Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting basiskennis biologie

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
14
Geüpload op
06-02-2015
Geschreven in
2014/2015

Samenvatting van 14 pagina's voor het vak Biologie aan de HAN

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting OWE 2 Voeding
en Energie
Cursus 5
Biologie
Week 1 Anatomie van het menselijk lichaam, de cel, osmose en
diffusie
Algemeen
Schildklier: verantwoordelijk voor afgeven hormonen
Thorax = borst
Milt is verantwoordelijk voor afvoer van afvalstoffen
Maag t/m rest onder in buik > dunne darm: eerste stuk duodenum
(12vingerige darm), middenstuk =jejunum, laatste stuk = ileum.
Alvleesklier: glucagon en insuline vorming

Opbouw celmembraan/plasmamembraan
Celmembraan (=plasmamembraan)
- dubbele laag fosfolipiden (transport stoffen in en uit de cel) kop =
wateroplosbaar staart = vetoplosbaar
- eiwitten (voor transport van bepaalde stoffen, actief
membraantransport = van lage naar hoge concentratie)
- cholesterol (geeft stevigheid aan membraan)
- microvilli (soms op celmembraan) vergroten het oppervlak en daarmee
het resorberend vermogen van de cel
binnenste cel = cytoplasma met organellen
cytoplasma (water met daarin opgeloste zouten, eiwitten, koolhydraten,
vetten)

Beschrijvingen van verschillende organellen in de cel
Kern: drager van genen
Functie: regulator van levensverrichtingen (stofwisseling, synthese eiwitten,
verbranding etc) + kerndeling voor celdeling
kernmembraan (dubbelmembraan met poriën, direct contact met cytoplasma
en kern)
kernplasma: chromatine (eiwitten en DNA) hieruit ontstaan chromosomen +
kernlichaampjes

Endoplasmatisch reticulum (ER)
Functie: ruw ER: transport eiwitten die op het oppervlak zijn gesynthetiseerd.
Glad ER: synthese van vetten en steroïden in de cel en overgang naar golgi-
apparaat
gesloten netwerk van holten en kanalen gelegen in cytoplasma. (twee
membranen die dicht tegen elkaar aan liggen = 2 lagen kernmembraan)
ER met ribosomen = ruw ER.
Ribosomen= bolvormige tot ovaalvormige structuren betrokken bij
eiwitsynthese.

Golgi-apparaat
Functie: producten gemaakt op ER bewerkt voor hun functie (bv. Enzymen) de
blaasjes van het golgi-apparaat versmelten met de celmembraan zodat de
enzymen buiten de cel gebracht worden + exocytose: er wordt slijm
geproduceerd en afgegeven
Holten omgeven door membranen (verbinding ER en celmembraan)

Lysosomen
Functie: organellen ontstaan uit golgi-apparaat beschikken over enzymen voor
vertering ( in de cel) van macromoleculen (=stoffen met hoge molecuulmassa).
Enzymen die in staat zijn om normale celbestanddelen te splitsen waardoor de
cel wordt gelyseerd (opgelost)
Als een micro-organisme in een cel door het blaasje wordt opgenomen
(gefagocyteerd) versmelt het membraan van het lysosoom met het membraan

,van het blaasje, zo komt de inhoud van het lysosoom bij het mirco-organisme
dat door de enzymen wordt afgebroken (de lysosomale enzymen dus).
- Komen veel voor in witte bloedcellen (afweersysteem)
- Als het membraan van het lysosoom wordt vernietigd treed er autolyse
op (zelf vernietiging van de cel)
- Bij donorbloed worden witte bloedcellen daarom gecentrifugeerd (en
verwijderd dus) anders worden de cellen dus afgebroken. Hierdoor is het
bloed langer houdbaar
- Naarmate de cel ouder wordt neemt het aantal lysosomen toe.

Mitochondriën
Functie: reactie van voedingstoffen, zuurstof met eindproducten water + CO2,
leveren van energie voor de cel.
- Levercellen, hart- en spiercellen bevatten veel mitochondrien omdat ze
veel energie verbruiken.
- Komen ook in DNA voor

Centrosoom
Functie: rol bij celdeling, opgebouwd uit centriolen.

Cilien en flagellen
Cilien: trilhaartjes, in epitheelcellen in luchtpijp
Functie: transport slijm

Flagellen: zweepdraden, in zaadcellen
Functie: voortbeweging cellen

Passief en actief transport
Passief transport: geen ATP vereist (diffusie, osmose, filtratie)
Actief transport: transport van lage naar hoge concentratie. ATP is nodig
(energie)

Diffusie en osmose
Diffusie: gassen, vloeistoffen en oplossingen mengen spontaan (van hoge naar
lage concentratie totdat de concentraties overal gelijk zijn) hoe groter de
beweeglijkheid van de moleculen is, des te sneller verloopt diffusie.
De snelheid van de diffusie hangt af van: de temperatuur, molecuulmassa,
concentratieverschil, diffusieoppervlak, afstand. Stoffen die vrij over het
celmembraan kunnen bewegen: Co2, O2, ureum.
- Ondersteunende diffusie: diffusie kan worden vergemakkelijkt door
carriers (membraaneiwitten, die specifiek stoffen over een
celmembraan kunnen transporteren) carrier bindt aan buitenzijde cel en
aan stof > carrier vormverandering > stof aan andere kant membraan >
stof wordt losgelaten > carrier oorspronkelijke vorm. Is aan een max.
verbonden (snelheid waarmee de carrier van vorm verandert) carriers
zijn specifiek.
Osmose: diffusie van water door semi-permeabel membraan (oplosmiddel kan
wel door membraan heen (water) maar opgeloste stof niet of zeer langzaam)
- Osmotische druk: aanzuigkracht van water door deeltjes van de
opgeloste stof die niet door het membraan heen kunnen. Osmotische
druk hangt af van de concentratie van deeltjes die niet over het
semipermeabele membraan kunnen diffunderen.

Week 2 Ademhaling (respiratie) en lymfestelsel
Lymfatisch systeem: afweersysteem

, Functie: d.m.v. fagocytose en humorale immuniteit (vorming antilichamen)
door lymfocyten die ook zorgen voor cellulaire immuniteit (afstotingsreacties
bij orgaantransplantaties), transport lipiden vanaf darm naar bloed
Lymfatisch weefsel: ophopingen van lymfocyten, gelegen in mazen van een fijn
vezelig, sponsachtig, reticulair bindweefsel.
Lymfevatenstelsel:
Functie: afvoer van de lymfe vanuit de weefsels naar de bloedbaan.
Lymfecapillairen hebben grote porien waardoor ze eiwitten uit het
weefselvocht op kunnen nemen en af kunnen voeren. De wand van de grote
lymfevaten bevat glad spierweefsel.
Beschrijf de rol die het lymfevatstelsel speelt bij de opname van vetten in het
lichaam.
Lymfevaten komen samen in 2 grote vaten:
- Ductus thoracius (borstbuis): zorgt voor de afvoer van lymfe uit het
lichaam (uitzondering van kwadrant rechtsboven in lichaam), het
transporteert lipiden die vanuit de dunne darm in de lymfevaten zijn
opgenomen (chylvaten).
o Hulpjes bij transport van stoffen in lymfe: spierpomp (wanden
van lymfevaten worden samengedrukt),kleppen (waardoor lymfe
alleen richting hart kan), spieren in wand van lymfevaten,
zuigkracht van thorax
- Ductus lymphaticus (rechterlymfebuis): verzamelt lymfe uit het
kwadrant rechtsboven in het lichaam.

Ademhaling: alle processen die noodzakelijk zijn voor een adequate
verbranding van voedingsstoffen in de lichaamscellen.
Deelprocessen:
- Longventilatie: het verversen van lucht in de longen door in- en
uitademen
- Distributie: de verdeling van lucht in verschillende delen van de longen
- Diffusie: de uitwisseling van zuurstof en koolstofdioxide tussen bloed en
lucht in longen
- Transport: het vervoer van zuurstof en koolstofdioxide naar de weefsels
door circulatie van het bloed en perfusie van de weefsels
- Diffusie: de uitwisseling van zuurstof en koolstofdioxide tussen bloed en
weefsels
- Celademhaling: het verbrandingsproces binnen een weefsel waarbij
tijdens de reactie van voedingsstoffen met zuurstof, water en
koolstofdioxide worden gevormd.
Het ademhalingsstelsel bestaat uit neusholte of mondholte, keelholte,
strottenhoofd, luchtpijp die zich vertakt in 2 bronchi > vertakt zich in steeds
kleinere bronchi. Deze vertakkingen zijn dichotoom (De deling is in steeds 2
gelijkwaardige takken). De kleinste vertakkingen waarin de kraakbeentjes
ontbreken = bronchioli, deze eindigen in de longblaasjes (omgeven door een
netwerk van capillairen)

Bouw van de longen
Inwendige bouw van de longen: bronchi, bronchioli, longtrechtertjes, alveoli.
De longen worden begrensd door de thoraxwand, het diafragma (middenrif) en
het mediastinum (middenruimte) > ruimte in de borstholte tussen beide
longen. Naar boven toe worden ze begrensd door het halsgebied, waarbij de
longtop reikt tot boven het sleutelbeen.
Longhilus: in- en uittredeplaats voor de bronchi, bloedvaten, lymfevaten en
zenuwen. In dit gebied liggen veel lymfeknopen.
Linkerlong: 2 longkwabben (is kleiner, wordt weggedrukt door het hart.

Documentinformatie

Geüpload op
6 februari 2015
Aantal pagina's
14
Geschreven in
2014/2015
Type
SAMENVATTING
€3,98
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
seller123 Vrije Universiteit Amsterdam
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
537
Lid sinds
15 jaar
Aantal volgers
340
Documenten
248
Laatst verkocht
2 jaar geleden

Stuvia rocker

3,4

53 beoordelingen

5
11
4
17
3
15
2
2
1
8

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen