Essential cell biology 2.1 - biomolecules
Classes of biomolecules (pagina 50-52)
Organic molecules: compounds met C-C bindingen
Inorganic molecules: alle andere compounds
Cellen bevatten 4 groepen van kleine organische molecule
Macromolecules: de samengestelde moleculen van een cel
- Proteins, nucleic acids, grote polysaccharides.
Samenstelling van een cel
*bij benadering kennen
Sugars (pagina 52-54)
Sugars: compounds van (CH2O)n
- Ook wel carbohydrates
Isomers: isomeren, zelfde molecuulformule, andere structuurformule
Volgorde grootte saccharides: monosaccharides-disaccharides-oligosaccharides-
polysaccharides
Er moet een carbonylgroep tussen zitte of aan het eind
,Condensation reaction: OH-HO O + H2O
Hydrolysis: omgekeerde van condensation
- Bij toevoegen water breekt de glycosidic bond
Glycogen: simpel polysaccharid met glucose om het op te slaan
Cellulose: de celwand van een plant gemaakt van polysaccharide van glucose
- Chitin ook: het cytoskelet van insecten
Panel 72-73
Fatty acids (pagina 54-55)
Fatty acid: heeft twee chemisch verschillende delen
- Hydrocarbon chain (hydrophobic)
- -COOH groep: gedraagt als een zuur
(hydrophilic)
ze zijn dus amphiphatic: hydrofobe en hydrofiele
regions.
Saturated: geen dubbele bindingen (in de staart)
Unsaturated: dubbele bindingen (in de staart)
,Triacylglycerol: hierin worden fatty acids opgeslagen
Lipid bilayer: vormt de basis voor alle cellen
- Gemaakt van phospholipids.
Amino acids (pagina 56)
Amino acids: kleine organische moleculen met één duidelijk kenmerk: ze
hebben allemaal een carboxylic acid group en een amino groep. (zie
figuur 2-24)
N-terminus: NH2-groep
C-terminus: COOH-groep
Zijketen R maakt onderscheid voor
aminozuren.
, Nucleotides (pagina 56-58)
Nucleotides: subunits van DNA en RNA
Nucleoside: base + sugar zonder phosphate
KENNEN
Classes of biomolecules (pagina 50-52)
Organic molecules: compounds met C-C bindingen
Inorganic molecules: alle andere compounds
Cellen bevatten 4 groepen van kleine organische molecule
Macromolecules: de samengestelde moleculen van een cel
- Proteins, nucleic acids, grote polysaccharides.
Samenstelling van een cel
*bij benadering kennen
Sugars (pagina 52-54)
Sugars: compounds van (CH2O)n
- Ook wel carbohydrates
Isomers: isomeren, zelfde molecuulformule, andere structuurformule
Volgorde grootte saccharides: monosaccharides-disaccharides-oligosaccharides-
polysaccharides
Er moet een carbonylgroep tussen zitte of aan het eind
,Condensation reaction: OH-HO O + H2O
Hydrolysis: omgekeerde van condensation
- Bij toevoegen water breekt de glycosidic bond
Glycogen: simpel polysaccharid met glucose om het op te slaan
Cellulose: de celwand van een plant gemaakt van polysaccharide van glucose
- Chitin ook: het cytoskelet van insecten
Panel 72-73
Fatty acids (pagina 54-55)
Fatty acid: heeft twee chemisch verschillende delen
- Hydrocarbon chain (hydrophobic)
- -COOH groep: gedraagt als een zuur
(hydrophilic)
ze zijn dus amphiphatic: hydrofobe en hydrofiele
regions.
Saturated: geen dubbele bindingen (in de staart)
Unsaturated: dubbele bindingen (in de staart)
,Triacylglycerol: hierin worden fatty acids opgeslagen
Lipid bilayer: vormt de basis voor alle cellen
- Gemaakt van phospholipids.
Amino acids (pagina 56)
Amino acids: kleine organische moleculen met één duidelijk kenmerk: ze
hebben allemaal een carboxylic acid group en een amino groep. (zie
figuur 2-24)
N-terminus: NH2-groep
C-terminus: COOH-groep
Zijketen R maakt onderscheid voor
aminozuren.
, Nucleotides (pagina 56-58)
Nucleotides: subunits van DNA en RNA
Nucleoside: base + sugar zonder phosphate
KENNEN