Samenvattingen
Oncologie; Handboek voor verpleegkundigen
en andere hulpverleners
, Inhoudsopgave
Hoofdstuk 7 – Radiotherapie blz. 3-4
Hoofdstuk 17 – Gynaecologische oncologie blz. 5-16
2
, Hoofdstuk 7
Radiotherapie
7.4 Inwendige bestraling met gesloten bronnen
Bij inwendige bestraling met een gesloten bron spreekt met van brachytherapie. Vaak wordt er een
inwendige bestraling toegepast voor of na een uitwendige bestralingssessie met als doel de tumor
zelf een zo hoog mogelijke bestralingsdosis te geven. Bij inwendige bestraling worden radioactieve
nucliden toegepast, waarbij een hoge dosis straling dichtbij of in het tumorproces wordt aangegeven.
Om de hoeveelheid activiteit en de sterkte van de bron uit te drukken in maat en getal zijn bepaalde
eenheden in gebruik:
- Dosis per tijdseenheid cGy (therapie) of Svu (stralingshygiëne);
- De sterkte van afgesloten bronnen in KERMA (dosis) Gy per uur op een afstand van 1 meter
van de bron.
7.4.1 Principe
De radioactieve bron (vaste stof ingekapseld verpakt als gesloten bron in een houder) wordt dichtbij
of in de tumor geplaatst, waardoor een minder grote dosis straling in het omliggend weefsel
terechtkomt dan bij uitwendige bestraling het geval is. De bron zendt ioniserende straling uit die
voor de patiënt therapeutisch werkt.
7.4.2 Gebruiksvormen en toepassing
Inwendige bestraling kan onder meer worden toegepast bij bepaalde stadia van toegankelijke
tumoren, zoals van: tong, wang, nasofarynx, oesofagus, mamma, blaas, bronchus, prostaat, vagina,
cervix en uterus. Maar ook patiënten met kleine tumoren.
7.4.3 Technieken
Bij inwendige bestraling met een gesloten bron wordt een radioactieve nuclide geplaatst in buigzame
draadvormige bronhouders. Het doel van de behandeling is de vernietiging van de tumor, met zo
veel mogelijk behoud van de functie. Indien de bronhouder inclusief de stralingsbron in de tumor en
het omliggende weefsel is aangebracht, spreekt men van een interstitiële applicatie. Gedurende de
gehele behandeling blijven de tubehouders, inclusief de stralingsbron, zitten: men spreekt dan van
bronnen ‘in situ’.
Als de radioactieve nuclide wordt geplaatst in een omhulling spreekt met van plaatsing in een
applicator. Deze bronhouder wordt eerst zonder stralingsbron geplaatst ineen bestaande
lichaamsholte. Daarna wordt de radioactieve nuclide in de houder aangebracht (applicatie). Men
spreekt van een:
- Intracavitaire applicatie;
- Intraluminale applicatie.
Bij preloading worden stralingsbronnen direct, zonder applicator, bij de patiënt ingebracht. Vanaf
het begin van de applicatie staat iedereen die met deze patiënt in aanraking komt aan straling bloot.
Bij afterloading worden eerst de benodigde applicatoren zonder stralingsbronnen bij de patiënt
ingebracht. Na het maken van controlefoto’s worden de stralingsbronnen in de bronhouderkatheter
of applicator aangebracht. Daarna staat iedereen die de patiënt benaderd aan de straling bloot.
3
Oncologie; Handboek voor verpleegkundigen
en andere hulpverleners
, Inhoudsopgave
Hoofdstuk 7 – Radiotherapie blz. 3-4
Hoofdstuk 17 – Gynaecologische oncologie blz. 5-16
2
, Hoofdstuk 7
Radiotherapie
7.4 Inwendige bestraling met gesloten bronnen
Bij inwendige bestraling met een gesloten bron spreekt met van brachytherapie. Vaak wordt er een
inwendige bestraling toegepast voor of na een uitwendige bestralingssessie met als doel de tumor
zelf een zo hoog mogelijke bestralingsdosis te geven. Bij inwendige bestraling worden radioactieve
nucliden toegepast, waarbij een hoge dosis straling dichtbij of in het tumorproces wordt aangegeven.
Om de hoeveelheid activiteit en de sterkte van de bron uit te drukken in maat en getal zijn bepaalde
eenheden in gebruik:
- Dosis per tijdseenheid cGy (therapie) of Svu (stralingshygiëne);
- De sterkte van afgesloten bronnen in KERMA (dosis) Gy per uur op een afstand van 1 meter
van de bron.
7.4.1 Principe
De radioactieve bron (vaste stof ingekapseld verpakt als gesloten bron in een houder) wordt dichtbij
of in de tumor geplaatst, waardoor een minder grote dosis straling in het omliggend weefsel
terechtkomt dan bij uitwendige bestraling het geval is. De bron zendt ioniserende straling uit die
voor de patiënt therapeutisch werkt.
7.4.2 Gebruiksvormen en toepassing
Inwendige bestraling kan onder meer worden toegepast bij bepaalde stadia van toegankelijke
tumoren, zoals van: tong, wang, nasofarynx, oesofagus, mamma, blaas, bronchus, prostaat, vagina,
cervix en uterus. Maar ook patiënten met kleine tumoren.
7.4.3 Technieken
Bij inwendige bestraling met een gesloten bron wordt een radioactieve nuclide geplaatst in buigzame
draadvormige bronhouders. Het doel van de behandeling is de vernietiging van de tumor, met zo
veel mogelijk behoud van de functie. Indien de bronhouder inclusief de stralingsbron in de tumor en
het omliggende weefsel is aangebracht, spreekt men van een interstitiële applicatie. Gedurende de
gehele behandeling blijven de tubehouders, inclusief de stralingsbron, zitten: men spreekt dan van
bronnen ‘in situ’.
Als de radioactieve nuclide wordt geplaatst in een omhulling spreekt met van plaatsing in een
applicator. Deze bronhouder wordt eerst zonder stralingsbron geplaatst ineen bestaande
lichaamsholte. Daarna wordt de radioactieve nuclide in de houder aangebracht (applicatie). Men
spreekt van een:
- Intracavitaire applicatie;
- Intraluminale applicatie.
Bij preloading worden stralingsbronnen direct, zonder applicator, bij de patiënt ingebracht. Vanaf
het begin van de applicatie staat iedereen die met deze patiënt in aanraking komt aan straling bloot.
Bij afterloading worden eerst de benodigde applicatoren zonder stralingsbronnen bij de patiënt
ingebracht. Na het maken van controlefoto’s worden de stralingsbronnen in de bronhouderkatheter
of applicator aangebracht. Daarna staat iedereen die de patiënt benaderd aan de straling bloot.
3