Paragraaf 1: De bouw en functie van DNA
HET GENOOM
DNA bepaalt de functie cel levert instructies voor ribosomen eiwitten te synthetiseren De eiwit
°
van een en de om . bouw van een
bepaalt de functies)
•
Het
genoom bestaat uit kernDNA en MTDNA .
Mitochondriën en chloroplasten functioneren onafhankel k van de rest van de cel met hun eigen DNA .
-
B prokaryoten vormt al het DNA in het cytoplasma het
genoom .
Sommigen hebben plasmiden .
BOUW VAN DNA
nucleïnezuur stikstofbasen z n adenine ( A) thymine CT) cytosine ( c)
guanine ( G)
•
DNA is een .
De in DNA , , en .
'
De fosfaatgroep in een nucleofiele zit alt d aan het 5 C- atoom en de N -
base aan het eerste . B
polymerisatie bindt het Je C- atoom aan
.de fosfaatgroep .
'
polymeer van aan elkaar gekoppelde monosacharider en fosfaatgroepen .
'
DNA afgelezen gekopieerd !
'
•
wordt van het 3 naar het 5 uiteinde en
'
'
ruggengraat
°
Door middel van base paring kan van 2 enkelstrings DNA moleculen 1
dubbelstreng DNA -
molecuul '
uiteinde fosfaatgroep
-
5
worden gemaakt met een helixstructuur met de ketens complementair aan elkaar . stikstof base
°
DNA in de celkern is verdeeld over chromosomen , waarb ieder chromosoom bestaat uit 1
lang binding monosacharide
dubbelstreng
-
DNA molecuul .
Het DNA is eerst om een aantal nistonen ( eiwitten) gewikkeld . Denistonen
en het DNA samen vormen een NUCIEOSOOM .
DNA tussen 2 NUCIEOSOMEN :
koppeling
-
DNA .
Kralenketting
nucleofiele
NIET -
CODEREND DNA
°
niet -
coderend DNA heeft een regulerende functie .
93,5 % van het mensel k DNA bestaat hieruit .
Hoewel het niet voor eiwitten codeert , kan het wel een
regulerende functie b eiwitsynthese hebben .
•
Een deel van het niet coderend DNA bestaat uit repetitief DNA , een ander deel uit genen die hun
functie hebben verloren .
3. uiteinde OH
Begrippen paragraaf 1
•
Genoom :
geheel aan erfel ke info in een cel .
°
Kern DNA : DNA in de celkern
°
MTDNA :
DNA in mitochondriën en chloroplasten .
•
plasmiden : stukjes circulair DNA
•
nucleïnezuur : stof waarvan elk molecuul uit 1/2 nucleotiden, die samen 112 polynucleotideneters vormen DNA =
2 ketens RNA = 1
bestaat strengen .
,
°
nucleotiden uit
Deel nullinezuur bestaat monosacharide stikstof fosfaatgroep
:
van . Het een
,
een base en een .
•
desoxyribose : suiker met 5 c- atomen per molecuul . Deel van DNA .
Uiteinde
'
•
5 :
uiteinde aan het 5C C- atoom met fosfaatgroep .
'
' C- atoom
•
3 uiteinde : uiteinde aan het 3 met 0h -
groep .
← VEEL ?
base paring elkaar 2 ketens verbinden komt tot stand
• :
Hierb binden 2 N basen met om zo te Het met H
bruggen
-
- .
.
•
macrosoom : aantal Nistonen met DNA er omheen gewikkeld .
°
sequentie : volgorde waarin nucleotiden in een DNA -
molecuul z n gerangschikt
•
gen :
deel van een DNA -
molecuul dat de code ( DNA sequentie )
-
bevat waarmee ribosomen een of meer eiwitten
kunnen synthetiseren .
•
niet -
coderend DNA :
DNA dat niet voor eiwitten codeer t . 93,5% van mensel k genoom bestaat hieruit .
Het kan wel
voor andere moleculen coderen .
ze hebben een regulerende functie
•
repetetief DNA :
herhalingen van kor te nucleotiden sequenties .
ijijij ijijijijij ij
, Paragraaf 2: DNA-replicatie
kopiëren ( DNA replicatie)
°
Het van DNA -
vindt plaats t dens de 5- fase .
veel chemische
energie
tussen bindingen
7
°
In kern plasma zitten vr e nucleotiden : DATP , OITTP , d G- TP ,
dctp .
z bestaan uit een desoxvlribose , een base en 3 fosfaatgroepen .
°
DNA -
replicatie begint b het replicatie startpunt .
In 2
richtingen worden de
H 2 door De
bruggen tussen de
strengen verbroken het enzym helicase
-
.
helixstructuur verdw nt hierdoor en er ontstaat een replicatie bel . Eukaryoten hebben
meer replicatie startpunten , prokaryoten vaak slechts 1 .
AATP DAMP
pa
⑧
Op plaatsen waar basen paring is verbroken , binden SSBP's aan de strengen
baseparing De replicatie primer
om nieuwe te voorkomen .
begint met een .
replicatie startpunt
'
DNA -
pdymera.se kan alleen nucleotiden aan het 3 -
uiteinde plakken .
Dit
enzym bindt vervolgens DATP , @ TTP ,
DGTP en DCTP aan N basen
-
. De E
"
Pod
'
hiervoor de afgesplitste groepen DNA leest 3
komt van polym van
-
. .
naar 5
'
( afterstichting) dus de nieuwe streng wordt van 5
'
naar 3
'
helicase helicase
replicatie bel
gemaakt .
Replicatie gaat in 2 richtingen . De een volgt de leidende
streng de ander kan steeds kor te stukjes ( Okazaki fragmenten) synthetiseren De RNA primers worden vervangen door
-
-
.
,
DNA nucleotiden ligase l mt Het
-
. DNA -
ze
vervolgens weer aan elkaar , waardoor de volgende streng gevormd wordt .
chromosoom
bestaat nu uit 2 Chromatiek -
mitose →
2 dochtercellen .
•
De RNA -
primer wordt aan het eind van de streng verw derd -0 DNA -
polymeren
kan het eind van de streng niet repliceren . Niet -
gekopieerd DNA wordt door enzymen
verw derd .
→ steeds korter .
Aan de uiteinden zitten telomeren die niet coderend
-
en
b mensen repetitief z n . Na 50 celdelingen is met tetomeer op -0
apoptose . Snelheid
bepaalt veroudering .
°
Door PCM of meerdere delen stukjes
kunnen een van DNA worden gekopieerd . Kor te
DNA worden complementair aan het gekopieerde DNA als primer gebruikt . Er is voor
DNA
elke
streng een
eigen primer nodig ( =D
-
.
°
sequencen = het bepalen van de nucleofiele volgorde .
Om dit te doen k k je na PCR alleen naar de
-
specifieke primer
leidende streng .
Hiervoor is een speciale PCR -
reactie nodig met ADA , dat , ddc en dd G- die op
-
DNA potymerase
l ken , 0h nucleotiden ( A , C. Git)
nucleotiden zonder waardoor de replicatie na een didesoxy nucleofiele stopt vr e
-
maar
-
.
•
in PCM -
machine -0 Steeds meer ketens op verschillende plekken
DNA
afgesloten waardoor allemaal verschillende lengten aanwezig z n . Dit proces PCM
• DNA -
polymeren
A C G Met de
herhaal je voor ,
-1 ,
en .
gelet Ektroforese kun
µ
1 DNA verhitten tot 95°C
.
primer
↳
fragmenten lengte worden
gescheiden Gel buffer demotivatie
°
in
gel op in -
.
^
DDA ,
DDC , DD , G ,
DDT
2 65°C
oplossing met DNA negatieve Negatief DNA
°
v
vr e nucleotiden mengsel aan poot .
Temperatuur naar
wil poot Klein aflezen ↳ primers
naar + . komt ver , groot komt niet ver .
→
. hechten
• 3 720C
Nieuwe technieken z n sneller en
goedkoper tho . Op basis van bepaalde tooi van repetitief DNA Temperatuur naar
( op basis ↳
in niet coderend DNA .
De combinatie van het aantal repeat hiervan worden ze
genummerd) DNA -
polymeren gaat
en de atleten geeft een DNA -
Finger print . nucleotiden binden
DNA -
profiel
\ beide atleten 710 overervende tooi
worden met PCM vermeerderd .
2 IOCI met repeat uit DNA knippen
met restrictie -
enzymen die elk
een specifieke sequentie herkennen .
( vaak 2 ketens spiegelbeeld)
3 tooi worden gescheiden door
geteektroforese →
persoon !
ijijijijij ijijij
HET GENOOM
DNA bepaalt de functie cel levert instructies voor ribosomen eiwitten te synthetiseren De eiwit
°
van een en de om . bouw van een
bepaalt de functies)
•
Het
genoom bestaat uit kernDNA en MTDNA .
Mitochondriën en chloroplasten functioneren onafhankel k van de rest van de cel met hun eigen DNA .
-
B prokaryoten vormt al het DNA in het cytoplasma het
genoom .
Sommigen hebben plasmiden .
BOUW VAN DNA
nucleïnezuur stikstofbasen z n adenine ( A) thymine CT) cytosine ( c)
guanine ( G)
•
DNA is een .
De in DNA , , en .
'
De fosfaatgroep in een nucleofiele zit alt d aan het 5 C- atoom en de N -
base aan het eerste . B
polymerisatie bindt het Je C- atoom aan
.de fosfaatgroep .
'
polymeer van aan elkaar gekoppelde monosacharider en fosfaatgroepen .
'
DNA afgelezen gekopieerd !
'
•
wordt van het 3 naar het 5 uiteinde en
'
'
ruggengraat
°
Door middel van base paring kan van 2 enkelstrings DNA moleculen 1
dubbelstreng DNA -
molecuul '
uiteinde fosfaatgroep
-
5
worden gemaakt met een helixstructuur met de ketens complementair aan elkaar . stikstof base
°
DNA in de celkern is verdeeld over chromosomen , waarb ieder chromosoom bestaat uit 1
lang binding monosacharide
dubbelstreng
-
DNA molecuul .
Het DNA is eerst om een aantal nistonen ( eiwitten) gewikkeld . Denistonen
en het DNA samen vormen een NUCIEOSOOM .
DNA tussen 2 NUCIEOSOMEN :
koppeling
-
DNA .
Kralenketting
nucleofiele
NIET -
CODEREND DNA
°
niet -
coderend DNA heeft een regulerende functie .
93,5 % van het mensel k DNA bestaat hieruit .
Hoewel het niet voor eiwitten codeert , kan het wel een
regulerende functie b eiwitsynthese hebben .
•
Een deel van het niet coderend DNA bestaat uit repetitief DNA , een ander deel uit genen die hun
functie hebben verloren .
3. uiteinde OH
Begrippen paragraaf 1
•
Genoom :
geheel aan erfel ke info in een cel .
°
Kern DNA : DNA in de celkern
°
MTDNA :
DNA in mitochondriën en chloroplasten .
•
plasmiden : stukjes circulair DNA
•
nucleïnezuur : stof waarvan elk molecuul uit 1/2 nucleotiden, die samen 112 polynucleotideneters vormen DNA =
2 ketens RNA = 1
bestaat strengen .
,
°
nucleotiden uit
Deel nullinezuur bestaat monosacharide stikstof fosfaatgroep
:
van . Het een
,
een base en een .
•
desoxyribose : suiker met 5 c- atomen per molecuul . Deel van DNA .
Uiteinde
'
•
5 :
uiteinde aan het 5C C- atoom met fosfaatgroep .
'
' C- atoom
•
3 uiteinde : uiteinde aan het 3 met 0h -
groep .
← VEEL ?
base paring elkaar 2 ketens verbinden komt tot stand
• :
Hierb binden 2 N basen met om zo te Het met H
bruggen
-
- .
.
•
macrosoom : aantal Nistonen met DNA er omheen gewikkeld .
°
sequentie : volgorde waarin nucleotiden in een DNA -
molecuul z n gerangschikt
•
gen :
deel van een DNA -
molecuul dat de code ( DNA sequentie )
-
bevat waarmee ribosomen een of meer eiwitten
kunnen synthetiseren .
•
niet -
coderend DNA :
DNA dat niet voor eiwitten codeer t . 93,5% van mensel k genoom bestaat hieruit .
Het kan wel
voor andere moleculen coderen .
ze hebben een regulerende functie
•
repetetief DNA :
herhalingen van kor te nucleotiden sequenties .
ijijij ijijijijij ij
, Paragraaf 2: DNA-replicatie
kopiëren ( DNA replicatie)
°
Het van DNA -
vindt plaats t dens de 5- fase .
veel chemische
energie
tussen bindingen
7
°
In kern plasma zitten vr e nucleotiden : DATP , OITTP , d G- TP ,
dctp .
z bestaan uit een desoxvlribose , een base en 3 fosfaatgroepen .
°
DNA -
replicatie begint b het replicatie startpunt .
In 2
richtingen worden de
H 2 door De
bruggen tussen de
strengen verbroken het enzym helicase
-
.
helixstructuur verdw nt hierdoor en er ontstaat een replicatie bel . Eukaryoten hebben
meer replicatie startpunten , prokaryoten vaak slechts 1 .
AATP DAMP
pa
⑧
Op plaatsen waar basen paring is verbroken , binden SSBP's aan de strengen
baseparing De replicatie primer
om nieuwe te voorkomen .
begint met een .
replicatie startpunt
'
DNA -
pdymera.se kan alleen nucleotiden aan het 3 -
uiteinde plakken .
Dit
enzym bindt vervolgens DATP , @ TTP ,
DGTP en DCTP aan N basen
-
. De E
"
Pod
'
hiervoor de afgesplitste groepen DNA leest 3
komt van polym van
-
. .
naar 5
'
( afterstichting) dus de nieuwe streng wordt van 5
'
naar 3
'
helicase helicase
replicatie bel
gemaakt .
Replicatie gaat in 2 richtingen . De een volgt de leidende
streng de ander kan steeds kor te stukjes ( Okazaki fragmenten) synthetiseren De RNA primers worden vervangen door
-
-
.
,
DNA nucleotiden ligase l mt Het
-
. DNA -
ze
vervolgens weer aan elkaar , waardoor de volgende streng gevormd wordt .
chromosoom
bestaat nu uit 2 Chromatiek -
mitose →
2 dochtercellen .
•
De RNA -
primer wordt aan het eind van de streng verw derd -0 DNA -
polymeren
kan het eind van de streng niet repliceren . Niet -
gekopieerd DNA wordt door enzymen
verw derd .
→ steeds korter .
Aan de uiteinden zitten telomeren die niet coderend
-
en
b mensen repetitief z n . Na 50 celdelingen is met tetomeer op -0
apoptose . Snelheid
bepaalt veroudering .
°
Door PCM of meerdere delen stukjes
kunnen een van DNA worden gekopieerd . Kor te
DNA worden complementair aan het gekopieerde DNA als primer gebruikt . Er is voor
DNA
elke
streng een
eigen primer nodig ( =D
-
.
°
sequencen = het bepalen van de nucleofiele volgorde .
Om dit te doen k k je na PCR alleen naar de
-
specifieke primer
leidende streng .
Hiervoor is een speciale PCR -
reactie nodig met ADA , dat , ddc en dd G- die op
-
DNA potymerase
l ken , 0h nucleotiden ( A , C. Git)
nucleotiden zonder waardoor de replicatie na een didesoxy nucleofiele stopt vr e
-
maar
-
.
•
in PCM -
machine -0 Steeds meer ketens op verschillende plekken
DNA
afgesloten waardoor allemaal verschillende lengten aanwezig z n . Dit proces PCM
• DNA -
polymeren
A C G Met de
herhaal je voor ,
-1 ,
en .
gelet Ektroforese kun
µ
1 DNA verhitten tot 95°C
.
primer
↳
fragmenten lengte worden
gescheiden Gel buffer demotivatie
°
in
gel op in -
.
^
DDA ,
DDC , DD , G ,
DDT
2 65°C
oplossing met DNA negatieve Negatief DNA
°
v
vr e nucleotiden mengsel aan poot .
Temperatuur naar
wil poot Klein aflezen ↳ primers
naar + . komt ver , groot komt niet ver .
→
. hechten
• 3 720C
Nieuwe technieken z n sneller en
goedkoper tho . Op basis van bepaalde tooi van repetitief DNA Temperatuur naar
( op basis ↳
in niet coderend DNA .
De combinatie van het aantal repeat hiervan worden ze
genummerd) DNA -
polymeren gaat
en de atleten geeft een DNA -
Finger print . nucleotiden binden
DNA -
profiel
\ beide atleten 710 overervende tooi
worden met PCM vermeerderd .
2 IOCI met repeat uit DNA knippen
met restrictie -
enzymen die elk
een specifieke sequentie herkennen .
( vaak 2 ketens spiegelbeeld)
3 tooi worden gescheiden door
geteektroforese →
persoon !
ijijijijij ijijij