SAMEN-
VATTING
KERN 1
,KERN les 1a & c – Kennis maken met gezondheid
Leerdoelen
• Holistische zorg, zelfmanagement en zelfredzaamheid
• Positieve gezondheid
• Levensfasen (ongeboren kind, zuigeling, peuter, kleuter, schoolkind,
puber/adolescent, volwassene, ouder)
• Evidence based practice
• Verpleegkundig proces
De holistische gezondheidszorg: De patiënt vormt een lichamelijke, geestelijke en
sociale eenheid. De zorgvrager wordt als een uniek individu gezien met een eigen
visie, normen en waarden.
Zelfmanagement: wordt gestimuleerd bij een zorgvrager zodat een bepaalde ziekte
of aandoening kan worden ingepast in het dagelijks leven
Zelfredzaamheid: de ADL-activiteiten zelfstandig kunnen uitvoeren: wassen,
omgeving verzorgen en contacten onderhouden
Evidence based practice: De brug tussen onderwijs en praktijk. Het is de bedoeling
van zorgverleners werken met een kritische blik, eigen ervaring, bewijs (uit
onderzoeken bv) en eigen voorkeuren van patiënt om zo de patiënt beter kunnen
maken.
Het nemen van beslissingen op basis van 3 pijlers:
1. Wetenschappelijk bewijs of onderzoek
2. Kennis en ervaring van de zorgverlener
3. De wensen van een zorgvrager
Zinloze verpleegkundige rituelen: Handelingen in de verpleegkunde die eigenlijk
helemaal geen nut hebben of misschien zelfs schadelijk zijn (nuchterheid, scheren,
doorligwonden preventie)
Leefstijlfactoren: Gedragsfactoren die een gunstige of juist ongunstige invloed
kunnen hebben op de gezondheid (lichaamsbeweging, roken, drankgebruik, voeding)
Risicofactoren: factoren die een kans op ziekte verhogen. Roken is een
bijvoorbeeld een risico van lonkanker ook voeding, overgewicht, hoge bloeddruk,
genetische, demografische en omgevingsfactoren zijn risicofactoren.
,Positieve gezondheid: De patiënt is niet zijn ziekte. De betekenis van een zinvol
leven en de kwaliteit van leven staat centraal. Bij positieve gezondheid wordt er
gekeken naar 6 verschillende dimensies:
1. Meedoen: sociale contacten, erbij horen
2. Dagelijks functioneren: voor jezelf zorgen, omgaan met geld, werk
3. Lichaamsfuncties: fitheid, slapen, conditie
4. Mentaal welbevinden: Onthouden, concentreren, vrolijk zijn
5. Zingeving: zinvol leven, levenslust
6. Kwaliteit van leven: genieten en gelukkig zijn
Levensfasen en kenmerken:
1. Baby (0-1,5 jaar): afhankelijk van anderen, leert lopen, zitten en staan
2. Peuter (1,5-4 jaar): leert praten en spelen
3. Kleuter (4-6 jaar): leert fietsen en leert met andere kinderen spelen
4. Schoolkind (6-12 jaar): leert lezen, schrijven en rekenen
5. Puber (12-16): het lichaam veranderd, hormonen
6. Adolescentie: leert zelfstandig leven
7. Volwassene (21-65): leeft zelfstandig
8. Oudere (65+): wordt weer afhankelijk van anderen
, Het verpleegkundig
proces: een cyclisch
proces waarin de
verpleegkundige op een
systematische wijze de
zorg plant en uitvoert en
evalueert op basis van
vooraf verzamelde voor
de zorg relevante
gegevens.
Anamnese- diagnose-
resultaten – planning –
uitvoering – evaluatie
Anamnese:
Informatieverzameling
van de patiënt
(medische gegevens en
geschiedenis)
- Anamneselijst van Gordon
- Heteroanamnese: bij anderen informatie halen over patiënt
- Autoanamnese: Cliënt vult zelf een vragenlijst in
- Vervolg anamnese: hoe gaat het nu?
- Initiële anamnese: aan het begin van contact met de zorgvrager
Diagnose: vaststellen van aandoening, ziekte of klacht
- Wat zijn de gevolgen?
- Hoe kunnen wij een bijdragen leveren
- Medische diagnose + verpleegkundige diagnose
Planning doel en resultaten: Wat willen we bereiken?
Interventies: de zorg in werking brengen.
- Wat moeten we doen om dit doel te bereiken, welke acties?
Evaluatie: is het doel behaald?
Primaire preventie: activiteiten die voorkomen dat gezonde mensen geen bepaalde
ziekte krijgen
Secundaire preventie: vroeger opsporing van ziekten of afwijkingen bij mensen die
ziek zijn of risico lopen
Tertiaire preventie: voorkomen van complicaties en ziektevererging bij patiënten.
Bevorderen van zelfredzaamheid
VATTING
KERN 1
,KERN les 1a & c – Kennis maken met gezondheid
Leerdoelen
• Holistische zorg, zelfmanagement en zelfredzaamheid
• Positieve gezondheid
• Levensfasen (ongeboren kind, zuigeling, peuter, kleuter, schoolkind,
puber/adolescent, volwassene, ouder)
• Evidence based practice
• Verpleegkundig proces
De holistische gezondheidszorg: De patiënt vormt een lichamelijke, geestelijke en
sociale eenheid. De zorgvrager wordt als een uniek individu gezien met een eigen
visie, normen en waarden.
Zelfmanagement: wordt gestimuleerd bij een zorgvrager zodat een bepaalde ziekte
of aandoening kan worden ingepast in het dagelijks leven
Zelfredzaamheid: de ADL-activiteiten zelfstandig kunnen uitvoeren: wassen,
omgeving verzorgen en contacten onderhouden
Evidence based practice: De brug tussen onderwijs en praktijk. Het is de bedoeling
van zorgverleners werken met een kritische blik, eigen ervaring, bewijs (uit
onderzoeken bv) en eigen voorkeuren van patiënt om zo de patiënt beter kunnen
maken.
Het nemen van beslissingen op basis van 3 pijlers:
1. Wetenschappelijk bewijs of onderzoek
2. Kennis en ervaring van de zorgverlener
3. De wensen van een zorgvrager
Zinloze verpleegkundige rituelen: Handelingen in de verpleegkunde die eigenlijk
helemaal geen nut hebben of misschien zelfs schadelijk zijn (nuchterheid, scheren,
doorligwonden preventie)
Leefstijlfactoren: Gedragsfactoren die een gunstige of juist ongunstige invloed
kunnen hebben op de gezondheid (lichaamsbeweging, roken, drankgebruik, voeding)
Risicofactoren: factoren die een kans op ziekte verhogen. Roken is een
bijvoorbeeld een risico van lonkanker ook voeding, overgewicht, hoge bloeddruk,
genetische, demografische en omgevingsfactoren zijn risicofactoren.
,Positieve gezondheid: De patiënt is niet zijn ziekte. De betekenis van een zinvol
leven en de kwaliteit van leven staat centraal. Bij positieve gezondheid wordt er
gekeken naar 6 verschillende dimensies:
1. Meedoen: sociale contacten, erbij horen
2. Dagelijks functioneren: voor jezelf zorgen, omgaan met geld, werk
3. Lichaamsfuncties: fitheid, slapen, conditie
4. Mentaal welbevinden: Onthouden, concentreren, vrolijk zijn
5. Zingeving: zinvol leven, levenslust
6. Kwaliteit van leven: genieten en gelukkig zijn
Levensfasen en kenmerken:
1. Baby (0-1,5 jaar): afhankelijk van anderen, leert lopen, zitten en staan
2. Peuter (1,5-4 jaar): leert praten en spelen
3. Kleuter (4-6 jaar): leert fietsen en leert met andere kinderen spelen
4. Schoolkind (6-12 jaar): leert lezen, schrijven en rekenen
5. Puber (12-16): het lichaam veranderd, hormonen
6. Adolescentie: leert zelfstandig leven
7. Volwassene (21-65): leeft zelfstandig
8. Oudere (65+): wordt weer afhankelijk van anderen
, Het verpleegkundig
proces: een cyclisch
proces waarin de
verpleegkundige op een
systematische wijze de
zorg plant en uitvoert en
evalueert op basis van
vooraf verzamelde voor
de zorg relevante
gegevens.
Anamnese- diagnose-
resultaten – planning –
uitvoering – evaluatie
Anamnese:
Informatieverzameling
van de patiënt
(medische gegevens en
geschiedenis)
- Anamneselijst van Gordon
- Heteroanamnese: bij anderen informatie halen over patiënt
- Autoanamnese: Cliënt vult zelf een vragenlijst in
- Vervolg anamnese: hoe gaat het nu?
- Initiële anamnese: aan het begin van contact met de zorgvrager
Diagnose: vaststellen van aandoening, ziekte of klacht
- Wat zijn de gevolgen?
- Hoe kunnen wij een bijdragen leveren
- Medische diagnose + verpleegkundige diagnose
Planning doel en resultaten: Wat willen we bereiken?
Interventies: de zorg in werking brengen.
- Wat moeten we doen om dit doel te bereiken, welke acties?
Evaluatie: is het doel behaald?
Primaire preventie: activiteiten die voorkomen dat gezonde mensen geen bepaalde
ziekte krijgen
Secundaire preventie: vroeger opsporing van ziekten of afwijkingen bij mensen die
ziek zijn of risico lopen
Tertiaire preventie: voorkomen van complicaties en ziektevererging bij patiënten.
Bevorderen van zelfredzaamheid