt, en weer opnieuwe inzetbaar zijn voor eenzelfde
of een ander goed.