Cijfer 9 (100%)
Beoordelingsreferentiekader
Voldaan aan opbouw: ja
Inhoudelijk relevant: ja
APA-regels gevolgd: ja
Conclusies en resultaten consistent: ja
Een zeer goede moduleopdracht! Een duidelijk verhaal binnen een logisch praktijkprobleem waarvoor een oplossing
gezocht wordt. Een logische link met de literatuur. Praktijkvoorbeelden en theorie wisselen elkaar af. Heldere opbouw
en logische conclusies en aanbevelingen.
Ephorus-bevestiging
Dear
Your document has been handed in successfully and your college has been notified.
This is your personal confirmation. You can print or save this email for future reference.
Your confirmation:
Unique code: g884jw90-8573-8uio-98h3-e8tjgg9448929
Handin-code: IBL-2021/2021_NCOI
Date: Wednesday, October 09, 2021 2:55:02 PM CET
Your teacher:
Name:
E-mail address:
Your information:
Name:
Student number: E-mail
address:
Comment: IBL-2021/2021_NCOI
This e-mail has been generated automatically.
If you have any questions, please contact your college personally.
2
,
,Opdracht
Deze moduleopdracht kunt u maken op basis van uw eigen organisatie of aan de hand van een
organisatie in uw (directe) omgeving.
U schrijft een visie- en adviesstuk voor wenselijk organisatiegedrag, gebaseerd op eerder
ongewenst gedrag waarin sociaalpsychologische aspecten een rol spelen.
Waar moet de opdracht aan voldoen? Kies in overleg met uw manager een situatie waarin
ongewenst organisatiegedrag voorkomt en waarvan u beiden veronderstelt dat daarin
sociaalpsychologische aspecten een rol spelen. Beschrijf de context waarin het
gedragsprobleem zich afspeelt en analyseer vervolgens met behulp van de in de module
aangeboden theorieën, modellen en instrumenten welke sociaalpsychologische oorzaken er aan
ten grondslag liggen. Ontwikkel vervolgens een visie op het wenselijke organisatiegedrag.
Formuleer tot slot een advies waarmee de manager het gekozen onderwerp beter kan hanteren
of oplossen.
Vat uw bevindingen samen in een schriftelijke rapportage, waarin u rekening houdt met
onderstaande verplichte onderdelen en aspecten ten aanzien van de inhoud en de structuur. In
uw moduleopdracht werkt u de volgende stappen/deelopdrachten uit die zijn afgeleid van de
algemene leerdoelen, in de volgorde waarin ze worden genoemd:
Inleiding (beschrijf kort de organisatie, benoem de relevantie van het onderwerp voor de
organisatie en formuleer een probleemdefinitie: doel, centrale vraag en deelvragen. Neem een
korte leeswijzer op);
Situatieanalyse: beschrijf welk ongewenst organisatiegedag het betreft, wie daar bij betrokken is.
Benoem wanneer en waar en hoe dat gedragsprobleem zich uit;
Probleemanalyse: maak een analyse van mogelijke sociaalpsychologische oorzaken. Gebruik
daarbij meerdere invalshoeken en theorieën, modellen en instrumenten die in de module zijn
aangeboden. U analyseert in ieder geval vanuit de drie dimensies van organisatiegedrag; daarbij
maakt u gebruik van de hieronder vermelde verplichte onderwerpen. In welke mate spelen deze
3 lagen en genoemde aspecten een rol in het ongewenste gedrag? Individuele invloeden
(persoonskenmerken, motivatie); Groepsinvloeden (taakstructuur, leiderschap, teamdynamiek)
Organisatiefactoren (cultuur); Een visie met betrekking tot de gewenste situatie: beschrijf het
meer wenselijke organisatiegedrag en benoem waarom dat beter is voor de organisatie en voor
het welbevinden van de betrokken personeelsleden. Geef aan welke sociaalpsychologische
aspecten een bijdrage kunnen leveren aan meer wenselijk organisatiegedrag.
Een verbeteradvies: formuleer een gericht advies voor de leidinggevende welke aspecten
verbetering behoeven (wat verbeterd dient te worden). Geef tips hoe de leidinggevende dat kan
doen (maar een project- of veranderplan wordt niet gevraagd).
Bespreek uw advies met uw leidinggevende en integreer diens mening in de rapportage; Leg in
uw uitwerking een duidelijk verband tussen de theorie uit de module en de praktijk en zorg voor
een goede onderbouwing van door u gemaakte keuzes.
, Inhoud
Voorwoord....................................................................................................................................... 4
Samenvatting.................................................................................................................................. 5
Hoofdstuk 1. Inleiding..................................................................................................................... 6
Opbouw....................................................................................................................................... 6
bijgevoegd................................................................................................................................... 6
Organisatiebeschrijving............................................................................................................... 7
Hoofdstuk 2. Beschrijving ongewenste gedrag...............................................................................7
Hoofdstuk 3. Deelvragen................................................................................................................ 8
3.1 In hoeverre leidt het individuele gedrag van de medewerkers tot het ongewenste gedrag. . .8
3.1.1 Attitudes.......................................................................................................................... 8
3.1.2 Big Five........................................................................................................................... 8
3.2. In hoeverre leidt het individuele gedrag van de leidinggevende tot het ongewenste gedrag9
3.3 In hoeverre leidt het situationele groepsgedrag tot het ongewenste vergadergedrag?.......10
3.3.1 Groepsdefinitie en classificatie.....................................................................................10
3.3.2 Groepsontwikkeling. Het vijf- fase model......................................................................10
3.3.3 Groepseigenschappen.................................................................................................. 10
3.4 In hoeverre leidt het gedrag van de organisatie tot het ongewenste gedag?.......................11
Hoofdstuk 4. Advies...................................................................................................................... 12
Individueel................................................................................................................................. 12
Groep........................................................................................................................................ 12
Organisatie................................................................................................................................ 12
Literatuurlijst................................................................................................................................. 13
Bijlage I - Uitkomsten medewerkers Big Five Test en Least prefered Coworker test (LPC)..........14
Voorwoord
Mijn naam is x. Sinds 1 april 2021 ben ik werkzaam bij de gemeente x als teamleider x . Hier
vallen de teams burgerzaken, telefonisch informatiecentrum, omgevingsvergunningen en Wet
maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Vanaf september 2026 volg ik de opleiding
bedrijfskunde bij de NCOI. In mijn werk als leidinggevende miste ik in toenemende mate een stuk
theoretische kennis bij de onderbouwing van organisatie vraagstukken op dat vlak. De studie
bedrijfskunde biedt mij die kennis die ik ook meteen in de praktijk kan toepassen.
In de moduleopdracht van “Organisatiegedrag” heb ik onderzoek gedaan naar het ongewenste
vergadergedrag binnen de afdeling x van de gemeente x. Ik heb onderzocht wat er verbeterd kan
worden om meer betrokkenheid en input van individuele medewerkers te krijgen bij team
vergaderingen. In mijn werk als teamleider x valt het mij op dat de team overleggen door de