Zuren en basen
Zuur
Zuur
- Heeft een H als element;
- pH<7;
- Vormt opgelost in water OH—ionen;
- Staat in een zuur base reactie een proton (H +) af (protonen donor).
Binair zuur
Bestaat uit waterstof en een niet-metaal.
Bijvoorbeeld: HF, HCl, HBr, HI.
Oxy-zuur
Bevat waterstof en een oxy-anion.
Oxy-anion= bevat zuurstof en een ander element.
- Bijvoorbeeld: NO3-, PO43- , C2H3O2.
Sterk zuur
Wanneer een sterk zuur oplost in water, ioniseert dit compleet. Dit geef je aan met een enkele pijl.
HCl (aq) + H2O (l) H3O+ (aq) + + Cl- (aq)
Sterke zuren :
HCl HNO3
HBr HClO4
HI H2SO4
Zwak zuur
Wanneer een zwak zuur oplost in water, ioniseert slechts een deel van deze stof. Dit geef je aan met
een dubbele pijl. Alles buiten bovenstaande tabel is een zwak zuur.
Hf (aq) + H2O (l) ↔ H3O+ (aq) + F- (aq)
Meerwaardig zuur
Meerwaardige zuren kunnen meerdere protonen (H +) afsplitsen.
- Zwavelzuur ( H2SO4) kan 2x een proton afstaan (tweewaardig zuur).
- Fosforzuur (H3PO4 ) kan 3x een proton afstaan (driewaardig zuur).
,Basen
Base
- Hoeft geen H-atoom te bevatten;
- PH>7
- Vormt opgelost in water H+ -ionen
- Neemt in een zuur-base reactie een proton op (protonen acceptor).
Sterke base
Een base waarbij alle deeltjes een H+-ion opnemen. Dit geef je aan met een enkele pijl.
Alle variaties van OH- zijn sterke basen, denk aan NaOH, KOH, Ba(OH)2 etc.
Zwakke base
Een base waarbij slechts een deel van de opgeloste deeltjes een H +-ion opnemen. Dit geef je aan met
een dubbele pijl.
Amfolyten
Amfolyten zijn stoffen die zowel een proton kunnen opnemen als afstaan, ook wel amfotere stoffen
genoemd.
Bijvoorbeeld: H2O, H2PO4-, HPO42-, HCO3-.
Autoprotolyse van water
Water reageert met zichzelf
H2O (l) + H2O(l) ↔ H3O(aq) - + OH-(aq)
2H2O(l) ↔ H3O(aq) - + OH-(aq)
, Geconjugeerde zuur-base paren
Geconjugeerde zuur-base paren
Geconjugeerde zuur-base paren verschillen 1 proton. Het zuur heeft een proton meer dan zijn
geconjugeerde base.
Bijvoorbeeld: H2O / OH-, H2O/ H3O+ , HCL/CL-, HCO3-/CO3-
Geconjugeerd zuur-base paar voorbeelden:
NH3 NH4+
= +H+
NH3= base;
NH4+ = geconjugeerd zuur.
H2O OH-
= -H+
H2O = zuur;
OH- = geconjugeerde base.
NH3 + H2O ↔ NH4+ + OH-
NH3= base;
NH4+ = geconjugeerd zuur.
H2O = zuur;
OH- = geconjugeerde base.
Zuur
Zuur
- Heeft een H als element;
- pH<7;
- Vormt opgelost in water OH—ionen;
- Staat in een zuur base reactie een proton (H +) af (protonen donor).
Binair zuur
Bestaat uit waterstof en een niet-metaal.
Bijvoorbeeld: HF, HCl, HBr, HI.
Oxy-zuur
Bevat waterstof en een oxy-anion.
Oxy-anion= bevat zuurstof en een ander element.
- Bijvoorbeeld: NO3-, PO43- , C2H3O2.
Sterk zuur
Wanneer een sterk zuur oplost in water, ioniseert dit compleet. Dit geef je aan met een enkele pijl.
HCl (aq) + H2O (l) H3O+ (aq) + + Cl- (aq)
Sterke zuren :
HCl HNO3
HBr HClO4
HI H2SO4
Zwak zuur
Wanneer een zwak zuur oplost in water, ioniseert slechts een deel van deze stof. Dit geef je aan met
een dubbele pijl. Alles buiten bovenstaande tabel is een zwak zuur.
Hf (aq) + H2O (l) ↔ H3O+ (aq) + F- (aq)
Meerwaardig zuur
Meerwaardige zuren kunnen meerdere protonen (H +) afsplitsen.
- Zwavelzuur ( H2SO4) kan 2x een proton afstaan (tweewaardig zuur).
- Fosforzuur (H3PO4 ) kan 3x een proton afstaan (driewaardig zuur).
,Basen
Base
- Hoeft geen H-atoom te bevatten;
- PH>7
- Vormt opgelost in water H+ -ionen
- Neemt in een zuur-base reactie een proton op (protonen acceptor).
Sterke base
Een base waarbij alle deeltjes een H+-ion opnemen. Dit geef je aan met een enkele pijl.
Alle variaties van OH- zijn sterke basen, denk aan NaOH, KOH, Ba(OH)2 etc.
Zwakke base
Een base waarbij slechts een deel van de opgeloste deeltjes een H +-ion opnemen. Dit geef je aan met
een dubbele pijl.
Amfolyten
Amfolyten zijn stoffen die zowel een proton kunnen opnemen als afstaan, ook wel amfotere stoffen
genoemd.
Bijvoorbeeld: H2O, H2PO4-, HPO42-, HCO3-.
Autoprotolyse van water
Water reageert met zichzelf
H2O (l) + H2O(l) ↔ H3O(aq) - + OH-(aq)
2H2O(l) ↔ H3O(aq) - + OH-(aq)
, Geconjugeerde zuur-base paren
Geconjugeerde zuur-base paren
Geconjugeerde zuur-base paren verschillen 1 proton. Het zuur heeft een proton meer dan zijn
geconjugeerde base.
Bijvoorbeeld: H2O / OH-, H2O/ H3O+ , HCL/CL-, HCO3-/CO3-
Geconjugeerd zuur-base paar voorbeelden:
NH3 NH4+
= +H+
NH3= base;
NH4+ = geconjugeerd zuur.
H2O OH-
= -H+
H2O = zuur;
OH- = geconjugeerde base.
NH3 + H2O ↔ NH4+ + OH-
NH3= base;
NH4+ = geconjugeerd zuur.
H2O = zuur;
OH- = geconjugeerde base.